In ruil daarvoor hebben we vandaag de dag vermoedelijk meer kans op de ontwikkeling van hart- en vaatziekten.

Net zoals planten en dieren is de mens een ‘dynamisch organisme’. Dit betekent dat ook de mens aan evolutie onderhevig is. En dat is goed te zien als je naar onze verre voorouders kijkt. Niet alleen zien wij er vandaag de dag heel anders uit, we gedragen ons ook anders en houden er tegenwoordig een ander eetpatroon op na. In een nieuwe studie hebben Nijmeegse wetenschappers in kaart gebracht hoe moderne Europese populaties in de afgelopen 50.000 jaar zijn geëvolueerd. En dat leidt tot een verrassende ontdekking.

Uiterlijk
Zoals gezegd passen organismen hun uiterlijk (ook wel fenotype genoemd) voortdurend aan tijdens hun leven. Dit uiterlijk kan bijvoorbeeld worden beïnvloed door genetische factoren, sociale en culturele gewoontes, eetgedrag en milieufactoren. Nijmeegse wetenschappers hebben nu onderzocht of ze de ontwikkeling van enkele ‘complexe’ menselijke kenmerken (dat wil zeggen eigenschappen die niet door één gen maar door tientallen tot honderden genen worden bepaald) van moderne Europeanen zouden kunnen achterhalen van pakweg 50.000 jaar voor Christus tot nu. De onderzoekers waren onder andere geïnteresseerd in de ontwikkeling van het menselijk intellect en lichaamslengte, naast de pigmentatie van de huid, gewicht/BMI, vetmetabolisme en hart- en vaatziekten.

Hoe doe je dat?
Je vraagt je misschien af of je alle genen die zich bemoeien met bijvoorbeeld de lichaamslengte kunt opsporen. Het antwoord daarop is ja, en wel met een techniek die GWAS (genome-wide association studies) heet. In dat geval neem je alle genen van de mens (het genoom) om te onderzoeken welke genen een effect hebben op de lengte. Er bestaat overigens geen oorzakelijk verband (je weet niet precies hoe die genen de lengte beïnvloeden), maar er is wel een statistisch verband (het zijn steeds dezelfde genen die opduiken bij het bepalen van de lengte). In een groot bevolkingsonderzoek kun je op deze manier een lijst van genen boven tafel krijgen die betrokken zijn bij de lengte van het menselijk lichaam. Die lijst van moderne Europeanen kun je vervolgens gaan vergelijken met de genen van onze verre voorouders. Ondertussen zijn er al meer dan 800 mensen opgegraven van wie het DNA in kaart kon worden gebracht. Zo krijg je een soort tijdlijn van Europese groeigenen, waarin je op zoek kunt naar veranderingen en omslagpunten.

De onderzoekers komen tot een opvallende ontdekking. “Over het algemeen zien we een duidelijk verschil van verschillende kenmerken voor en na de neolithische revolutie,” vertelt onderzoeker Mihai Netea. Het Neolithicum is een belangrijke periode in de menselijke ontwikkeling. ​Deze periode wordt gekenmerkt door de overgang van een samenleving van jager-verzamelaars met een rondtrekkend bestaan naar een agrarische samenleving van mensen die in nederzettingen woonden en aan landbouw en veeteelt deden – de zogenoemde neolithische revolutie. Dit resulteerde in een compleet andere levenswijze, verandering van dieet, en andere sociaal-culturele gebruiken. “Het is alsof er toen een versnelling van de evolutionaire processen plaatsvond,” aldus Netea.

Veranderingen
De onderzoekers ontdekten onder andere een duidelijke toename in lichaamslengte en een verminderde huidspigmentatie. Europeanen hebben opmerkelijk lang hun donkere huidskleur behouden, die eigenlijk pas in deze periode lichter werd. Mogelijk heeft dat te maken met migratie vanuit populaties uit het Midden-Oosten met een lichtere huid. Daarnaast blijkt het HDL-cholesterol – vaak het ‘goede’ cholesterol genoemd – een duidelijke daling te vertonen. En dat heeft verstrekkende gevolgen. Want dit verhoogt de kans op slagaderverkalking.

Evolutionair voordeel
De veranderingen weerspiegelen de voortdurende evolutionaire processen in de mens. Daarnaast benadrukken ze de impact die de neolithische revolutie had op onze levensstijl en gezondheid. Bovendien is er dus een verandering in genetische factoren die via een daling van HDL-cholesterol tot de ontwikkeling van coronaire hartziekte leidt. En dat roept een prangende vraag op: wat is namelijk het evolutionair voordeel van die lagere HDL-cholesterol concentraties? De onderzoekers hebben wel een vermoeden. “Misschien zit dat in de ontwikkeling van cognitieve functies,” verklaart onderzoeker Yang Li. “Dat komt omdat cholesterol fundamenteel is voor de ontwikkeling en het functioneren van de hersenen. Variaties in de niveaus van HDL zijn al eerder in verband zijn gebracht met veranderingen in intelligentie, leren en geheugen.”

Het betekent dat we tegenwoordig dus langer en slimmer zijn dan onze voorouders. Maar daar betalen we wel een hoge prijs voor. In ruil daarvoor hebben we vandaag de dag meer kans op de ontwikkeling van hart- en vaatziekten. “Dit zijn hypothesen, geen bewijzen,” onderstreept Li. “Maar het illustreert het belang van dit onderzoek, waarin we de factoren bestuderen die de ontwikkeling van complexe menselijke kenmerken kunnen beïnvloeden.”