Hij gaat zoemen als een wesp.

Wanneer een uil zijn zinnen gezet heeft op een vale vleermuis lijkt de laatstgenoemde daar weinig tegen te kunnen doen. Hij kan hooguit proberen om te vluchten en zich te verstoppen, maar veel meer opties zijn er niet. Tenminste: dat dachten we. Want wetenschappers hebben nu ontdekt dat de vleermuis nóg een tactiek kent: hij bluft. En wel door een zoemend geluid te maken en zich zo veel gevaarlijker voor te doen dan deze in werkelijkheid is. En dat werkt!

Batesiaanse nabootsing
Het is een klassiek voorbeeld van zogenaamde Batesiaanse nabootsing. “Bij Batesiaanse nabootsing imiteert een ongewapende soort een gewapende soort om roofdieren weg te jagen,” legt onderzoeker Danilo Russo uit. Zo zijn er eerder bijvoorbeeld vliegen, vlinders en slangen beschreven die qua kleur en/of tekening sprekend lijken op giftige tegenhangers, maar zelf niet giftig zijn. Met de zoemende vale vleermuis kunnen onderzoekers nu echter voor het eerst ook een zoogdier aanwijzen dat aan Batesiaanse nabootsing doet. “Stel je een vleermuis voor die door een roofdier gevangen, maar nog niet gedood is. Het zoemende geluid kan het roofdier gedurende een fractie van een seconde op het verkeerde been zetten – en dat is genoeg om weg te kunnen vliegen.”

Eerder onderzoek
De onderzoekers kwamen deze slimme tactiek eigenlijk jaren geleden al op het spoor toen ze vale vleermuizen in het kader van een heel ander onderzoek probeerden te vangen. “Wanneer we de vleermuizen vastpakten om ze uit het net te halen of te onderzoeken, dan zoemden ze als wespen,” vertelt Russo. Tijd en ruimte om uit te zoeken waarom de vleermuizen dat bijzondere geluid maakten, was er niet. Maar de kwestie bleef Russo en collega’s wel bezighouden. Het resulteerde in een tweede onderzoek naar deze vleermuizen én een onderzoeksartikel – verschenen in het blad Current Biology – waarin de vale vleermuis wordt aangewezen als het eerste zoogdier dat aan Batesiaanse nabootsing doet.

In het onderzoeksartikel beschrijven onderzoekers allereerst de overeenkomsten die er zijn tussen het gezoem van vale vleermuizen die in het nauw zitten en het gezoem van stekende insecten, zoals hoornaars. En er bleken nogal wat overeenkomsten te zijn. Met name wanneer de onderzoekers het gezoem van de vale vleermuizen en hoornaars zo aanpasten dat we de geluiden waarnemen zoals uilen – belangrijke tegenstanders van de vale vleermuizen – dat doen. In dat geval leek het gezoem van de vale vleermuis nog sterker op dat van wespen. En dat wijst erop dat het voor uilen nog veel lastiger is dan voor ons om de zoemgeluiden van een onschadelijke vleermuis van die van een gevaarlijke hoornaar te onderscheiden.

Experiment
De onderzoekers zochten ook uit wat het gezoem met uilen deed. Ze speelden daartoe verschillende geluiden – waaronder het gezoem van de vale vleermuizen en hoornaars, maar ook het geluid van een mogelijke prooi – voor de uilen af. En door de bank genomen zagen ze dat de uilen in reactie op de zoemende geluiden bij de speaker vandaan bewogen, terwijl ze in reactie op geluiden van mogelijke prooien juist dichter bij de speaker gingen zitten.

Het wijst er volgens de onderzoekers op dat uilen het niet op stekende insecten hebben en dat de vale vleermuis door het geluid van deze insecten na te bootsen, de uilen op afstand kan houden. Waarom uilen liever niet in de buurt van stekende insecten komen, is onduidelijk. Het lijkt aannemelijk dat het voortvloeit uit een eerdere negatieve ervaring met wespachtigen, waarbij de uilen gestoken werden. Hard bewijs dat een dergelijke aanvaring aan hun terughoudendheid ten grondslag ligt, is er echter niet.

Bijzonder
Dat vleermuizen als gevaar dreigt het geluid van wespachtigen nabootsen, is volgens de onderzoekers – ondanks het feit dat de vleermuizen, uilen en wespen in hetzelfde gebied voorkomen en elkaar dus waarschijnlijk regelmatig tegen het lijf lopen – opmerkelijk. “Het is enigszins verrassend dat uilen het akoestische gedrag van vleermuizen, aan de hand van hun eigen onplezierige ervaringen met stekende insecten, vormgeven,” vindt Russo. “Het is slechts één van de talloze voorbeelden die de schoonheid van evolutionaire processen illustreren.”

Hoewel de vale vleermuis de eerste zoogdiersoort is die van Batesiaanse nabootsing wordt beticht, is het zeer waarschijnlijk niet de laatste. Vermoed wordt dat er nog wel meer vleermuizen zijn die vergelijkbare tactieken gebruiken om uit de klauwen van roofdieren te blijven.