Grote kans dat ook jij vaker verkleinwoordjes gebruikt, een hoge stem opzet of langzamer praat. En dat is niet zo gek: babypraat blijkt diep in ons menszijn verankerd te zitten.

Je hebt jezelf er vast weleens op betrapt: als je tegen een baby praat, klinkt je stem toch nét wat anders dan wanneer je het tegen een leeftijdsgenoot hebt. Wanneer we tegen baby’s praten, gebruiken we bijvoorbeeld vaak verkleinwoordjes, zetten een hoge stem op en praten langzamer. In een nieuwe studie, gepubliceerd in het vakblad Nature Human Behaviour, waren onderzoekers benieuwd of alle volken op aarde zich aan babypraat schuldig maken. Het antwoord zal je wellicht verrassen.

Van Tanzania tot Beijing
Meer dan 40 wetenschappers verzamelden maar liefst 1.616 opnames van volwassenen, behorend tot 21 verschillende samenlevingen, die tegen baby’s praten. Deze samenlevingen omvatten miljoenensteden (zoals Beijing) en kleinere steden (denk aan de Nieuw-Zeelandse hoofdstad Wellington) tot aan kleine nomadische groepen bestaande uit slechts 35 mensen (zoals de Hadza uit Tanzania). Vervolgens gebruikten de onderzoekers computers om akoestische kenmerken te bestuderen.

Babypraat
Het team ontdekte dat de akoestische kenmerken consequent verschilden tussen op baby en op volwassenen gerichte spraak. Wanneer de onderzochte personen het bijvoorbeeld tegen baby’s hadden, gebruikten ze zuiverdere timbres, waren de liedjes meer ingetogen en praatten de meesten met een hogere stem. Toen de opnames vervolgens voor ruim 51.000 mensen afkomstig uit 187 verschillende landen werden afgespeeld, konden de luisteraars verrassend goed raden wanneer er tegen baby’s werd gesproken.

Wist je dat…
…zelfs vleermuizen aan babypraat doen? Net als mensen veranderen vleermuismoeders de hoogte van de stem als ze tegen hun jongen ‘praten’.

Wat deze bevindingen ons vertellen? Het laat zien dat mensen overal ter wereld aan babypraat doen. Kortom, hoe verschillend culturen ook zijn, de manier waarop we tegen baby’s praten, is overal nagenoeg hetzelfde. En dat is een opvallende ontdekking. Dit suggereert namelijk dat het een gemeenschappelijke, geëvolueerde functie kan hebben. “De overeenkomsten suggereren een gemeenschappelijk kenmerk van de menselijke psychologie,” aldus onderzoeker Quentin Atkinson.

Verschillen
Dat betekent overigens niet dat er helemaal geen verschillen bestaan. “Hoewel alle culturen zich schuldig maken aan babypraat, bestaan er tussen samenlevingen verschillende gradaties,” legt Samuel Mehr uit. “Hoewel vrijwel iedereen een hogere stem opzet, is het verschil in toonhoogte bij sommige samenlevingen groter dan bij andere. In Nieuw-Zeeland zetten mensen bijvoorbeeld met name een hoge stem op, terwijl het verschil in toonhoogte bij de Hadza in Tanzania kleiner is.”

Al met al laten de bevindingen uit de studie zien dat babypraat diep in ons menszijn verankerd zit. Hoewel mensen overal ter wereld dus babypraat gebruiken, mag het overigens een wonder heten dat kinderen op basis van die babypraat leren praten. Zo toonde een eerder onderzoek aan dat wanneer we tegen een baby praten, we juist slechter te verstaan zijn dan wanneer we tegen een volwassene praten. Het betekent dat we bepaalde klanken die op elkaar lijken – zoals pa en ba of po en bo – duidelijker uitspreken wanneer we met een volwassene in gesprek zijn. En dat is eigenlijk heel opmerkelijk. Gedacht werd dat babypraat juist duidelijker was en bedoeld is om het voor kinderen gemakkelijker te maken bepaalde klanken te leren. Maar het feit dat baby’s in staat zijn om geluiden op te pikken uit taal die minder duidelijk is dan de taal die volwassenen onderling gebruiken, is eigenlijk een prestatie op zich.