De gletsjers begonnen in de jaren negentig sneller te smelten, maar die smelt vertraagde vanaf 2011. En de blauwe blob lijkt daaraan ten grondslag te liggen.

Dat schrijft een internationaal team van onderzoekers – waaronder ook wetenschappers van de Universiteit Utrecht en TU Delft – in het blad Geophysical Research Letters. De studie geeft meer inzicht in het tot op heden lastig te verklaren gedrag dat de IJslandse gletsjers in reactie op de opwarming van de aarde vertonen.

Raadselachtig
Het is inmiddels een bekend verhaal: door stijgende temperaturen hebben veel gletsjers en ijskappen te maken met massaverlies. Dat betekent dat er in een gegeven periode meer ijs smelt dan er – door sneeuwval – in diezelfde periode bijkomt. En ook de IJslandse gletsjers kregen zo halverwege de jaren negentig met dit door klimaatverandering ingegeven massaverlies te maken, zo vertelt onderzoeker Brice Noël, verbonden aan de Universiteit Utrecht. “In de periode ervoor compenseerde de hoeveelheid sneeuwval ongeveer de hoeveelheid smelt en was er netto gezien dus geen sprake van massaverlies. Maar zo halverwege de jaren negentig veranderde dat.” Vanaf dat moment ging er in de zomer middels smelt meer ijs verloren dan er ‘s winters middels sneeuwval bijkwam. “Het resulteerde tussen 1995 en 2010 in een jaarlijks massaverlies van 11 gigaton (oftewel 1 kubieke kilometer aan water). Maar – en dat was heel verrassend – na 2011 begon het massaverlies af te nemen; het halveerde in feite, naar ongeveer 5 gigaton ijs per jaar.” Het was behoorlijk raadselachtig. “Geen van de andere Arctische gletsjers ervoer een dergelijke vertraging van de smelt,” aldus Noël. “Zo zagen we het massaverlies van de Groenlandse ijskap en de gletsjers van Spitsbergen in reactie op de versnelde opwarming van het Arctisch gebied juist groter worden.”

Blauwe blob
Lang was onduidelijk hoe het mysterieuze gedrag van de IJslandse gletsjers verklaard kon worden, maar Noël en collega’s denken er nu uit te zijn. De IJslandse gletsjers zijn trager gaan smelten door de blue blob, oftewel de blauwe blob. “Dit is een gebied met kouder water in het noorden van de Atlantische oceaan, ten zuiden van Groenland,” legt Noël aan Scientias.nl uit. “In IJsland bestrijdt de blauwe blob de opwarming van de atmosfeer, wat er vervolgens weer toe leidt dat het massaverlies van de gletsjers afneemt.”

De onderzoekers trekken die conclusie nadat ze het massaverlies van de IJslands gletsjers naast de temperatuur van het zeeoppervlak legden. Al gauw werd duidelijk dat er een sterk verband was tussen die twee. Zo zagen de onderzoekers dat de temperatuur van het zeeoppervlak in de blauwe blob sinds 2011 daalde. “De IJslandse gletsjers worden sterk beïnvloed door de omringende oceanen en we konden de afname in massaverlies linken aan de recente ontwikkeling van de blauwe blob.”

Mysterieus
Daarmee lijkt het mysterie van de IJslandse gletsjers te zijn opgelost. Maar wel aan de hand van een nieuw mysterie: de blauwe blob. Want dat is een nogal raadselachtig verschijnsel. “Satellietmetingen hebben aangetoond dat er afkoeling plaatsvindt in de blauwe blob,” stelt Noël. “Maar het ontstaan van de blauwe blob kunnen we nog niet goed verklaren. Eerdere studies hebben de blauwe blob wel in verband gebracht met de verzwakking van de Atlantic Meridional Overturning Circulation (AMOC), een oceaanstroming die warm water vanuit de tropen naar het Arctisch gebied brengt. Een verzwakking van die stroming zou resulteren in een verminderd warmtetransport naar de blauwe blob en dus kunnen bijdragen aan de recente afkoeling.”

Tijdelijk
En die afkoeling weet de smelt van de IJslandse gletsjers dus behoorlijk af te remmen. Maar het is uitstel van executie, zo benadrukken de onderzoekers in hun studie. Want klimaatmodellen wijzen erop dat de blauwe blob niet het eeuwige leven heeft. “Om na te gaan of de blauwe blob ook in de toekomst standhoudt, maakten we gebruik van een klimaatmodel dat de interacties tussen oceanen, atmosfeer en landijs wereldwijd simuleert. Eerst verzekerden we ons ervan dat het klimaatmodel de ontwikkeling van de blauwe blob en de daarmee geassocieerde vertraagde smelt die de IJslandse gletsjers sinds 2011 ervaren, liet zien. Vervolgens gebruikten we het model om het klimaat te simuleren dat IJsland tegen het eind van deze eeuw zou hebben – als de opwarming sterk doorzet. En het model laat zien dat de afkoeling in de blauwe blob tot halverwege de jaren vijftig van deze eeuw standhoudt en het massaverlies van de IJslandse gletsjers afremt. Tegen het eind van de jaren veertig zouden de gletsjers zelfs tijdelijk terug kunnen keren naar een situatie waarin ze onder aan de streep geen massa verliezen. Maar na de jaren vijftig warmt de blauwe blob op en beginnen de IJslandse gletsjers weer versneld te smelten. Dat gaat zo hard dat een derde van het huidige totale IJslandse ijsvolume tegen het jaar 2100 verloren kan zijn gegaan.”

Hoewel de IJslandse gletsjers in vergelijking met machtige ijskappen zoals die van Groenland niet zo heel veel water herbergen, is het toch belangrijk deze nauwlettend in de gaten te houden, zo stelt Noël. “Als ze compleet smelten, kunnen de gletsjers van IJsland de wereldwijde zeespiegel met 9 millimeter doen stijgen. Dat lijkt misschien niet veel in vergelijking met de grote ijskappen van Groenland en Antarctica. Maar kleine gletsjers dragen op dit moment sterk bij aan de jaarlijkse zeespiegelstijging. Een beter begrip van de processen die ervoor zorgen dat deze gletsjers snel smelten is dan ook belangrijk om beter te begrijpen wat de drijvende krachten zijn achter toekomstig massaverlies van grotere ijsmassa’s.” En wat we daaraan kunnen doen. In grove lijnen kan daar inmiddels natuurlijk geen twijfel meer over bestaan. “We moeten de opwarming beperken.”