Door een uitwisseling van kennis, ideeën en technieken verspreidden methoden om potten te bakken zich 8.000 jaar geleden razendsnel, zo tonen onderzoekers aan.

In de loop van de tijd zijn er op verschillende bekende prehistorische vindplaatsen van jager-verzamelaars potten aangetroffen. In een nieuwe studie hebben onderzoekers zich over ruim 1.200 exemplaren gebogen. En dat leidt tot een opmerkelijke ontdekking. Want blijkbaar raakten jager-verzamelaars maar niet uitgepraat over de kunst van het pottenbakken.

Studie
Het team analyseerde de overblijfselen van 1.226 aardewerk potten. Deze potten zijn gevonden op 156 verschillende locaties in negen landen in Noord- en Oost-Europa. Met behulp van koolstofdatering slaagden de onderzoekers erin de potten te dateren. Vervolgens verzamelden ze gegevens over de productie en decoratie van keramisch aardewerk en analyseerden de voedselresten die ze in de potten hadden aangetroffen.

Onderzoekers hebben zich over deze en nog ruim 1.200 andere potten gebogen. Afbeelding: University of York

Uit de resultaten blijkt dat bekende technieken voor het maken van aardewerk in korte tijd grote afstanden aflegden. De onderzoekers vermoeden dat de kunst van het pottenbakken zich vanaf omstreeks 5.900 voor Christus razendsnel in westelijke richting verspreidde. Slechts 300 tot 400 jaar later bereikte het gebieden die maar liefst 3.000 kilometer verderop lagen. Ter vergelijking, dit komt overeen met een afgelegde afstand van 250 kilometer binnen één generatie.

Uitwisseling
In die tijd waren er natuurlijk nog geen telefoons en emails. En dus rijst de vraag hoe het kan dat kennis, ideeën en technieken om potten te bakken zich zo rap onder jager-verzamelaars verspreidden. Het team veronderstelt dat kennis van zaken door middel van sociale tradities werd doorgegeven. “Onze analyse van de manier waarop potten werden ontworpen en gedecoreerd, in combinatie met nieuwe methoden voor koolstofdatering, suggereert dat uitwisseling van kennis plaatsvond via culturele overdracht,” aldus onderzoeker Oliver Craig.

Buren
Het betekent dat jager-verzamelaars graag over hun nijverheid spraken met bijvoorbeeld vrienden en buren. “De pottenbakkerij verspreidde zich door de uitwisseling van ideeën tussen groepen jager-verzamelaars die dicht bij elkaar leefden,” denkt Craig. Migratie of een groeiende bevolking, twee factoren die verantwoordelijk zijn voor enkele andere belangrijke veranderingen in de menselijke geschiedenis (zoals de introductie van landbouw), sluit de onderzoeker als mogelijkheid uit. Het lijkt erop dat de kennis reisde, niet de mensen.

Huwelijken of verzamelcentra
Dat de methoden van pottenbakken zich zo ver en zo snel hebben verspreid, is nogal verrassend. Wat hoe ging dat precies in zijn werk? “Specifieke kennis kan zijn gedeeld via huwelijken of op verzamelcentra – specifieke punten in het landschap waar groepen jagers-verzamelaars misschien op gezette tijden van het jaar samenkwamen,” zo veronderstelt Craig. Hoewel de grondstof om kleipotten te maken overal verkrijgbaar was, moet de technische kennis die nodig was om ze te maken en te bakken van persoon op persoon zijn doorgegeven.

Culinaire tradities
Daarnaast licht de vondst van specifieke sporen van organisch materiaal in de potten ook een tipje van de sluier op. Zo blijkt dat het onderzochte aardewerk werd gebruikt om te koken. “We hebben bewijs gevonden dat de potten werden gebruikt voor het koken van een breed scala aan dieren, vissen en planten,” zegt Carl Heron van het British Museum. Dit suggereert dat methoden om potten te bakken mogelijk zijn verspreid via gedeelde culinaire tradities. “We vonden aanwijzingen dat het gebruik van aardewerk samen met kennis over hun vervaardiging en decoratie werd overgedragen,” gaat Heron verder. “Dit kan worden gezien als culinaire tradities die, samen met de artefacten zelf, snel werden doorgegeven.”

Geavanceerd
Kortom, de kunst van het pottenbakken heeft een behoorlijke reis achter de rug. Bovendien levert de studie levert bewijs dat jager-verzamelaars veel geavanceerder waren dan archeologen tot nu toe hadden gedacht. Decennialang geloofden onderzoekers dat aardewerk samen met landbouw en gedomesticeerde dieren in Europa arriveerde, als onderdeel van een ‘pakket’ technologieën. Maar de huidige studie toont aan dat jager-verzamelaars blijkbaar zelf al over de nodige knowhow beschikten om potten te bakken.

Overigens gaat het begin van de pottenbakkerij nog veel verder terug. Het oudste aardewerk ter wereld is namelijk gevonden in Oost-Azië en is uitgevonden door jager-verzamelaars tegen het einde van de laatste ijstijd. Vervolgens verspreidde het zich naar het oosten, door Siberië, voordat de technieken werden overgenomen door Noord-Europese jager-verzamelaars, allemaal lang voor de komst van de landbouw.