Ouderen kunnen moeite hebben met herinneren doordat ze gebeurtenissen ‘rommelig’ opslaan in hun geheugen, stellen Amerikaanse onderzoekers.

‘Oud en wijs’ is een mooie kreet – maar soms lijkt ‘oud en warrig’ meer van toepassing. Uit tal van onderzoeken is gebleken dat ouderen vaak meer moeite hebben met het terughalen van een specifieke herinnering. En dat komt door de manier waarop ouderen herinneringen opslaan, stellen psycholoog Tarek Amer van de Columbia-universiteit in New York en twee collega’s in het wetenschappelijk tijdschrift Trends in Cognitive Sciences.

Rommelig of verrijkt?

Amer en zijn team kwamen tot die conclusie na het doorspitten van een hele berg aan hersenscan- en gedragsstudies. Op grond daarvan stellen ze: doordat ouderen in de regel meer moeite hebben hun aandacht ergens goed bij te houden, slaan ze onbedoeld meer informatie op dan nodig is. Informatie die achterhaald is bijvoorbeeld, of eerder opgedane kennis die onbedoeld is opgeroepen, of irrelevante informatie vanuit de omgeving. Dat leidt tot ‘rommelige’ herinneringen, waaruit de gewenste informatie moeilijker terug te halen is.

Dat klinkt vooral als een nadeel, maar er kunnen ook voordelen aan kleven, schrijven de onderzoekers. Al die extra opgeslagen informatie zou op bepaalde momenten juist van pas kunnen komen. Bij het nemen van de juiste beslissing, bijvoorbeeld, of bij het creatief oplossen van problemen. Wat dat betreft, zou schrijven ze, zou je die rommelige herinneringen ook verrijkte herinneringen kunnen noemen.

‘Aannemelijke verklaring’

André Aleman, hoogleraar cognitieve neuropsychiatrie aan het Universitair Medisch Centrum Groningen, is enthousiast over het artikel. “Ik vind het een aannemelijke verklaring voor problemen die ouderen kunnen ondervinden met hun geheugen. De auteurs onderbouwen hun betoog ook met goede verwijzingen naar experimenteel onderzoek.”

Verder legt Aleman een link naar mensen met ADHD. “Die kunnen ook minder goed focussen en nemen daardoor meer irrelevante informatie mee, maar zijn vaak wel creatiever.”