De Homo sapiens heeft de Neanderthaler mogelijk niet met geweld van het wereldtoneel verdreven, maar met seks.

Ongeveer 2 procent van het genoom van alle levende mensen buiten Afrika is afkomstig van Neanderthalers, maar er is erg weinig bewijs dat dit andersom ook geldt: Neanderthalers hebben geen genen van de mens overgenomen. Een nieuwe studie stelt dat mogelijk de kruising met onze voorvaderen ertoe heeft geleid dat steeds minder Neanderthalers zich voortplantten door met elkáár seks te hebben. Dat zou uiteindelijk hun ondergang hebben veroorzaakt.

Kan toeval zijn
Er zijn tot nu toe nog maar 32 genomen van Neanderthalers in kaart gebracht dus het kan toeval zijn dat er geen DNA van de Homo sapiens is teruggevonden in hun genen. Maar de wetenschappers denken van niet en hopen dat door betere technologie meer genomen beschikbaar komen en hun hypothese definitief kan worden bewezen.

Professor Chris Stringer van het Britse Natural History Museum en auteur van de nieuwe studie legt uit: “We denken dat het seksuele gedrag van Neanderthalers kan hebben geleid tot hun uitsterving, omdat ze regelmatig paarden met Homo sapiens. Daardoor nam hun populatie af tot ze uiteindelijk verdwenen.”

Neanderthalers en Homo sapiens: hoe zat het ook alweer?
De beide soorten scheidden zich van elkaar af rond 600.000 jaar geleden en ontwikkelden zich in heel verschillende gebieden op de wereld. Fossielen van Neanderthalers zijn gevonden in Europa en Azië tot aan het zuiden van Siberië. Ze hebben daar minstens 400.000 jaar doorgebracht in een veel kouder klimaat dan nu.
Ondertussen ontwikkelden onze eigen voorvaderen zich in Afrika. Onduidelijk is of ze direct afstamden van een oude Afrikaanse menssoort of het resultaat waren van een mix van verschillende groepen die verspreid over het continent leefden. Uit genetische data valt af te leiden dat de beide soorten elkaar voor het eerst tegenkwamen toen de Homo sapiens op zoek ging naar voedsel buiten Afrika, zo’n 250.000 jaar geleden.

Lastig kletsen
De verschillen tussen beide soorten moeten groot geweest zijn en de communicatie lastig. “Het verschil in taal is waarschijnlijk veel groter dan we ons kunnen voorstellen, gezien de lange tijd dat ze gescheiden leefden en is veel groter dan tussen welke taal die nu bestaat dan ook”, aldus Stringer.

De taalbarrière zou nog extremer zijn geweest, vanwege de verschillen in hersenen en het gebruik van de stem. In het genoom van de Neanderthaler zijn 600 verschillen gevonden vergeleken met onze eigen soort, vooral op het gebied van de stem en het gezicht. Een bekend voorbeeld is het platte voorhoofd met de zware wenkbrauwen van Neanderthalers die ze mogelijk ook gebruikten voor communicatie.

Kruising
Hoe ze ook contact hadden, deze ontmoetingen hebben geleid tot de kruising van de twee soorten. Toch zijn de Neanderthaler-genen die we vandaag de dag nog bij ons hebben niet het gevolg van deze vroege interacties. Dat gebeurde pas veel later, toen de moderne mensen veel verder migreerden, zo’n 60.000 jaar geleden.

Schedel van een Neanderthaler. Foto: Halamka / Getty

Of die kruising van soorten geheel vrijwillig ontstond, is nog maar de vraag. Mogelijk was er ook sprake van gewelddadig seksueel contact. Ontmoetingen tussen twee verschillende groepen chimpansees, onze meest naaste familieleden, tonen bewijs van zowel vrijwillige seks als gewelddadig gedrag.

Geen menselijk DNA
Dat er geen menselijk DNA is teruggevonden bij de Neanderthalers kan komen doordat de soort alleen maar nageslacht kon produceren op één manier, namelijk als een mannelijke Neanderthaler met een Homo sapiens-vrouwtje het bed deelde en dus niet andersom. Het ontbreken van DNA-mitochondriën, die geërfd worden via de vrouwelijke Neanderthalers, bij levende mensen zou daarvoor bewijs kunnen zijn. Maar mogelijk waren de mannen die geboren werden uit de combinatie Neanderthaler-Homo sapiens ook minder vruchtbaar dan de vrouwen.

Het einde
Het einde van de Neanderthalers was zo een combinatie van factoren: ze leefden toch al in kleine groepen verspreid over een groot gebied vanwege de zware leefomstandigheden en paarden minder met elkaar en meer met Homo sapiens. Daarbovenop kwam de vermenging van de twee soorten en mogelijk verminderde vruchtbaarheid, die hen uiteindelijk de das omdeden.

“We weten niet of de genen maar één richting op gingen, omdat het paren simpelweg niet gebeurde, omdat het wel gebeurde maar niet succesvol was of dat de Neanderthaler-genomen die wij hebben niet representatief zijn”, reageert Stringer. “Als we meer genomen van Neanderthalers kunnen analyseren zijn we beter in staat om vast te stellen of er ook DNA van de Homo sapiens naar de Neanderthalers is gegaan.” Vervolgonderzoek kan zich ook richten op gelijksoortige vragen over andere menssoorten, zoals de Denisovans, zodat we een beter idee krijgen van hoe onze soort interacteerde met onze naaste familieleden.