We hebben het allemaal druk. Daardoor lukt het niet altijd om tijd vrij te maken om bijvoorbeeld een vriend te helpen verhuizen of eten te maken voor zieke familie. Toch zouden we dat wél moeten doen.

We weten dat anderen helpen onszelf én de ander gelukkig maakt. Een reden waarom we dat toch te weinig doen is niet alleen omdat we zo druk zijn, maar ook omdat we onderschatten hoe blij de ander wordt van onze hulp, blijkt uit nieuw onderzoek van de University of Texas. Wetenschappers ontdekten dat de hulpgevers zich vooral concentreren op de hulp die ze aanbieden en de daad die ze uitvoeren, terwijl de ontvangers zich veel meer richten op de gevoelens van warmte die de hulp bij hen oproept. Doordat de hulpbieders niet doorhebben hoe erg de ander de hulp waardeert, zijn ze minder geneigd anderen te helpen, dingen te delen of geld te doneren, schrijven de wetenschappers in het Journal of Experimental Psychology.

Warme choco
Ze voerden een aantal experimenten uit om deze conclusie aan te tonen. Zo moesten 84 deelnemers in een park beslissen of ze een kop warme chocolademelk uit de parkkiosk weg wilden geven aan een vreemde of voor zichzelf wilden houden. 75 van hen besloten het drankje weg te geven. De onderzoekers gaven de kop warme choco aan de vreemde en vertelden erbij dat de studiedeelnemer ervoor had gekozen het drankje weg te geven. Degenen die de kop chocolademelk kregen, gaven aan hoe ze zich daarbij voelden. En degenen die de kop weggaven moesten inschatten hoe zij dáchten dat de ontvanger zich zou voelen.

De gulle gevers onderschatten hoe blij de vreemden werden van het drankje. Ze dachten dat de ontvangers gemiddeld een 2,7 gaven voor hun stemming op een schaal van -5 tot +5. In werkelijkheid gaven degenen die het drankje kregen hun humeur een 3,5 uit 5. “Mensen begrijpen dat aardig zijn voor anderen hen een goed gevoel geeft. Wat ze niet weten is hóé goed anderen zich daardoor voelen”, aldus onderzoeker Amit Kumar van de University of Texas.

Cupcakes
De onderzoekers deden een gelijksoortig experiment in het park met cupcakes. Ze verdeelden tweehonderd deelnemers in twee groepen. In de controlegroep ontvingen vijftig deelnemers een cupcake als dank voor hun deelname. Ze moesten hun humeur een cijfer geven en de andere vijftig deelnemers moesten inschatten hoe ze dachten dat de andere deelnemers zich voelden.

Bij de tweede groep van honderd, werd aan vijftig mensen verteld dat ze hun cupcake aan een vreemde konden geven. Ze gaven een cijfer voor hun eigen gemoed en dat van de ontvangers van de cupcakes. De deelnemers dachten dat mensen die een cupcake kregen ongeveer even blij waren, of ze nu de cupcake van de onderzoekers kregen of van aardige mensen die er eentje weggaven. Maar degenen die de cupcake kregen van een aardige vreemde waren juist gelukkiger dan de controlegroep die hem van een wetenschapper kreeg. “Mensen die anderen helpen, hebben niet helemaal door dat hun warme gebaar op zichzelf al voor geluksgevoelens zorgt”, aldus Kumar. “Het feit dat je aardig bent voor anderen is al heel waardevol, nog los van waar je de ander mee helpt.”

Cadeautje
In een laboratoriumexperiment voegden de onderzoekers nog een element toe om de gevolgen van aardig gedrag te onderzoeken. De deelnemers ontvingen eerst een cadeautje uit de lab-winkel óf van een andere deelnemer. Daarna speelden ze een spel. Alle deelnemers die een cadeautje hadden gekregen, moesten 100 dollar verdelen tussen zichzelf en een onbekende andere deelnemer aan de studie. De onderzoekers ontdekten dat degenen die een cadeautje hadden gekregen van een andere deelnemer guller waren voor vreemden tijdens het spel, dan de deelnemers die een presentje uit de lab-winkel hadden ontvangen. De eerste groep gaf iets meer dan 48 dollar weg, terwijl de anderen maar ruim 41 dollar weggaven. “Generositeit blijkt besmettelijk”, reageert Kumar. “Wie iets aardigs krijgt van een ander, kan het doorgeven. Zo kan vriendelijkheid zich verspreiden.”