Onschuldig uitziende en in tal van musea wereldwijd te bewonderen vaasjes kunnen tijdens de gevechten in het middeleeuwse Jeruzalem weleens voor behoorlijk wat ellende hebben gezorgd.

Het is een bijna vertrouwd gezicht in musea wereldwijd: stenen vaasjes, met een vaak kegelvormige bodem die uitmondt in een bol lijf, dat vervolgens weer overloopt in een smallere hals. De vaasjes zijn in het verleden in grote aantallen en in tal van archeologische contexten in het Midden-Oosten teruggevonden en stammen uit de periode tussen de negende en vijftiende eeuw. Sommige van de vaasjes zijn slechts enkele centimeters groot, anderen meten tot wel 20 centimeter. Soms zijn hun wanden slechts enkele centimeters dik; soms ook wel 1,5 centimeter. En ook de wijze waarop ze gemaakt zijn, verschilt. Net als de versieringen die soms op de vaasjes worden aangetroffen. Het wijst er allemaal op dat de vaasjes veelvuldig en voor uiteenlopende doeleinden werden gebruikt. En inderdaad; eerdere analyses van restanten die in de vaasjes of op de scherven daarvan zijn teruggevonden, hebben uitgewezen dat de vaasjes gebruikt werden voor het opslaan van medicatie en olie, maar bijvoorbeeld ook als bierglas.

Handgranaat
En wetenschappers denken het vaasje nu nog een andere functie toe te kunnen dichten. Nieuw onderzoek, gepubliceerd in het blad PLoS ONE, suggereert namelijk dat de vaasjes soms ook dienst deden als handgranaat.

Het onderzoek
De onderzoekers trekken die conclusie nadat ze scherven van deze vaasjes bestudeerden die tussen 1961 en 1967 in Jeruzalem zijn teruggevonden en uit de elfde en twaalfde eeuw stammen. Ze richtten zich daarbij met name op de restjes die nog aan deze scherven kleefden en meer kunnen verraden over wat de vaasjes – toen ze nog intact waren – bevatten.

Bevindingen
Het onderzoek bevestigt dat sommige van de vaasjes olie en medicijnen moeten hebben geherbergd. Ook waren er scherven die leken te getuigen van het feit dat ze ooit onderdeel uitmaakten van een vaasje dat geurende oliën bevatte. Maar veel opzienbarender nog is dat ontdekking dat sommige van deze scherven ooit een vaasje moeten hebben gevormd dat waarschijnlijk een brandbaar en mogelijk zelfs explosief materiaal herbergde. “Dit onderzoek onthult het diverse gebruik van deze unieke keramische vaasjes, waaronder dus ook het gebruik als explosief,” aldus onderzoeker Carney Matheson.

Een fragment van een vaasje waarvan onderzoekers vermoeden dat het een explosief materiaal herbergde. Afbeelding: Robert Mason / Royal Ontario Museum.

Oorlog
Dat een handgranaat in de elfde en twaalfde eeuw in Jeruzalem van pas had kunnen komen, staat buiten kijf. In die periode werden in de stad verschillende ‘heilige oorlogen’ gevoerd, waarbij Europese krijgsheren – vastbesloten om voor het christendom belangrijke plaatsen in Israël te bevrijden – lijnrecht tegenover islamitische heersers kwamen te staan. De kruistochten resulteerden niet zelden in een bloedige strijd. Dat sommige van de vaasjes die Matheson en collega’s bestudeerd hebben, daar een rol in hebben gespeeld, lijkt niet ondenkbaar. Zo wijzen de onderzoekers er bijvoorbeeld op dat sommige van de scherven die ze onderzocht hebben, zijn teruggevonden nabij een paleis van de kruisvaarders. Bovendien zijn er ook wel bronnen uit die tijd die op het gebruik van een handgranaat-achtig object hinten. “Historische verslagen, zoals over de bezetting van Jeruzalem in 1187, maken melding van wapens die doen denken aan granaten en die door de strijdkrachten van Saladin (een islamitische generaal die Jeruzalem in 1187 weer op de kruisvaarders veroverde, red.) tegen de stad werden gegooid,” zo is in het blad PLoS ONE te lezen.

Geen buskruit
Mede op basis van dergelijke verslagen hebben onderzoekers eerder al wel gesuggereerd dat sommige vaasjes als handgranaat waren ingezet en daartoe gevuld werden met buskruit. “Een explosief dat ontworpen was in het oude China en waarvan we weten dat het in de dertiende eeuw ook in het Midden-Oosten en Europa werd geïntroduceerd,” stelt Matheson. “Daarbij is ook wel eens gesteld dat het buskruit al eerder in het Midden-Oosten terecht kwam, mogelijk al ergens tussen de negende en elfde eeuw, oftewel de periode waaruit ook deze vaasjes (die wij bestudeerd hebben, red.) stammen.” Maar daarvoor heeft Matheson geen bewijs gevonden. “Ons onderzoek heeft uitgewezen dat ze geen buskruit, maar waarschijnlijk een lokaal uitgevonden explosief materiaal bevatten.”

Meer onderzoek is hard nodig, zo erkent Matheson. “Nader onderzoek naar deze vaasjes en hun explosieve inhoud moet ons in staat stellen om de explosieve technologieën uit de middeleeuwse periode en de geschiedenis van explosieve wapens in het oost-mediterrane gebied, beter te gaan begrijpen.”