Wie snel een paar pondjes aankomt, gooit het nogal eens op zijn trage stofwisseling. En dat zou best eens kunnen kloppen.

Een deel van de bevolking heeft mogelijk bepaalde darmbacteriën die gemiddeld meer voedingsstoffen halen uit voedsel dan de microben in de darmen van anderen, blijkt uit onderzoek van de universiteit van Kopenhagen. Het zou kunnen verklaren waarom de een veel sneller aankomt dan de ander, terwijl het eetpatroon hetzelfde is.

De onderzoekers bestudeerden de restenergie in de ontlasting van 85 volwassen Denen met overgewicht om in te schatten hoe effectief hun darmbacteriën energie uit voedsel haalden. Tegelijkertijd brachten ze bij iedere deelnemer de samenstelling van de darmmicroben in kaart.

Efficiënt maar dik
Hun conclusie: ongeveer 40 procent van de deelnemers behoorde tot de groep die gemiddeld meer energie uit voedsel haalt vergeleken met de andere 60 procent. De onderzoekers merkten ook op dat degenen met de darmbacteriën die de meeste voedingsstoffen uit voedsel onttrokken gemiddeld 10 procent meer wogen, wat optelde tot een extra 9 kilo gemiddeld. “We hebben mogelijk de sleutel gevonden waardoor sommige mensen meer aankomen dan anderen, zelfs als ze niet meer eten. Maar er is extra onderzoek nodig”, aldus onderzoeker Henrik Roager. Overgewicht lijkt dus niet alleen te worden bepaald door hoe gezond je eet of hoeveel je beweegt. Het kan ook te maken hebben met de samenstelling van je darmbacteriën.

De deelnemers waren in drie groepen verdeeld op basis van de samenstelling van hun darmflora: het B-type (Bacteroïden), het R-type (Ruminococcaceae) en het P-type (Prevotella). Het zogenoemde B-type dat gedomineerd wordt door Bacteroïden, was effectiever in het onttrekken van voedingsstoffen uit eten en betrof 40 procent van de deelnemers.

Te veel energie
Tijdens de studie begonnen de onderzoekers te vermoeden dat er een deel van de bevolking is dat wordt benadeeld door darmbacteriën die een beetje té effectief zijn in het halen van energie uit voedsel. Daardoor komen er meer calorieën beschikbaar voor de mens uit dezelfde hoeveelheid voedsel. “Het feit dat onze darmbacteriën goed zijn in het onttrekken van energie uit voedsel is in principe iets positiefs. Het metabolisme voorziet in extra energie in de vorm van bijvoorbeeld vetzuren, moleculen die ons lichaam goed kan gebruiken als brandstof. Maar als we meer consumeren dan we verbranden dan kan die extra energie leiden tot overgewicht”, aldus Roager.

Snelle spijsvertering
Ons voedsel doet er ongeveer 12 tot 36 uur over om van onze mond door onze maag en darmen te gaan om uiteindelijk in ontlasting te veranderen. Ondertussen worden alle voedingsstoffen eruit gehaald. De onderzoekers bestudeerden ook hoe lang dit duurde bij elke deelnemer – ze hadden allemaal ongeveer hetzelfde eetpatroon. De wetenschappers dachten dat degenen bij wie het het langst duurde voor het voedsel verteerd was, ook de mensen waren bij wie de meeste voedingsstoffen uit hun voedsel werden gehaald. Er was immers meer tijd om alle energie aan het eten te onttrekken. Maar het tegendeel bleek waar.

“We dachten dat een langere duur van de vertering ook zou beteken dat er meer voedingsstoffen uit voedsel werden gehaald. Maar wij zagen juist dat de deelnemers met het B-type darmbacteriën, die de meeste energie uit eten haalden, ook de snelste passage hadden van het voedsel door het spijsverteringsstelsel”, legt Roager uit.

Muizen
De studie bevestigt de bevindingen van eerder onderzoek bij muizen. Daaruit bleek dat microbe-vrije muizen die darmbacteriën kregen van obese donoren, dikker werden dan muizen die darmbacteriën ontvingen van slanke donoren, ook al volgden ze hetzelfde dieet.
Ook toen al dachten de onderzoekers dat verschillen in gewichtstoename ontstonden doordat de darmbacteriën van de dikke mensen efficiënter werkten. Deze theorie is nu bevestigd bij mensen.

“Het is erg interessant dat de groep mensen die minder voedingsstoffen over heeft in de ontlasting gemiddeld meer weegt”, aldus Roager. Hoewel meer onderzoek nodig is om een oorzakelijk verband vast te stellen, lijkt het er sterk op dat dit mede bepaalt waarom sommige mensen sneller dik worden dan anderen. Een vervolgstap zou kunnen zijn om te kijken of je de samenstelling van de darmbacteriën zo aan kunt passen dat dikke mensen makkelijker slank worden.