Slordig gemaakt. Een totaal onbekende man erop. Alles wees erop dat deze gouden Romeinse munten nep waren. Maar nieuw onderzoek onthult nu dat we hier toch met het echte werk (en een tot voor kort onbekende Romeinse leider) te maken hebben!

In 1713 worden in de Roemseense regio Transsylvanië enkele gouden munten opgegraven. En op sommige daarvan pronkt de naam ‘Sponsian’. Bij historici gaan alle alarmbellen dan al af; er is hen namelijk geen keizer bekend die de naam Sponsian draagt. Daarnaast ogen de muntjes ook wat slordig; alsof iemand ze thuis in elkaar geknutseld heeft. “Ze lijken ruw gegraveerd, de letters zijn prutserig of zelfs betekenisloos en de munten zijn niet – zoals gebruikelijk was – geslagen, maar gemaakt door gesmolten metalen in een van klei gemaakte mal te gieten,” vertelt onderzoeker Paul Pearson. “Daarmee hebben de munten heel andere eigenschappen dan de gouden munten uit Rome die altijd aan een hoge artistieke en technische standaard voldoen.” Het leidde onderzoekers in de achttiende eeuw tot een heldere conclusie: de muntjes zijn nep. Nagemaakt door oplichters die daar linksom of rechtsom geld mee wilden verdienen. Maar in het blad PLOS ONE schrijven Pearson en collega’s nu dat de muntjes tóch echt zijn en getuigen van een ons tot voor kort onbekende Romeinse leider.

Slijtage
De onderzoekers trekken die conclusie nadat ze de muntjes – samen met enkele Romeinse munten waarvan de authenticiteit vaststaat – nog eens uitgebreid bestudeerden. Ze ontdekten daarbij op de muntjes waarvan verondersteld werd dat ze nep waren, diepe slijtagesporen die erop wijzen dat ze gedurende langere tijd in omloop waren geweest. Daarnaast analyseerden de onderzoekers ook de restjes aarde die op de muntjes zaten en die suggereren dat ze voorafgaand aan hun opgraving in 1713 langdurig begraven zijn geweest. Al met al wijst dat er allemaal op dat de muntjes toch echt zijn, zo schrijven de onderzoekers.

Sponsian
Blijft natuurlijk de vraag wie die ‘Sponsian’ dan precies was. “De naam is heel vreemd,” erkent Pearson. “Sterker nog: we kennen deze slechts van één andere plek en dat is een grafinscriptie in Rome, die opgegraven werd nadat de muntjes van Sponsian opdoken.” Die inscriptie was in zekere zin al een eerste aanwijzing dat de op dat moment voor nep verklaarde muntjes weleens echt konden zijn. “We denken dat het heel onwaarschijnlijk is dat een oplichter zo’n vreemde naam voor een fictieve keizer zou kiezen en dan later zou blijken dat het toch een echte naam was geweest!”

Geen keizer
Sponsian mag dan echt hebben bestaan, een keizer was hij niet. “Op de munt staat IMP SPONSIANI,” vertelt Pearson. “Dat betekent ‘van de imperator Sponsian’. De titel wijst erop dat hij een hoge legerleider was. Daarnaast stamt ook het Engelse woord ’emperor’ (keizer) er vanaf. Sponsian draagt ook de kroon van de zonnegod Sol, één van de tekenen waarmee keizers zich doorgaans onderscheidden. Het lijkt dan ook redelijk om daaruit af te leiden dat Sponsian een lokale militaire legerleider was die de volledige keizerlijke macht naar zich had toegetrokken. We denken dat zijn basis in de hedendaagse Roemeense provincie Dacia was, waar de munten ook zijn teruggevonden.”

Roerige tijden
De legerleider zou zo halverwege de derde eeuw na Christus aan de macht zijn geweest. Het was een roerige periode in de geschiedenis van het Romeinse rijk, zo vertelt Pearson, die daar onlangs ook het boek ‘The Roman Empire in Crisis, When the Gods Abandoned Rome 248-260‘ over schreef. In die periode waren er namelijk onder meer verscheidene rebellerende legerleiders die zichzelf uitriepen tot een soort regionale keizers. “Zoals keizer Postumus die in dezelfde periode bijna een decennium over Gallië, Britannia (een Romeinse provincie die het latere Engeland en Wales omvatte, red.) en Spanje regeerde. Net als Postumus en anderen regeerde Sponsian nooit in Rome. Maar hij had wel een Romeinse naam, commandeerde blijkbaar Romeinse legioenen en zette zichzelf neer als een keizer.”

Uit de vergetelheid gehaald
Om daarna in de vergetelheid te raken. Maar dankzij de gouden muntjes die drie eeuwen geleden in Transsylvania zijn teruggevonden is hij daar nu uit gered. “Sponsian is als je de geschiedenis van het Romeinse rijk in zijn geheel in ogenschouw neemt weinig meer dan een historische voetnoot,” stelt Pearson. “Maar in Roemenië zijn ze wel heel erg in hem geïnteresseerd, aangezien het een leider betreft die tijdens de nadagen van de Romeinse macht aldaar, heerste.”

Muntjes in musea
Onze kennis over deze Romeinse legerleider met keizerlijke ambities blijft overigens wel zeer beperkt. Naast de muntjes die in Transsylvanië zijn teruggevonden, zijn ons slechts enkele andere muntjes bekend waarop Sponsian pronkt. Twee daarvan liggen in een museum in Wenen. Een derde in een museum in Roemenië. De curatoren van beide musea zijn inmiddels door de wetenschappers op de hoogte gesteld van de bevindingen en daarop is Pearson door het museum in Roemenië ook uitgenodigd om ‘hun’ munt te komen bekijken. “Dat heb ik vorige maand gedaan en ook die vertoont dezelfde slijtagesporen en grondresten, wat erop wijst dat deze echt gecirculeerd heeft en later begraven is.” In samenwerking met het museum in Wenen hoopt Pearson op een later moment ook de munt die daar nog van het bestaan van Sponsian getuigt, onder de loep te nemen.

Of dat direct nieuwe inzichten omtrent Sponsian zelf oplevert, is zeer twijfelachtig. Daarvoor moeten we het waarschijnlijk meer van archeologisch onderzoek in Roemenië hebben. “We denken wel dat er op een dag meer van deze zeer zeldzame muntjes – hetzij van goud of zilver – ontdekt zullen worden. De vondst van een stenen inscriptie met daarin zijn naam is ook niet helemaal ondenkbaar. En er is zelfs een kleine kans dat er nog geschriften opduiken (waarin Sponsian genoemd wordt, red.) In de laatste decennia zijn namelijk verloren gewaande fragmenten ontdekt die handelen over de periode waarin hij leefde en het werk zijn van Dexippus van Athene.” De fragmenten bevinden zich op hergebruikt middeleeuws perkament en zijn reeds uitgebreid door wetenschappers uitgeplozen. “Maar het is nog niet volledig ontcijferd.” En heel misschien valt daarin nog wel iets te vinden over Sponsian. “De kans is heel, heel klein,” erkent Pearson. “Maar dromen mag.”