Tot nu toe werd gedacht dat onze hersenen lang geleden groter waren dan nu. Ze zouden zo’n 3000 jaar geleden een plotse krimp hebben doorgemaakt. Wetenschappers komen daar nu op terug. 

In de 12de eeuw voor Christus – het was een tijd waarin de mensheid grote rijken stichtte en bijvoorbeeld nieuwe vormen van geschreven tekst uitvond – zou de hersenomvang van mensen ineens zijn afgenomen. Een onderzoeksteam van University of Nevada in Las Vegas (UNLV) zet echter vraagtekens bij deze theorie die populair is onder wetenschappers.

Net mieren
Afgelopen jaar nog was er een groep onderzoekers die concludeerde dat het menselijk brein kromp tijdens de transitie naar moderne stedelijke samenlevingen zo’n 3000 jaar geleden, omdat, zo dachten ze, op het moment dat onze voorouders informatie konden delen in sociale groepen, het minder noodzakelijk was om grote hersenen te hebben. Ze hoefden immers niet alles meer zelf te onthouden. Hun hypothese, die decennia oude ideeën over de evolutionaire krimp van de hersenomvang van de moderne mens onderzocht, was gebaseerd op een vergelijking met evolutionaire patronen die in mierenkolonies zijn waargenomen.

Te snelle conclusies
Maar dat is te makkelijk, zeggen antropologen Brian Villmoare en Mark Grabowski nu. “We werden getroffen door de implicaties van een substantiële afname van de hersenomvang van mensen ruim 3000 jaar geleden, in een tijd waarin belangrijke innovaties werden gedaan en historische gebeurtenissen plaatsvonden – onder meer de opkomst van het Nieuwe Koninkrijk in Egypte, de ontwikkeling van het Chinese schrift, de Trojaanse oorlog en de opkomst van de Olmeken in Midden-Amerika”, zegt Villmoare.

“We bestudeerden de dataset van DeSilva en zijn team opnieuw en ontdekten dat de hersenomvang van mensen in 30.000 jaar tijd helemaal niet hoeft te zijn veranderd, en waarschijnlijk ook niet in 300.000 jaar”, zegt Villmoare. “In feite kunnen we op basis van deze dataset geen krimp van de menselijke hersenen vaststellen in welke periode dan ook sinds het ontstaan van onze soort.”

Duizend fossielen
Het UNLV-onderzoeksteam onderzocht meerdere hypotheses van DeSilva en zijn team afkomstig uit een dataset van bijna duizend fossielen van mensen. Hun studie, die afgelopen week in vakblad Frontiers in Ecology and Evolution verscheen, ontkrachtte het onderzoek op meerdere punten. Zo stellen de onderzoekers dat complexe samenlevingen en landbouw op verschillende momenten in verschillende delen van de wereld ontstonden. Dat zou betekenen dat de krimp van de hersenen ook niet overal op hetzelfde moment zou hebben plaatsgevonden. Dat blijkt echter niet uit de dataset van DeSilva. Meer dan de helft van de 987 onderzochte schedels is bovendien afkomstig uit de laatste 100 jaar van een periode van 9,8 miljoen jaar. Daardoor kun je niet goed inschatten in hoeverre de omvang van de schedel is veranderd in de tijd.

De onderzoekers benadrukken dat theorieën die ervan uitgaan dat de hersenen van mensen gekrompen zijn opnieuw bestudeerd moeten worden. Wat hen betreft kan het heel goed zijn dat de omvang van het menselijk brein sinds het ontstaan van de soort nauwelijks veranderd is.

Krimp van de hersenen
De onderzoekers van UNLV hebben de hypotheses onderzocht van een studie van vorig jaar van onder meer Jeremy DeSilva, antropoloog aan het Amerikaanse Dartmouth College. Samen met zijn team analyseerde hij fossielen van schedels. Zijn conclusie: de menselijke hersenen begonnen 3000 jaar geleden met krimpen. Dat verbaasde hemzelf ook. “Dit is veel recenter dan we hadden verwacht. Wij dachten meer aan 30.000 jaar geleden.” Tot dan toe zou het menselijk brein juist in omvang zijn toegenomen door betere voeding en communicatie in sociale groepen.

De verklaring voor de plotselinge krimp zochten DeSilva en collega’s bij mierenkolonies. Die vertonen aanzienlijke overeenkomsten met menselijke samenlevingen, bijvoorbeeld op het gebied van groepsbesluitvorming, arbeidsverdeling en de productie van eigen voedsel, zo schreven we eerder al. En mierenhersenen bleken kleiner te worden als ze in complexere sociale structuren leefden waarin ze op efficiënte wijze kennis moesten delen. Doordat de kennis met meer mieren gedeeld kon worden, hoefden ze zelf minder te weten en te onthouden en konden de hersenen dus krimpen.

Maar er zijn meer theorieën over de hersenkrimp van mensen. Zo zou ook de opkomst van het schrift een oorzaak kunnen zijn. Doordat we tekst kunnen opslaan buiten onze eigen hersenen hoeven ze niet meer zo groot te zijn. Wat ook wel werd gedacht is dat domesticatie er iets mee te maken heeft. Veel dieren die zijn gedomesticeerd, zoals honden, hebben kleinere hersenen dan hun wilde soortgenoten. Maar het blijft allemaal bij theorieën en speculaties. Zeker nu de laatste hypothese ook is ontkracht.