De krimpende trend van dit eens zo grote, gapende gat zet zich gestaag voort.

Het ozongat blijft krimpen, ook in 2022. Dat is de heugelijke boodschap van NASA- en NOAA-wetenschappers. Het jaarlijks terugkerende gat boven Antarctica was tussen 7 september en 13 oktober gemiddeld 23,3 miljoen vierkante kilometer groot. Daarmee is het kleiner dan vorig jaar.

Meer over het gat in de ozonlaag
Ozon is een molecuul dat is opgebouwd uit drie zuurstofatomen en is te vinden in de stratosfeer: een op ongeveer 40 kilometer hoogte gelegen laag in de aardatmosfeer. Daar vormt het de zogenoemde ‘ozonlaag’ die het oppervlak van onze planeet beschermt tegen schadelijke UV-straling en het leven op aarde mogelijk maakt. In de jaren tachtig van de vorige eeuw ontdekten onderzoekers dat deze belangrijke ozonlaag ernstig is aangetast door bepaalde drijfgassen (cfk’s) die onder meer massaal werden toegepast in spuitbussen en koelkasten. Wanneer deze ckf’s in de ozonlaag terecht komen, worden ze – onder invloed van UV-straling – afgebroken, waardoor chloorradicalen ontstaan die op hun beurt de ozonmoleculen weer afbreken. Met name boven Antarctica was de concentratie ozon hierdoor zodanig afgenomen dat er ook wel gesproken werd van een ‘gat in de ozonlaag’. Dit ‘gat’ – dat dus geen echt gat is, maar een gebied waarin de concentratie ozon simpelweg veel kleiner is dan normaal – ontstaat tegen het einde van de winter, wanneer de zon dit deel van de stratosfeer weer gaat beschijnen en de drijfgassen opbreekt, zodat ozonvernietigende stoffen ontstaan. In reactie op de ontdekking van dit ‘gat in de ozonlaag’ werd het Montreal Protocol opgesteld, waarin landen wereldwijd beloofden de productie van ozonvernietigende stoffen terug te schroeven.

Dat het gat kleiner wordt, is goed nieuws. Het betekent dat de krimpende trend van dit eens zo grote, gapende gat toch gestaag voortzet.

Afgelopen jaren
Dat is overigens niet vanzelfsprekend. Sinds het verbod op cfk’s vertoont de ozonlaag weliswaar tekenen van herstel. Het ozongat was in 2019 zelfs nog nooit zo klein geweest. Maar toen zagen wetenschappers ineens iets alarmerends: het gat in de ozonlaag werd plotseling weer een stuk groter. In 2020 groeide het zelfs uit tot één van de grootste en diepste van de afgelopen jaren en bereikte een maximale omvang van ongeveer 25 miljoen vierkante kilometer. Vorig jaar was het nét iets kleiner met een grootte van 24,8 miljoen vierkante kilometer. Dit jaar was het ozongat op één dag, op 5 oktober, even 26,5 miljoen vierkante kilometer groot. Maar met een gemiddelde van 23,3 miljoen vierkante kilometer over een langere periode, zijn de onderzoekers toch optimistisch.

Gestage vooruitgang
Ook onderzoeker Paul Newman stelt dat het de goede kant op gaat. “In de loop van de tijd wordt er gestage vooruitgang geboekt,” zegt hij. “Het gat wordt kleiner. We zien wat haperingen als gevolg van weersveranderingen en andere factoren. Die zorgen ervoor dat de cijfers van dag tot dag en van week tot week enigszins schommelen. Maar over het algemeen zien we dat het gat in de afgelopen twee decennia kleiner is geworden, met dank aan het Montreal Protocol.”

Tonga-vulkaan
De cijfers laten daarnaast zien dat de uitbarsting van de Tonga-vulkaan in ieder geval geen grote gevolgen voor het ozongat heeft gehad. Sommige wetenschappers maakten zich zorgen over mogelijke stratosferische effecten van deze immense vulkaanuitbarsting, die zelfs de boeken in gegaan is als één van de grootste ooit. Dat onderzoekers daarvoor vreesden, is niet zo gek. Bij de uitbarsting van Mount Pinatubo in 1991 kwamen er namelijk aanzienlijke hoeveelheden zwaveldioxide vrij die de aantasting van de ozonlaag versterkten. Momenteel lijkt het er echter niet op dat de uitbarsting van de Tonga-vulkaan hetzelfde veroorzaakt.

Ondanks dat het ozongat steeds kleiner wordt, zal het nog wel even duren voordat het zich volledig heeft hersteld. Sommige chemicaliën die het gat veroorzaken, kunnen namelijk lang in de lucht blijven hangen. Met name door toedoen van deze lange levensduur van cfk’s, zal het naar verwachting nog tientallen jaren duren voordat het gat verleden tijd is. Wetenschappers voorspellen dat het zeker nog tot 2060 of zelfs 2070 zal duren voordat de ozonafbrekende stoffen volledig zijn uitgebannen. Ze benadrukken dan ook dat het essentieel is om toezicht te blijven houden om ervoor te zorgen dat het Montreal-protocol wordt gehandhaafd.