Ons sterrenstelsel heeft minstens zes keer een kleinere soortgenoot opgeslokt, concluderen astronomen. Van één exemplaar wisten we nog niet dat het op het menu stond.

De Melkweg is een kannibaal. Als een kleiner sterrenstelsel in de buurt van ons sterrenstelsel komt, wordt het gegrepen, uit elkaar getrokken en opgevreten. Sporen van die schranspartij zijn vervolgens honderden miljoenen jaren later nog steeds te zien – voor wie weet waar hij naar moet kijken. Rond de Melkweg, in de zogenoemde halo, bevinden zich namelijk slierten en groepjes sterren die te herleiden zijn tot sterrenstelsels die ooit door het onze zijn opgeslokt.

Sterrenkundige Khyati Malhan van het Max Planck-instituut voor astronomie heeft nu samen met collega’s uit dat soort restjes afgeleid dat onze Melkweg zich zes keer eerder te buiten is gegaan aan een ander stelsel. Vijf van die samensmeltingen of mergers kenden we al. Maar de zesde, de verorbering van een stelsel dat de onderzoekers Pontus noemen, is nieuw.

Vergelijkbare banen

Om eerdere samensmeltingen met andere stelsels op het spoor te komen, keken Malhan en zijn team naar sterrenstromen, bolvormige sterrenhopen én satellietstelsels die nu deel uitmaken van de Melkweg. “Bij mijn weten is het de eerste keer dat al dat soort data zijn gecombineerd”, zegt sterrenkundige Emma Dodd van de Rijksuniversiteit Groningen, zelf niet betrokken bij de studie.

Melkweg met sterstromen inclusief symbolen

Om eerdere samensmeltingen van onze Melkweg met kleinere sterrenstelsels op het spoor te komen, keken astronomen naar sterrenstromen (de gekleurde ‘vegen’), bolvormige sterrenhopen (sterretjes) en satellietsterrenstelsels (hokjes). Illustratie: S. Payne-Wardenaar/K. Malhan, MPIA

Malhan en collega’s baseerden zich daarbij op de ‘acties’ van deze objecten; drie natuurkundige grootheden die hun baan door de Melkweg beschrijven. “Deze waardes blijven altijd hetzelfde, waar een object zich ook bevindt in zijn baan”, legt Dodd uit. “Daarbij gaan we ervan uit dat objecten afkomstig uit hetzelfde stelsel vergelijkbare banen hebben – en dus vergelijkbare acties.”

Ontbrekende samensmeltingen

Door in de nieuwste data van de Gaia-satelliet op zoek te gaan naar objecten met vergelijkbare acties, vonden Malhan en zijn team vijf samensmeltingen terug die astronomen al op andere manieren hadden gevonden. Op zich mooi natuurlijk, als je via verschillende wegen uitkomt bij dezelfde verschijnselen.

Compleet is het gevonden rijtje samensmeltingen alleen niet. De Argentijns-Nederlandse hoogleraar sterrenkunde Amina Helmi, ook van de Rijksuniversiteit Groningen, ontdekte in 1999 de naar haar vernoemde helmistroom. Maar de samensmelting die deze stroom opleverde, vonden Malhan en consorten niet terug. Hetzelfde geldt voor twee andere bekende samensmeltingen: die met de stelsels Kraken en Thamnos.

Nieuw of niet?

Wel vonden de astronomen de sporen van een nieuwe samensmelting. Eén sterrenstroom en zeven sterrenhopen bleken te herleiden tot een sterrenstelsel dat de onderzoekers Pontus doopten. (In de Griekse mythologie is de zeegod Pontus een zoon van Gaia.)

De vraag is alleen of het hier echt een nieuwe samensmelting betreft. De sterren die van Pontus afkomstig zouden zijn, werden namelijk eerder toegeschreven aan een andere samensmelting: Gaia Enceladus. Daarbij benadrukken Malhan en zijn team de verschillen tussen de banen van Pontus-objecten en Gaia Enceladus-objecten. Toch is het ook goed voorstelbaar dat ze bij dezelfde samensmelting in ons sterrenstelsel zijn terechtgekomen.

Voorgerecht of toetje

Wat Dodd betreft is de nieuwe studie al met al “een erg interessant onderzoek, waarbij met een nieuwe aanpak naar een nieuwe dataset is gekeken”. “Wel had ik graag gezien dat de onderzoekers met nepdata en simulaties wat meer hadden gedemonstreerd hoe goed hun methode werkt.”

Nu mogen astronomen in de nabije toekomst gelukkig nóg meer meetgegevens verwachten, onder andere van de al genoemde Gaia-satelliet. En daar is vast meer uit af te leiden over de verschillende stelsels die de Melkweg in het verleden heeft opgesoupeerd – en over de volgorde. Want welk stelsel het voorgerecht vormde en welk stelsel het toetje in dit honderden miljoenen jaren durende diner: daar zegt de studie van Malhan en zijn team niets over.