Het giftige zenuwgas sarin blijkt grotendeels verantwoordelijk voor de symptomen die bij veel militairen kort na de Golfoorlog opdoemden.

Al drie decennia lang debatteren wetenschappers over de onderliggende oorzaak van het zogenoemde ‘Golfsyndroom’. Hier kan een verzameling onverklaarbare en chronische symptomen onder geschaard worden die bij veel militairen die gediend hebben in de Golfoorlog opdoemden. Onderzoekers denken echter het mysterieuze Golfsyndroom eindelijk te kunnen verklaren. Want nauwgezet genetisch onderzoek toont aan dat het zenuwgas sarin weleens vinger in de pap zou kunnen hebben.

Ziekteverschijnselen
In de eerste jaren na de Golfoorlog (die duurde van 1990 tot 1991) meldde meer dan een kwart van de militairen die in de oorlog gediend hebben een reeks slopende ziekteverschijnselen. De veteranen leden onder andere aan vermoeidheid, koorts, nachtelijk zweten, geheugen- en concentratieproblemen, chronische lichaamspijn en moeite hebben met het vinden van woorden. Ondertussen zijn al verscheidende mogelijke oorzaken geopperd, waaronder stress, inentingen, giftige rookwolken van in brand gestoken oliebronnen en het gebruik van verarmd uranium in bommen. Maar geen van deze verklaringen bleek sluitend.

Sarin
Naast deze oorzaken werd ook het zenuwgas sarin al eens genoemd. Sommige veteranen hadden namelijk melding gemaakt van blootstelling aan dit giftige zenuwgas. Ook het Amerikaanse leger rapporteerde dat tijdens de Golfoorlog chemische middelen, waaronder sarin, in Irak zijn aangetroffen.

Meer over sarin
Sarin is een giftig, door de mens gemaakt zenuwgas. Sarin werd in eerste instantie ontwikkeld als krachtig pesticide maar werd later door de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie gebruikt in chemische oorlogsvoering. De productie ervan werd uiteindelijk in 1997 verboden. Wanneer mensen blootgesteld worden aan sarin, dringt het zenuwgas het lichaam via de huid of ademhaling binnen en valt vervolgens het zenuwstelsel aan. Hoge concentraties leiden vaak tot de dood. Studies naar overlevenden hebben aangetoond dat het bij lagere dosering kan leiden tot langdurige verslechtering van de hersenfunctie.

Op verschillende satellietbeelden is te zien hoe een grote puinwolk opstijgt van een Iraakse opslagplaats voor chemische wapens die tijdens de Golfoorlog gebombardeerd werd door Amerikaanse oorlogsvliegtuigen. De wolk trok vervolgens over de Amerikaanse grondtroepen, waarna duizenden gasalarmen afgingen. Later werd inderdaad bevestigd dat deze wolk sarin bevatte. Vervolgens vonden enkele studies een verband tussen de blootstelling aan sarin en de onverklaarbare symptomen. “Al in 1995, toen we voor het eerst het Golfsyndroom definieerden, wees het bewijs in de richting van blootstelling aan zenuwgas,” zegt onderzoeker Robert Haley. “Maar het heeft vele jaren geduurd om een ​​onweerlegbare zaak op te bouwen.”

Studie
In een nieuwe studie, gepubliceerd in het vakblad Environmental Health Perspectives, onderzochten wetenschappers zowel 508 veteranen met en 508 veteranen zonder het Golfsyndroom. Vervolgens vroegen ze of de veteranen tijdens de oorlog gasalarmen hadden gehoord. Daarnaast verzamelden ze bloed en DNA-monsters van elke veteraan.

Boosdoener
Dankzij de studie denken wetenschappers nu eindelijk het mysterieuze Golfsyndroom te kunnen verklaren. Want het giftige zenuwgas sarin blijkt inderdaad de boosdoener. “Onze bevindingen bewijzen heel eenvoudig dat het Golfsyndroom werd veroorzaakt door sarin, dat vrijkwam toen de Iraakse opslag- en productiefaciliteiten voor chemische wapens gebombardeerd werd,” concludeert Haley.

Het PON1-gen
Daarnaast blijkt ook een bepaald gen een rol spelen. Of iemand al dan niet ziek wordt blijkt namelijk afhankelijk van een gen dat bekend staat als PON1. Dit gen speelt een belangrijke rol bij de afbraak van giftige chemicaliën in het lichaam. De onderzoekers ontdekten dat veteranen die over een ‘zwakkere’ variant van het PON1-gen beschikken, een grotere kans hadden op het Golfsyndroom dan andere aan sarin blootgestelde veteranen die een sterkere vorm van het gen hebben. “Je risico neemt stapsgewijs toe, afhankelijk van je genotype, omdat die genen bepalen hoe goed je lichaam sarin inactiveert,” licht Haley toe. “Dat betekent overigens niet dat je met een sterk PON1-gen geen Golfsyndroom kunt krijgen. Als je aan hoge concentraties wordt blootgesteld, heeft ook je genetische bescherming grenzen.”

Dat onderzoekers er nu in geslaagd zijn om het zenuwgas sarin als hoofdoorzaak voor het Golfsyndroom aan te wijzen, is een belangrijke stap. “Er zijn nog steeds meer dan 100.000 veteranen uit de Golfoorlog die geen hulp krijgen voor deze ziekte,” zegt Haley. “We hopen dat deze bevindingen de zoektocht naar een betere behandeling zullen versnellen.”