In de afgelopen jaren deed gastredacteur Rob Oele uitgebreid onderzoek naar de menselijke oorsprong. Speciaal voor Scientias.nl vat hij de belangrijkste inzichten die hij zo verkreeg, nog één keer samen.

In 2014 startte ik een persoonlijke zoektocht naar hoe het zit met onze menselijke oorsprong. Via acht eerdere artikelen op Scientias.nl praatte ik de lezers daar regelmatig over bij. In dit artikel vat ik de belangrijkste uitkomsten van mijn zoektocht samen die in het kort op het volgende neerkomen. Vele mens(achtig)en, waaronder Homo sapiens, wisselden gedurende honderdduizenden jaren met enige regelmaat spullen, kennis en ook genen met elkaar uit. Gaandeweg sponnen ze zo een wereldwijd web dat zich in eerste instantie over Afrika, Azië en Europa uitstrekte; enkele tienduizenden jaren geleden voegden ze ook Noord- en Zuid-Amerika daaraantoe. Mede aan de hand van mijn eerdere Scientias.nl-artikelen licht ik hieronder toe hoe ik tot deze bevinding ben gekomen.

Culturele en cognitieve links
Voor mijn eerste artikel ‘Onze oorsprong: we hebben nog geen idee wat we nog niet weten’ interviewde ik Wil Roebroeks, hoogleraar Human origins aan de Universiteit Leiden. Meteen kwam het thema van wereldwijde (culturele) links ter sprake. Hij vertelde namelijk dat net was vastgesteld dat Indonesische rotstekeningen even oud bleken te zijn als de oudste Europese rotstekeningen. Het was vooral frappant dat ze ook nog sterk op elkaar lijken wat impliceert dat er 40.000 jaar geleden al een cultureel netwerk bestond over een afstand van maar liefst 12.000 kilometer. Afgelopen najaar kwam dit thema opnieuw aan de orde toen ik met één van zijn medewerksters, Katharine MacDonald, over haar publicatie uit 2021 sprak. Daarin zette ze met betrekking tot dit thema nog een heel grote stap verder terug in de tijd. Ze stelt namelijk dat vroege mens(achtig)en zelfs al vanaf ongeveer 400.000 tot 350.000 jaar geleden de cultuur hadden om kennis en spullen uit te wisselen. Opmerkelijk is vooral dat die uitwisseling óók gebeurde met mens(achtig)en buiten de eigen groep.

Onze verre voorouders sponnen samen ook een hybride web
In mijn tweede artikel ‘Hoe de genetica de zoektocht naar onze oorsprong verandert’ besprak ik de enorme impact die dit soort onderzoek op het vakgebied van de paleoantropologie heeft gekregen. Daardoor kwam in 2010 vast te staan dat er Neanderthaler-DNA in ons eigen Homo sapiens-DNA zit wat voor velen als een grote verrassing kwam. Maar nu we ruim een decennium verder zijn bleek deze gebeurtenis bepaald geen uitzondering. Steeds verfijnder genetisch onderzoek wijst namelijk uit dat nog heel wat meer mens(achtig)en gedurende de voorbije honderdduizenden jaren in onze Homo sapiens stamboom binnenkwamen. We sponnen dus in ‘coproductie’ met andere mens(achtig)en ook een web waaruit in potentie (hybride) nakomelingen konden voortkomen. In jargon wordt zo’n soort pool van (mensen)soorten een ‘metapopulatie’ genoemd.

Deze inzichten zijn behoorlijk nieuw en dat komt omdat men snel anders is gaan denken over de aard van mensensoorten. Dat punt kwam onder andere aan de orde in mijn zesde artikel ‘Onze eigen oorsprong blijft ons verrassen’ waarvoor ik na vijf jaar opnieuw Wil Roebroeks interviewde om terug te blikken op die periode. Ik vroeg hem wat hij de belangrijkste verandering in het denken op zijn vakgebied vond en hij antwoordde: ‘de vervaging van het begrip soorten’. Homo sapiens en Neanderthalers behoren dus zeker tot eenzelfde metapopulatie maar ook andere verschillen tussen die twee waren klein in de periode dat ze samen de aardbol bevolkten. Dat beschreef ik vooral in mijn derde artikel ‘De Neanderthaler en de moderne mens: zoek de verschillen’. Recentelijk is trouwens ook bewezen dat Neanderthalers (grotten)kunst produceerden. Het waren net mensen!

Van rechtlijnige afkomst naar interacties
Lang werd gedacht dat de moderne mens in een rechtstreekse, en dus zuivere lijn afstamt van een bijzondere groep mensen die ongeveer een kwart miljoen jaar geleden vrij plotseling ergens in (Oost)-Afrika ontstond. Die waren namelijk dusdanig dominant dat ze tijdens hun verspreiding over de aardbol alle andere mens(achtige)en wegvaagden waardoor uitwisselingen niet of nauwelijks kans maakten. Met name in mijn vierde artikel ‘Hoe 2015 de kijk op onze oorsprong aan het wankelen bracht’ betoogde ik dat deze eenvoudige versie niet meer klopt. Er was wél genetische vermenging gaande met andere mens(achtig)en zoals ik eerder opmerkte. En bij dat soort interacties bleef het niet: vooral de laatste jaren is aangetoond dat er met enige regelmaat ook onderling spullen en kennis werden gedeeld. Vooral het Midden-Oosten lijkt wat dat betreft een interactie-gebied te zijn geweest. Homo sapiens was daar ruim 200.000 jaar geleden al present en hij leefde er gedurende meerdere tijdvakken samen met Neanderthalers. Een recente vondst (2021) in Israël wijst daarnaast uit dat daar toen minstens nog één andere mens(achtig)e leefde. ‘Nesher Ramla’, (zo werd hij genoemd) had ook Neanderthalers-trekken. Tegelijkertijd gebruikte Nesher Ramla eenzelfde soort werktuigen als Homo Sapiens.

In China liep al heel vroeg een ‘moderne’ mens(achtige) rond
Azië wordt steeds meer beschouwd als mede-brongebied van onze diepe roots. Als actueel voorbeeld moge een schedel uit China (Harbin) dienen. Die was al eerder gevonden maar hij werd pas in 2021 goed bekeken en voorts gedateerd op minstens 140.000 jaar oud, maar waarschijnlijk was hij nog een stuk ouder. De drakenman (die naam kreeg hij) leek op een moderne mens want zijn herseninhoud was tenminste zo groot als die van een moderne mens en ook zijn aangezicht leek op dat van ons. Maar de rest van zijn langwerpige, plattere schedel duidt op andere genetische invloeden. Zou de ‘Afrikaanse’ Homo sapiens zich daar al zó vroeg vermengd hebben met een lokaal ontstane mens(achtige)? Of ontwikkelde de drakenman (je ziet ‘m boven dit artikel) zich zonder die inmenging vanuit de Aziatische metapopulatie van mens(achtig)en? Wie het weet mag het zeggen.

Noord- en Zuid-Amerika werden als sluitstuk aan het wereldwijde mensenweb gekoppeld. In mijn vijfde artikel ‘De herontdekking van Amerika’ vertelde ik dat dit proces complexer verliep dan gedacht. Eerst was er de ‘eenvoudige’ verklaring dat menselijke pioniers ongeveer 14.000 jaar geleden vanuit Azië via de bevroren Beringstraat Amerika binnenwandelden. Nu is er toenemend bewijs dat de mens al tienduizenden jaren eerder op het Amerikaanse continent aanwezig was. Bovendien wordt nu geopperd dat er (eveneens) aanvoerlijnen via zee waren, misschien zelfs ook vanuit Europa. Ook hier is de puzzel nog bij lange na niet is gelegd, integendeel zelfs.

De mens-ontwikkeling gaat gewoon door
Tijdens mijn zoektocht van afgelopen acht jaar is de precieze aard van onze diepe afkomst alleen maar complexer en ongewisser geworden. Anderzijds meen ik wel een bepaalde dynamiek op het spoor te zijn gekomen. Die is eigenlijk ook pas in diezelfde periode zichtbaar geworden nu duidelijk begint te worden dat onze verre voorouders met enige regelmaat kennis, spullen en ook genen met elkaar deelden. Afsluitend is dit mijn persoonlijke eindconclusie: rondzwervend over de continenten sponnen mens(achtig)en, waaronder Homo sapiens, honderdduizenden jaren lang een wereldwijd web. Daarbij is het bijzonder dat ‘de moderne mens’ thans het enig overgebleven eindproduct van die coproductie is. Maar gaat binnen dat ene ‘eindproduct’ die ontwikkeling eigenlijk niet gewoon door? Homo sapiens voegde er bijvoorbeeld onlangs nog een digitaal wereldwijd web aan toe!’