Je leven opofferen voor een oom, broer of neef, zodat je familie een grotere kans heeft om zich voort te planten. Bij dieren is deze evolutionaire strategie al langer bewezen, maar nu toont een experiment aan dat het ook bij mensen zo werkt.

Wetenschappers van onder meer het MIT (Massachusetts Institute of Technology) wilden aantonen dat Hamilton’s rule niet alleen voor dieren maar ook voor mensen geldt. Deze evolutionaire regel gaat ervan uit dat verwante personen elkaar helpen, zelfs als dit ten koste gaat van hun eigen voortbestaan. Professor Andrew Lo van MIT en professor Moshe Levy van de Hebrew University hebben sterk bewijs gevonden voor deze regel in een experiment waarin mensen geld uitwisselden met anderen, die in verschillende mate verwant aan hen waren, zo schrijven de wetenschappers in wetenschappelijk tijdschrift Proceedings van de National Academy of Sciences. “Onze bevindingen zijn niet alleen belangrijk, omdat ze Hamilton’s rule rechtstreeks bewijzen in financiële situaties, maar ook omdat ze aantonen dat de principes van de evolutionaire biologie en de economie nauwer met elkaar verbonden zijn dan we dachten”, zegt Lo.

Leven geven 
Hamilton’s rule
wordt samengevat in een beroemd citaat van evolutiebioloog J.B.S. Haldane: “Ik zou mijn leven geven voor twee broers of acht neven.” William Hamilton zette deze evolutionaire theorie in 1964 om in een eenvoudige wiskundige formule, die ervan uitgaat dat de bereidheid van een individu om een ​​ander te helpen direct verband houdt met de hoeveelheid genetisch materiaal die ze gemeen hebben.

“Bewijs voor deze regel is gevonden bij een groot aantal soorten, waaronder bijen, wespen, vogels, garnalen, apen en zelfs planten. Het wordt algemeen beschouwd als de belangrijkste verklaring voor altruïstisch gedrag bij dieren en gezien als ‘een van de grootste theoretische ontdekkingen in de evolutie sinds Darwin”, schrijven Lo en Levy.

In eerdere studies is al aangetoond dat menselijk gedrag in lijn is met Hamilton’s rule, maar er is nooit een maximaal bedrag vastgesteld dat iemand bereid is te betalen voor een bepaald voordeel voor een andere persoon, afhankelijk van hun mate van genetische verwantschap. Dit staat bekend als de cut-off-cost in de regel van Hamilton.

Foto: Rattanakun

50 dollar
In hun onderzoek testen Lo en Levy hoe hoog dat bedrag is door mensen te vragen geld te geven aan andere mensen die in variërende mate genetisch verwant zijn. Ze vroegen proefpersonen hoeveel ze bereid zijn voor iemand anders te betalen om 50 dollar te ontvangen. De ontvangers waren broers, zussen, halfbroers en -zussen, neefs, nichten, identieke en niet-identieke tweelingen en willekeurige personen. De proefpersonen konden maximaal 50 dollar verdienen, maar als ze een deal sloten met iemand moesten ze het afgesproken bedrag ook aan de ander betalen. Als ze een deal sloten, kregen ze van de onderzoekers ook echt 50 dollar, zodat het meer was dan een hypothetische situatie. De wetenschappers ontdekten dat de cut-off-costs in lijn waren met het genetische verwantschap van de proefpersonen. Het kwam zelfs exact overeen met de wiskundige formule van Hamilton.

Lo en Levy wijzen erop dat hun bevindingen niet alleen de regel van Hamilton bevestigen, maar ook iets duidelijk maken over de motivaties van mensen bij financiële besluitvorming. “Het is verrassend hoe sterk de evolutionaire krachten zijn bij zulk complex menselijk gedrag. Het is mogelijk dat deze oerkrachten indirect en onder het oppervlak invloed hebben op menselijk gedrag, bij de vorming van sociale netwerken en bij morele waarden.”