Nieuw onderzoek trekt het idee dat alles in duigen viel doordat de populatie te snel groeide en de landbouw te snel werd opgeschaald in twijfel.

Opeens waren ze weg: de Maya’s. In het jaar 950 verdween dit eens zo machtige rijk in een rap tempo. Maar wat er precies aan hun teloorgang ten grondslag lag, is tot op de dag van vandaag een raadsel. Vaak wordt gesteld dat ze hun eigen glazen ingooiden. “Het verhaal gaat zo,” begint onderzoeker Andrew Scherer. “De bevolking werd te groot, de landbouw schaalde op en toen stortte alles in.” Maar een nieuwe studie suggereert nu dat dat waarschijnlijk niet het hele verhaal is.

De Mayabeschaving is globaal opgedeeld in vier hoofdperioden: de preklassieke periode (2000 v. C. – 250 n. C.) kenmerkt het begin, waarin de cultuur langzaam tot ontwikkeling kwam. Daarna volgde Klassieke periode (250 – 800 n. C.). Dit was het hoogtepunt van de Maya’s, waarin de bouw van monumentale architectuur, intellectuele en artistieke ontwikkeling en groei van steden de boventoon voerden. Daaropvolgend was de terminal klassieke periode (800 – 1000 n. C), waarin er al wat problemen boven kwamen drijven. Als laatste herkennen we de postklassieke periode (1000 – 1539 n. C.), het einde van het Maya-tijdperk.

Jarenlang hebben deskundigen op het gebied van klimaatwetenschap en ecologie de landbouwpraktijken van de oude Maya’s naar voren geschoven als het uitstekende voorbeeld van hoe het vooral niet moet. “De Maya’s zijn afgeschilderd als mensen die zich bezighielden met een ongecontroleerde landbouwontwikkeling,” aldus Scherer. Velen geloven dan ook dat alles in duigen viel doordat de populatie te snel groeide en de landbouw te snel werd opgeschaald. Maar een nieuw onderzoek toont nu aan dat sommige Maya-koninkrijken er eeuwenlang juist duurzame landbouwpraktijken op nahielden en daardoor tevens hoge voedselopbrengsten kenden.

Onderbelichte regio
Toen de onderzoekers aan hun studie begonnen, was hun doel niet noodzakelijkerwijs om lang gekoesterde veronderstellingen over Maya-landbouwpraktijken te ontkrachten. Ze wilden daarentegen meer te weten komen over de infrastructuur van een relatief onderbelichte regio. Terwijl sommige delen van het westelijke Maya-gebied goed bestudeerd zijn – denk aan de bekende oude Maya-stad Palenque – weten we van andere gebieden juist nog vrij weinig. Dat komt omdat het dichte tropische bladerdak sporen van oude gemeenschappen lange tijd aan het zicht heeft onttrokken. Pas in 2019 ontdekten Scherer met zijn team bijvoorbeeld pas het koninkrijk Sak tz’i, dat archeologen al tientallen jaren probeerden te vinden.

Agrarische intensivering
Met behulp van drones en laserpulsen bracht het team een rechthoekig stuk land dat drie Maya-koninkrijken met elkaar verbond – te weten Piedras Negras, La Mar en Sak tz’i – in kaart. En het leidt tot een verrassende ontdekking. In alle drie de koninkrijken troffen de onderzoekers sporen aan van wat de onderzoekers ‘agrarische intensivering’ noemen; landaanpassingen om het volume van de gewasopbrengst te vergroten.

Deze afbeeldingen leveren bewijs van uitgestrekte irrigatiekanalen in de regio. De donkere grond links toont de overblijfselen van een oud kanaal. Afbeelding: Brown University

De onderzoekers ontdekten onder andere uitgebreide irrigatie-systemen en terrassen die binnen en buiten de steden waren gebouwd. Dit suggereert dat de koninkrijken niet alleen waren voorbereid op bevolkingsgroei, maar waarschijnlijk ook jaarlijks voedseloverschotten hadden.

Strategisch denken
Het betekent dat de Maya’s dus terrassen en hele watersystemen bouwden, compleet met dammen en gekanaliseerde velden. En dat wijst op geavanceerde landbouw. “Wat we in deze studie ontdekten, wijst erop dat de Maya’s die in dit gebied leefden, strategisch nadachten,” zegt Scherer. “We vonden bewijs van een langdurige landbouwinfrastructuur in een gebied met een relatief lage bevolkingsdichtheid. Dit suggereert dat ze niet tegen het einde nog wat akkers uit de grond stampten als een laatste wanhopige poging om de opbrengsten te verhogen. Ze dachten juist een aantal stappen vooruit.”

Inspiratie
Wellicht dat de landbouwpraktijken van de Maya’s – die dus mogelijk helemaal niet zo belabberd waren – ter inspiratie kunnen dienen voor de moderne landbouwsector, die op zoek is naar duurzame manieren om voedsel te verbouwen voor een almaar groeiende wereldbevolking. “Vandaag de dag worden voormalige Maya-gebieden omgezet in landbouwgrond voor veeteelt en palmolieplantages,” zegt Scherer. “Maar in de regio’s waar men nog steeds maïs en andere gewassen verbouwt, kan er soms wel drie keer per jaar geoogst worden. Het zou goed kunnen dat die hoge opbrengsten deels te danken zijn aan de kanalisering en andere aanpassingen die de oude Maya’s aan het landschap hebben aangebracht.”

De onderzoeker hoopt dat de studie een wat genuanceerder beeld van de Maya-beschaving schept. “In gesprekken over de hedendaagse klimaatcrisis worden de Maya’s vaak als waarschuwing naar voren gebracht: ‘ze hebben het verpest en we willen die fout niet herhalen’,” zegt Scherer. “Maar uit ons onderzoek blijkt dat ze mogelijk wel geavanceerde landbouwpraktijken kenden. De Maya’s waren mogelijk veel vooruitstrevender dan we dachten.”