Men neme: een beetje doorzettingsvermogen. En..stickers.

Peuters eten meer groente als ze beloond worden wanneer ze groente proeven. Tot die conclusie komen onderzoekers van Maastricht University. Ze presenteerden hun bevindingen vorige week tijdens het European Congress on Obesity dat eveneens in Maastricht plaatsvond en middels die ene presentatie het leven van goedbedoelende, maar lichtelijk gefrustreerde ouders dus wellicht wat gemakkelijker kan maken.

Kieskeurig
Waar dreumesen doorgaans nog wel open staan voor nieuwe smaken en allerhande (vergeten) groenten is dat met peuters vaak heel anders. Zo rond de twee jaar worden de meeste kinderen namelijk – als het om eten gaat – uitermate kieskeurig. “In deze fase hebben kinderen moeite met het proberen van nieuwe dingen en zijn vooral bittere groenten een probleem,” zo vertelt onderzoeker Britt van Belkom. Het leidt aan menig eettafel tot de nodige wanhoop en frustratie, die soms noodgedwongen overgaat in enige berusting in het feit dat de peuter enkel nog maar appelmoes eet.

Hoop
Maar er gloort hoop. Want Van Belkom en collega’s tonen nu aan dat kinderen ook in deze kieskeurige fase met een beetje handigheid tot het eten van groenten verleid kunnen worden. En wel door ze groenten veelvuldig voor te schotelen en het proeven ervan te belonen met een tastbaar cadeautje, bijvoorbeeld in de vorm van een sticker.

Het experiment
Van Belkom en collega’s trekken die conclusie op basis van een experiment waaraan bijna 600 kinderen die op het kinderdagverblijf zaten en tussen de 1 en 4 jaar oud waren, aan deelnamen. De kinderen werden in drie groepen ingedeeld. De kinderen in de eerste en tweede groep kregen gedurende drie maanden, elke dag dat ze op het kinderdagverblijf waren, een breed scala aan groenten voorgeschoteld, maar enkel de kinderen in de eerste groep kregen wanneer ze daadwerkelijk van de groente proefden een tastbare beloning. De derde groep was de controlegroep: kinderen in deze groep kregen geen groenten voorgeschoteld en ontvingen ook geen beloning.

Kennis
Voorafgaand aan het experiment en na afloop van het experiment werd de kennis omtrent groenten getest. Alle kinderen kregen 14 verschillende soorten groenten te zien (tomaat, sla, wortel, komkommer, ui, broccoli, erwten, bloemkool, bonen, asperges, pompoen, paprika, witlof en champignons) en moesten er zoveel mogelijk bij naam noemen. Daarnaast kregen de kinderen ook de kans om van zes soorten groenten twee hapjes te proeven.

Resultaten
Voorafgaand aan het onderzoek konden de kinderen uit de controlegroep 8 groenten bij naam noemen. Na afloop van het experiment waren dat er 10. De kinderen uit de groepen die op het kinderdagverblijf dagelijks aan allerlei groenten werden blootgesteld konden voorafgaand aan het experiment 9 van de 14 groenten bij naam noemen. Na afloop van het experiment kenden ze 11 van de 14 groenten bij naam. Voorafgaand aan het onderzoek waren alle kinderen bereid om 5-6 hapjes groente te proeven. Na afloop van het experiment nam de bereidheid om groente te proeven enkel onder de kinderen die op het kinderdagverblijf dagelijks aan groente waren blootgesteld en beloond waren wanneer ze groente proefden, toe. De kinderen uit de controlegroep waren na drie maanden juist minder bereid om groenten te proeven, terwijl de bereidheid om groente te proeven onder kinderen die op het kinderdagverblijf wel dagelijks aan groente waren blootgesteld, maar niet beloond werden wanneer ze er daadwerkelijk van proefden, gelijk bleef.

“Het regelmatig aanbieden van groenten aan peuters op het kinderdagverblijf zorgt ervoor dat ze meer soorten groenten herkennen,” zo concludeert Van Belkom. “Maar het belonen van peuters voor het proeven van groenten lijkt ook hun bereidheid om verschillende groenten uit te proberen, te vergroten.”

Tips voor thuis
Hoewel het onderzoek zich afspeelde op kinderdagverblijven bieden de bevindingen zeker ook handvaten voor thuis. “Ik zou ouders allereerst willen aanraden om een bepaalde groente eigenlijk 8-10 keer aan te bieden aan hun kinderen,” zo vertelt Van Belkom aan Scientias.nl. “Ouders geven het meestal na 3-4 keer op, als hun kind een bepaalde groente telkens uitspuugt of er niet eens aan begint. Echter is die herhaalde blootstelling erg belangrijk voor de waardering en de consumptie van groenten. Mocht dit echter als belastend voelen voor de ouders dan zou ik zeker overwegen om een beloning (zoals stickers of stempels) toe te voegen aan het groentemoment, zoals ook vaker wordt gedaan met bijvoorbeeld zindelijk worden.”

Wat natuurlijk opvalt, is dat de onderzoekers kiezen voor een tastbare beloning en niet – zoals sommige ouders nog wel eens willen doen – een eetbare beloning (bijvoorbeeld in de vorm van een toetje). Dat is een bewuste keuze, zo legt Van Belkom uit. “Voeding belonen met voeding zou een negatief effect hebben op het honger-verzadigingsgevoel van kinderen omdat ze bij wijze van spreken hun bord leeg “moeten” eten om daarna ook nog een toetje te mogen eten. Kinderen kunnen daardoor niet goed aanvoelen wanneer ze vol zitten en zullen zich gaan overeten.”

Stickers
Wie kieskeurige peuters aan de groente wil krijgen, doet er dus goed aan om naast groente ook een sticker te serveren. Dat zorgt er op korte termijn wellicht voor dat het wat gezelliger is aan de eettafel. Maar ook op lange termijn kan deze aanpak zijn vruchten afwerpen, doordat de basis wordt gelegd voor een gezonde levensstijl die de kans op overgewicht, hart- en vaatziekten en kanker verkleint. “Het is belangrijk om op jonge leeftijd te beginnen met het eten van groenten,” stelt Van Belkom.

Of een eenmalige stickerkaart genoeg is om zo’n gezonde levensstijl te initiëren, is overigens nog niet bewezen. “In deze studie hebben we alleen het directe effect na 3 maanden gemeten,” vertelt Van Belkom. “Het zou mooi zijn om in een later stadium ook het lange termijn effect te kunnen meten van de interventie. Wat zou er over blijven van dit effect als de interventie stopt en je na 3 maanden (in totaal dus 6 maanden) nogmaals meet wat de effecten zijn?” Vervolgonderzoek moet dat uitwijzen. Maar in afwachting daarvan kan het natuurlijk geen kwaad om in de omgang met kieskeurige peuters de stickerkaart eens een kans te geven.