Mogelijk reizen aliens niet met sterrenschepen, maar op complete, maar eenzame planeten door de interstellaire ruimte.

Met dat idee komt professor Irina Mullins in het International Journal of Astrobiology op de proppen. “Ik stel voor dat buitenaardse beschavingen ook gebruik kunnen maken van weesplaneten (planeten die niet gebonden zijn aan een ster, maar eenzaam door de ruimte dwalen, red.) als interstellaire transportmiddelen om andere planetaire systemen te bereiken, verkennen en koloniseren.” Dat lijkt misschien een beetje vergezocht, maar er zit een fascinerende gedachtengang achter die ook weer heel interessante implicaties kent. Bijvoorbeeld voor onze zoektocht naar buitenaards leven.

Op reis
Aliens kunnen verschillende redenen hebben om hun thuisplaneten te verlaten. Uit nieuwsgierigheid bijvoorbeeld: omdat ze benieuwd zijn naar wat er buiten hun eigen stelsel te vinden is. Of uit noodzaak: omdat een existentiële dreiging – ziekte, klimaatverandering, oorlog, een stervende moederster, etc. – hen dwingt om uit hun vertrouwde omgeving weg te vluchten. Met name in het laatste scenario lopen (ook geavanceerde) aliens echter waarschijnlijk al snel tegen problemen aan, zo schrijft Mullins. “Ze zouden waarschijnlijk op serieuze of onoverkoombare problemen stuiten wanneer ze een ruimtevaartuig willen gebruiken om grote populaties over interstellaire afstanden te transporteren.”

Weesplaneet
Het zette Mullins aan het denken. Want hoe zouden geavanceerde beschavingen zich anders kunnen verplaatsen? “En toen bedacht ik dat buitenaardse beschavingen een lift konden krijgen van weesplaneten die door hun planetaire systeem trekken,” zo vertelt ze aan Scientias.nl.

Meeliften op zo’n weesplaneet heeft verschillende voordelen ten opzichte van een sterrenschip. “Weesplaneten kunnen constant zwaartekracht, maar ook veel ruimte en grondstoffen bieden,” zo schrijft Mullins. Denk onder meer aan water aan of net onder het oppervlak van weesplaneten: aliens kunnen het consumeren of gebruiken – bijvoorbeeld door een onderzees habitat te creëren – om zich te beschermen tegen eventuele gevaarlijke straling afkomstig uit de ruimte.

Een lift vinden
Maar om mee te kunnen liften op zo’n weesplaneet – en gebruik te kunnen maken van alles wat zo’n planeet te bieden heeft – moet je er natuurlijk eerst wel op zien te komen. Dat kan op verschillende manieren, zo schrijft Mullins. Zo kunnen aliens simpelweg wachten tot zo’n weesplaneet door hun planetaire systeem reist. “Wetenschappelijke studies suggereren dat het aantal weesplaneten weleens groter kan zijn dan het aantal sterren in de Melkweg. Dat vergroot de kans dat weesplaneten door de buitenste regionen van planetaire systemen reizen.” Wanneer aliens die buitenste regionen van hun stelsel gekoloniseerd hebben, hoeven ze met hun ruimtevaartuigen maar een kleine afstand te overbruggen om zo’n passerende weesplaneet te koloniseren.

Heft in eigen hand
Het nadeel van die aanpak is natuurlijk wel dat je maar af moet wachten wanneer zo’n weesplaneet op komt dagen. En dat is zeker in het geval van een existentiële dreiging niet ideaal, zo erkent Mullins. Geavanceerde beschavingen kunnen het heft dan ook in eigen hand nemen en op zoek gaan naar een nabije weesplaneet en de koers daarvan aanpassen. “Geavanceerde buitenaardse beschavingen kunnen ook technologieën gebruiken om passerende weesplaneten richting hun planetaire systeem te sturen, zodat hun soort naar de passerende weesplaneet kan reizen.”

Een weesplaneet maken
Een andere mogelijkheid is dat aliens naar een (dwerg)planeet in hun eigen planetaire stelsel reizen en deze vervolgens losmaken van de invloed van de moederster, zodat de planeet transformeert tot weesplaneet. “Ze (de aliens, red.) kunnen dan geavanceerde aandrijfsystemen en zwaartekrachtsslingers gebruiken om Sedna-achtige objecten (Sedna is een dwergplaneet aan de rand van ons zonnestelsel, red.) uit hun eigen planetaire systemen te slingeren.” Het is een aanpak die echter alleen voor de geavanceerdere buitenaardse beschavingen is weggelegd. “Met de aandrijfsystemen die daarvoor nodig zijn, zouden de aliens eeuwen voorlopen op onze ruimtetechnologie.”

Een duwtje van de moederster
Dwergplaneten kunnen overigens ook door de moederster zelf uit hun planetaire systemen worden gegooid. En wel wanneer zo’n moederster stervende is en transformeert tot een rode reus of supernova. In dat geval is er voor eventuele aliens in het hart van het planetaire stelsel overigens genoeg reden om zich uit de voeten te maken. In theorie zouden ze daarbij relatief dicht bij huis over kunnen stappen op een object met een zeer excentrische (ovaalvormige) baan. Dat object voert ze dan naar de buitenste regionen van hun planetaire stelsel waar ze over kunnen stappen op een dwergplaneet die dan in een later stadium door de stervende moederster uit het planetaire systeem wordt geslingerd en zo een weesplaneet wordt.

Transportmiddel, geen thuis
In sommige van de hierboven beschreven scenario’s zijn geavanceerde aandrijfsystemen nodig, in andere niet. Maar in alle scenario’s is het resultaat hetzelfde: de buitenaardse beschavingen eindigen op een planeet die eenzaam door de ruimte dwaalt. Zo’n planeet moeten we echt zien als een alternatief voor het interstellaire sterrenschip en niet als een nieuw thuis, zo benadrukt Miller. Want weesplaneten zijn op lange termijn weinig gastvrij. “Door de afnemende hitteproductie in hun binnenste zullen zulke planeten er niet in slagen om hun met vloeibaar water gevulde oceanen (als die er zijn) te handhaven. Daarnaast hebben weesplaneten minder grondstoffen te bieden dan planetaire systemen. Daarom zouden buitenaardse beschavingen ze ook niet tot hun permanente thuis maken, maar enkel gebruiken als een interstellair transportmiddel waarmee andere planetaire systemen bereikt en gekoloniseerd kunnen worden.”

Sturen
Eenmaal op zo’n weesplaneet is het natuurlijk wel zaak dat de aliens uiteindelijk bij een nieuw thuis aanmeren. “Aliens kunnen hun weesplaneet in de interstellaire ruimte sturen door gebruik te maken van aandrijftechnologieën, wellicht aangevuld met zwaartekrachtsslingers,” vertelt Mullins aan Scientias.nl. “Of ze moeten gewoon wachten tot hun weesplaneet een ander planetair systeem op eigen houtje weet te bereiken.”

Aanneembaar scenario?
Of aliens zich werkelijk – hun weesplaneet al dan niet bijsturend waar nodig – door het universum verplaatsen, blijft natuurlijk gissen. Maar voor Mullins is het zeker geen ondenkbaar scenario. “Wetenschappelijke studies vertellen ons dat het onmogelijk is om schepen te bouwen waarmee complete beschavingen tussen de sterren kunnen reizen,” zo vertelt ze aan Scientias.nl. “We weten dat sterren sterven als ze ouder worden. We weten dat mensen instinctief hun hachje willen redden en andere beschavingen zouden er ook zo in kunnen staan. Dus wanneer hun moedersterren stervende zijn, zullen geavanceerde intelligente soorten zoeken naar ontsnappingsmogelijkheden. Omdat grote sterrenschepen geen optie zijn, zullen ze naar andere methoden zoeken.” En weesplaneten – of door de aliens tot weesplaneet gemaakte dwergplaneten – zijn dan een logische optie. “Weesplaneten met al hun grondstoffen en oceanen gevuld met water, bieden alles wat buitenaardse wezens tijdens hun interstellaire reizen nodig hebben.”

Op zoek
Voor Mullins zijn aliens die meeliften op een weesplaneet dus een reële mogelijkheid. En wat haar betreft, vullen we onze zoektocht naar intelligent buitenaards leven (ook wel aangeduid als SETI) spoedig aan met een zoektocht naar migrerend intelligent leven (Mullins noemt dat: SMETI). “Wetenschappers zoeken traditioneel naar technosignaturen (sporen van buitenaardse technologieën die hinten op de aanwezigheid van intelligent leven, red.) in de leefbare zone van planetaire systemen met daarin een ster die vergelijkbaar of kleiner is dan onze zon. Dat zijn aantrekkelijke plaatsen voor leven. Maar na zestig jaar zoeken hebben we nog steeds niets gevonden. Sommige wetenschappers denken dan ook dat naarmate buitenaardse beschavingen geavanceerder worden, deze hun technologieën zo gebruiken dat ze meer opgaan in hun omgeving en op interstellaire afstanden lastiger detecteerbaar worden.” Maar wanneer zo’n beschaving (noodgedwongen) koers zet naar andere planetaire systemen, moeten er technologieën gebruikt worden die een stuk opvallender zijn en daarmee zou het ook iets gemakkelijker moeten zijn om die aliens op te zoeken.

Alleen moeten we dan wel op een andere plek gaan zoeken; niet nabij zonachtige sterren, maar bijvoorbeeld juist aan de rand van planetaire systemen, alwaar aliens wellicht bezig zijn om een dwergplaneet los te maken van de moederster of juist wachten op een langs scherende weesplaneet. Daarnaast zouden ook door sterren ingevangen weesplaneten goede plaatsen kunnen zijn om op zoek te gaan naar sporen van leven. Net als de omgeving van stervende sterren; daar kunnen zomaar op een dwerg- of weesplaneet gevluchte aliens worden aangetroffen, zo is de gedachte. Het maakt de traditionele zoektocht naar buitenaards leven niet overbodig, zo benadrukt Mullins, maar kan gezien worden als een aanvulling daarop. “Ik zou willen zeggen dat mijn onderzoeksartikel een oproep is om het SETI-programma uit te breiden.”

Ten slotte kan het onderzoek ook implicaties hebben voor ons mensen, want Mullins presenteert een vorm van transport die niet alleen interessant kan zijn voor eventuele aliens, maar waar ook wij (of beter gezegd: ons nageslacht) bij gebaat zou kunnen zijn. “Net als buitenaardse wezens kan de mensheid weesplaneten gebruiken om andere planetaire systemen te bereiken,” stelt Mullins. “Dat zou dan wel iets voor de verre toekomst zijn; wanneer onze ruimtevaarttechnologie veel verder ontwikkeld is.”