Opvallend veel opgegraven skeletresten blijken slachtoffer te zijn geworden van geweld. Onderzoekers vermoeden georganiseerde oorlogsvoering.

Over het algemeen wordt gedacht dat het Neolithicum een vreedzame periode was. Maar een nieuwe studie bewijst nu het tegendeel. Onderzoekers hebben namelijk verschillende grafvelden opgegraven, waar gewelddadig verwonde vroege boeren ter ruste zijn gelegd. Het betekent dat we onze opvattingen over het Neolithicum mogelijk moeten herzien.

Meer over het Neolithicum
Het Neolithicum is een periode die gekenmerkt wordt door technische en sociale veranderingen. Deze veranderingen kwamen voort voort uit de overgang van een samenleving van jager-verzamelaars met een rondtrekkend bestaan, naar een agrarische samenleving van mensen die in nederzettingen woonden. De voornaamste neolithische vernieuwingen waren landbouw en veeteelt, het gebruik van werktuigen van gepolijste steen en aardewerk. Dit wordt ook wel de neolithische revolutie genoemd.

In de studie hebben de onderzoekers de skeletresten van meer dan 2300 vroege boeren, daterend tussen de 8000 en 4000 jaar geleden, bestudeerd. De menselijke resten werden op 180 verschillende plekken opgegraven in zes verschillende landen (te weten Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, Spanje en Zweden).

Kaart van Noordwest-Europa met daarop aangegeven de archeologische vindplaatsen die in deze studie zijn onderzocht. De rode stippen vertegenwoordigen neolithische skeletresten met aan geweld gerelateerde verwondingen. De blauwe stippen representeren massagraven waar de onderzoekers slachtoffers hebben gevonden die omgekomen zijn door collectief geweld. Afbeelding: The University of Edinburgh

Verwondingen
Het team onderzocht de overblijfselen op tekenen van verwondingen, veroorzaakt door harde slagen op de schedel. En opvallend genoeg bleek meer dan 10 procent op deze manier om het leven te zijn gekomen. Zo vonden de onderzoekers specifieke verwondingen, veroorzaakt door frequente slagen op het hoofd met stompe wapens of stenen bijlen. Ook blijken sommige schedels doorboord, vermoedelijk door pijlen. “Tot slot wijzen sommige verwondingen erop dat deze mensen samen in een massagraf zijn gegooid,” schrijven de onderzoekers. “Dit kan wijzen op de afslachting van hele gemeenschappen.”

Verschillende neolithische schedels opgegraven in Noordwest-Europa. De schedels vertonen opvallende gaten en zijn waarschijnlijk doorboord met behulp van scherpe of stompe wapens, zoals pijlen, stenen bijlen of knuppels. Afbeeling: Proceedings of the National Academy of Sciences (2023)

De onderzoekers zijn er heel zeker van dat de verwonde boeren door geweld om het leven zijn gekomen. “Menselijke botten zijn de meest directe manier om vijandelijkheden in het verleden aan het licht te brengen,” legt onderzoeker Linda Fibiger uit. “En ons vermogen om onderscheid te maken tussen dodelijke verwondingen en postmortale breuken, is de afgelopen jaren sterk verbeterd. Ook kunnen we tegenwoordig goed het verschil zien tussen onopzettelijke verwondingen en verwondingen veroorzaakt door wapens.”

Georganiseerde oorlogsvoering
Al met al suggereren de bevindingen dat de eerste boeren weinig vreedzaam waren. In veel regio’s vierden geweld en conflict hoogtij. Het betekent dat geweld en oorlog wijdverspreid waren in veel neolithische gemeenschappen in Noordwest-Europa, een theorie die indruist tegen de heersende opvattingen over deze periode. De onderzoekers vermoeden dat de opkomst van landbouw en het hoeden van dieren, een bestaan ter vervanging van jagen en verzamelen, mogelijk de basis legde voor georganiseerde oorlogsvoering.

De vraag rijst waarom de eerste boeren zo gewelddadig waren. “De meest plausibele verklaring is dat de economische basis van de samenleving was veranderd,” zo speculeert onderzoeker Martin Smith. “Toen landbouw opkwam, ontstond er tevens ongelijkheid. En degenen die minder succesvol waren, kunnen zich tot overvallen en collectief geweld hebben gewend, als alternatieve strategie voor succes.”