De heldere planeten Jupiter en Venus lijken samen te smelten. Maar schijn bedriegt: de planeten staan honderden miljoenen kilometers uit elkaar.

Zoals je weet draaien alle planeten in een baan om de zon. De ene planeet is iets sneller dan de andere. Zo doet de aarde 365 dagen over een rondje, Venus flikt het in 243 aardse dagen en Jupiter heeft maar liefst 4.332 aardse dagen nodig. De planeten staan hierdoor nooit op dezelfde positie ten opzichte van elkaar en dat zorgt voor bijzondere situaties, zoals komend weekend.

Vanaf de aarde gezien lijkt het net alsof de planeten Venus en Jupiter samensmelten. Dit komt doordat de aarde, Venus én Jupiter ongeveer op één lijn staan. Dit is goed te zien op de onderstaande afbeelding.

De posities van de planeten op 30 april. De onderlinge afstanden en verhoudingen zijn niet waarheidsgetrouw.

Veertien boogminuten uit elkaar
Op zaterdag 30 april om 6.00 uur staat Venus 13,9 boogminuten ten zuiden van Jupiter. Dat is heel erg dichtbij. Wist je dat de volle maan en de zon een schijnbare diameter hebben van dertig boogminuten? Dit betekent dat de maan niet tussen Jupiter en Venus past: zo dicht staan beide planeten ogenschijnlijk bij elkaar.

Je moet overigens wel heel goed turen naar de zuidoostelijke horizon. Het duo bevindt zich maar net boven de horizon en daarnaast komt de zon een kwartiertje later op. Een dag later kun je de wekker een half uur eerder zetten om het tweetal te spotten. Beide planeten kun je niet missen, want het zijn de felste lichtpuntjes nabij de horizon.

Als je de kaart eerder in dit artikel goed bekijkt, dan zie je dat ook Neptunus (bijna) op één lijn staat met Jupiter en Venus. Neptunus staat een klein stukje rechtsboven Jupiter en Venus. Helaas kun je Neptunus niet met het blote oog zien en heb je een telescoop nodig.

Een planetenparade op 24 juni
Zet maar alvast in de agenda: het volgende hoogtepunt is op 24 juni 2022. Dan staan alle planeten op één rij. Vijf daarvan – Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus – zijn met het blote oog te zien. Voor Neptunus en Uranus heb je minimaal een verrekijker nodig. Als bonus is ook de maan nog te zien. Dat belooft een spektakel te worden voor amateur-astronomen.