De geschiedenis kan zich zomaar herhalen.

Niet alleen zeeën en oceanen fungeren als buffers voor CO2. Ook veengebieden onttrekken het gas aan de atmosfeer en slaan dit op. Wetenschappers vermoeden zelfs dat veengebieden de grootste terrestrische koolstofvoorraden bevatten. ‘s Werelds grootste tropische veengebied vinden we in Congo. Onderzoekers luiden nu echter de noodklok. Want door klimaatverandering vrezen ze dat deze immense regio zomaar eens miljarden tonnen van het broeikasgas in de atmosfeer kan pompen.

Koolstofput
Veengebieden zijn zogeheten koolstofputten – opslagplaatsen van CO2. Dat heeft ermee te maken dat veen een natte en sponsachtige grondsoort is die bestaat uit afgestorven moerasplanten. Normaliter worden dode planten vrij snel afgebroken door bijvoorbeeld bacteriën of schimmels. Maar waar veenvorming plaatsvindt, gaat dat anders. Planten worden in zo’n scenario in natte en onder zuurstofarme omstandigheden bewaard. Doordat veen dus uit afgestorven, maar onder natte en zuurstofarme omstandigheden goed bewaard gebleven planten bestaat, herbergt het van nature behoorlijke hoeveelheden CO2. Dit betekent tegelijkertijd dat veengebieden alleen als koolstofputten kunnen fungeren als de moerrassen nat blijven en niet uitdrogen. Als dat wel gebeurt, ontbindt het veen en komt er CO2 vrij, wat op zijn beurt de opwarming van de aarde versnelt.

Congo
Het Congobekken is één van de grootste veengebieden op aarde. Het gebied wordt grotendeels gekenmerkt door tropische bossen. Maar in het centrale gedeelte overheersen moerassen. Het veengebied blijkt maar liefst 16,7 miljoen hectare te meten. Daarmee is het bijna vier keer groter dan Nederland! Al eerder berekenden onderzoekers hoeveel koolstof dit gebied herbergt. Wetenschappers vermoeden dat het gaat om zo’n 32 miljoen ton. Hiermee herbergt het veengebied zo’n 28 procent van het wereldwijd in tropisch veen opgeslagen koolstof.

Meer over de Congolese veengebieden
Overigens zijn de Congolese veengebieden niet alleen rijk aan veen. Hier groeien tevens bijzonder veel plantensoorten. Ook leven hier veel verschillende dieren, waaronder bonobo’s, gorilla’s en bosolifanten. In feite beginnen wetenschappers de veengebieden en hun rijke biodiversiteit nu pas langzaam maar zeker te doorgronden. Op dit moment is het veengebied in het Congobekken – onder meer door de afgelegen ligging ervan – nog vrijwel onaangetast gebleven. Maar dat kan in de toekomst zomaar veranderen; van sommige delen van het gebied wordt vermoed dat ze olie herbergen en het lijkt een kwestie van tijd voordat men die gebieden nader gaat verkennen. Ook zijn er plannen om sommige delen van het veengebied te ontbossen en om te toveren tot akkers voor het verbouwen van palmolie. Het betekent dat de dreiging van olieboringen, ontbossing en palmolieplantages groeit.

Onderzoeker Enno Schefuß bestudeert al lang het Congobekken en het belang ervan voor de wereldwijde koolstofcyclus. Afgelopen voorjaar leidde hij een grote expeditie naar het gebied. Hij en zijn collega’s onderzoeken nu de gevoeligheid van dit unieke ecosysteem in relatie tot klimaatverandering. “Er is bijna niets bekend over de oorsprong en geschiedenis van dit veengebied, of over de koolstofdynamiek,” vertelt Schefuß. “Deze kennis is echter cruciaal voor ons begrip over de gevoeligheid van dit ecosysteem voor klimaatverandering en de effecten van houtkap, olie-exploratie en landbouw.”

Stonehenge
Dankzij geavanceerde technieken wisten de onderzoekers een reconstructie van het verleden te maken. En daaruit blijkt dat zo’n 5000 jaar geleden, rond de tijd dat Stonehenge werd gebouwd, de Congolese veengebieden ineens fors opdroogden. Tijdens de meest droge periode viel er jaarlijks maar liefst 800 mm regen minder. Hierdoor zakte het grondwaterpeil flink, waardoor oudere veenlagen aan de lucht werden blootgesteld. Dit leidde ertoe dat er plotseling enorm veel CO2 vrijkwam. Dit stopte pas toen het klimaat in de afgelopen 2000 jaar weer natter werd en er opnieuw veen ophoopte. Kortom, ’s werelds grootste tropische veengebied veranderde duizenden jaren geleden als gevolg van klimaatverandering van een koolstofput in een schadelijke koolstofbron.

Geschiedenis herhaalt zich
De onderzoekers waarschuwen nu dat de geschiedenis zich zomaar eens zou kunnen herhalen. “Er zijn aanwijzingen dat de droge seizoenen in het Congobekken langer worden,” zegt onderzoeker Simon Lewis. “Als het te droog wordt, kunnen er enorme hoeveelheden CO2 in de atmosfeer worden gepompt, waardoor klimaatverandering versnelt.” In het ergste geval kan er wel tot 30 miljard ton CO2 wegsijpelen – ongeveer vergelijkbaar met de emissies die door de verbranding van fossiele brandstoffen wereldwijd in drie jaar(!) tijd vrijkomen.

Volgens de onderzoekers bevinden de tropische veengebieden in Congo zich gevaarlijk dicht bij een omslagpunt. “De veengebieden zijn kwetsbaarder dan we dachten,” zegt onderzoeker Corneille Ewango. Volgens het team is dit een belangrijke boodschap voor de wereldleiders die volgende week bijeenkomen tijdens de klimaattop in het Egyptische Sharm-el-Sheikh. “Als de uitstoot van broeikasgassen ervoor zorgt dat de veengebieden van Congo uitdrogen, dan zullen ze ons niet beschermen, maar juist bijdragen aan de klimaatcrisis,” aldus Lewis. Volgens Ewango moet er dan ook snel iets gebeuren. “Vervuilende landen moeten hun CO2-uitstoot fors terugdringen,” betoogt hij. “Dat zal voorkomen dat de veengebieden een kantelpunt bereiken. Bovendien moeten de veengebieden beter worden beschermd. Het voortbestaan van één van de meest koolstofrijke ecosystemen met zijn bijzondere flora en fauna staat op het spel.”