Japanse amateur-astronomen waren getuige van een heldere lichtflits, waarschijnlijk veroorzaakt door een ruimtesteen die op de gasreus insloeg. En dat slechts weken na een soortgelijke waarneming in Brazilië.

Planeet Jupiter krijgt het regelmatig zwaar te verduren. Zo wordt de reuzenplaneet nogal eens gebombardeerd met inslaande ruimtestenen. Enkele weken geleden nog zagen Braziliaanse amateur-astronomen hoe een ruimtesteen met hoge snelheid op de gasreus afstevende. En nu, slechts een maand later, is het wéér raak.

Tweede inslag
Japanse amateur-astronomen zagen ineens een heldere flits in de atmosfeer op het noordelijk halfrond van Jupiter. Ze slaagden erin om de flits op beeld vast te leggen.

Ook is er een kort filmpje vervaardigd:

Vermoedelijk gaat het om een ruimtesteen die op ramkoers met de gasreus lag. Slechts een uurtje na de botsing was het bewijs van de inslag alweer verdwenen. “Er is geen litteken achtergelaten,” twittert de astrofotograaf Damian Peach. “Het object was waarschijnlijk te klein om de diepere atmosfeer te bereiken.”

Tweede keer
De spectaculaire gebeurtenis volgt kort op de mededeling van een eerder waargenomen inslag op Jupiter. Want slechts een maand geleden kwamen Braziliaanse amateur-astronomen al met soortgelijk nieuws.

Reden
Overigens is het bekend dat Jupiter regelmatig het mikpunt van rondslingerende ruimtestenen is. Zo zou de gasreus zelfs enkele malen per jaar worden getroffen. Dat heeft er deels mee te maken dat Jupiter veel groter is dan de aarde en daarom meer planetoïden en andere brokstukken ‘vangt’. Daarnaast bevindt Jupiter zich dicht bij de planetoïdengordel én beschikt hij over een krachtige zwaartekracht die met zijn massa gepaard gaat. Daarom worden kleine objecten die het zonnestelsel bezaaien als het ware naar de dikke, turbulente atmosfeer van de planeet getrokken.

Shoemaker-Levy 9
In het laatste decennia zijn er dan ook al meerdere inslagen op Jupiter gespot. De eerste inslag die door mensen werd waargenomen, was waarschijnlijk het meest spectaculair. Het gebeurde in 1994, toen 21 brokstukken van de komeet Shoemaker-Levy 9 op Jupiter afstevenden. Het was een bijzondere gebeurtenis, aangezien nog nooit eerder een botsing tussen twee hemellichamen was gadegeslagen. Het ‘treintje’ van rondslingerende fragmenten van de komeet sloeg op Jupiter in met een kracht vergelijkbaar met 300 miljoen atoombommen.

Fragmenten van komeet Shoemaker-Levy 9 afgebeeld door Hubble. Op deze afbeelding zijn alle 21 fragmenten te zien die zich uitstrekken over een gebied van ongeveer 1.140.000 kilometer (zo’n drie keer de afstand van de aarde tot de maan). De fragmenten troffen Jupiter in juli 1994. Afbeelding: NASA/ESA/H. Weaver and E. Smith STSci

De fragmenten creëren vervolgens enorme pluimen van wel 2000 tot 3000 kilometer hoog. Shoemaker-Levy 9 liet donkere, geringde littekens op de gasreus achter, die uiteindelijk door wervelende winden op de planeet werden weggeblazen.

Wake-up call
De gebeurtenis was niet alleen spectaculair, maar tegelijkertijd een wake-up call: dergelijke grote botsingen zijn niet iets uit een ver verleden, maar vinden schijnbaar nog altijd plaats in ons zonnestelsel. En, als Jupiter zo kwetsbaar is, is de aarde dat misschien ook… Als de komeet namelijk niet de gasreus, maar onze thuisplaneet had geraakt, had dit misschien wel een wereldwijde ramp kunnen ontketenen, vergelijkbaar met de meteorietinslag die 66 miljoen jaar geleden de dinosaurussen uitroeide. “Shoemaker-Levy 9 was een stomp in de maag,” zegt astronoom Heidi Hammel. “Het stimuleerde ons om te begrijpen hoe belangrijk het is om onze kosmische achtertuin in de gaten te houden.”

Planetair protectie-programma
De inslag leidde tot de oprichting van een planetair protectie-programma. Want door de impact van SL9 op Jupiter te bestuderen, konden wetenschappers hun modellen verbeteren over wat er zou kunnen gebeuren als een komeet of planetoïde de aarde zou raken, iets dat we kosten wat het kost moeten zien te voorkomen. Met de krachtige inslag op Jupiter nog vers in het geheugen, kreeg NASA de opdracht om 90 procent van de planetoïden die zich in de buurt van de aarde wagen en groter dan een kilometer zijn, op te sporen. Eind 2010 had NASA dat ambitieuze doel bereikt. En nog altijd houden talloze wetenschappers mogelijk gevaarlijke aardscheerders nauwlettend in de gaten. De grote uitdaging is nu echter om ook zoveel mogelijk kleinere (een omvang van zo’n 140 meter en groter) planetoïden in kaart te brengen. En in de toekomst zal – met nieuwe technologieën en technieken – ook de jacht op ruimtestenen kleiner dan 140 meter worden geopend. Naar schatting wachten er in laatstgenoemde categorie nog miljoenen planetoïden op ontdekking.

Het betekent dat mocht er ooit een ruimtesteen op ramkoers liggen met de aarde, we deze waarschijnlijk al vroeg genoeg in de smiezen zullen hebben. Bovendien vormt geen enkele planetoïde die we nu kennen, de komende eeuw een gevaar voor de aarde. Niet alleen geeft dat een veilig gevoel, we kunnen nu ook meer van de inslagen op Jupiter genieten. Want dat eenzelfde lot ook de aarde beschoren zal zijn, is in ieder geval in de nabije toekomst niet aannemelijk.