Het leek zo’n mooie en passende hypothese: aliens die hoog in de atmosfeer van Venus vertoeven en daar stiekem zwaveldioxide wegsnoepen. Maar de spannende hypothese kan de prullenbak in.

Met behulp van modellen tonen onderzoekers aan dat aliens in theorie misschien wel van de zwaveldioxide hoog in de atmosfeer van Venus kunnen snoepen, maar dat het in de praktijk resulteert in de totstandkoming van andere moleculen. En die zouden in zodanige hoeveelheden geproduceerd worden, dat we ze vrij gemakkelijk kunnen detecteren. Maar – en nu komt het – die moleculen zien we helemaal niet. “We wilden dat leven een mogelijke verklaring zou zijn, maar toen we de modellen erop nasloegen, bleek het geen houdbare oplossing te zijn,” zo stelt onderzoeker Sean Jordan.

Het probleem
Het probleem waar Jordan en collega’s een oplossing voor zochten, treffen we aan in de atmosfeer van Venus. Daar is namelijk iets vreemds aan de hand. Wat dieper in die atmosfeer treffen we behoorlijk hoge concentraties zwaveldioxide aan, maar op grotere hoogte is de zwaveldioxide een stuk schaarser. Alsof de zwaveldioxide aldaar uit de lucht gezogen wordt.

Wilde speculatie
Het leidde eerder tot wilde speculaties. Want waarom ‘verdween’ de zwaveldioxide hoog in de atmosfeer? Zaten daar soms aliens achter? “Als leven aanwezig is, dan moet het de chemische samenstelling van de atmosfeer aantasten,” stelt onderzoeker Oliver Shorttle. “Kan leven de reden zijn dat de concentratie zwaveldioxide op Venus (hoger in de atmosfeer, red.) zo sterk terugloopt?”

Leven in de wolken
Sommige onderzoekers dachten van wel. Ze stelden zich buitenaards leven voor dat hoog in de atmosfeer van Venus voorkwam en daar zwaveldioxide ‘wegsnoepte’. “Het is niet iets wat je kan of wilt eten,” benadrukt Jordan. “Maar het is wel de belangrijkste beschikbare bron van energie.”

Modellen
Jordan en collega’s besloten het idee dat aliens de zwaveldioxide hoog in de atmosfeer van Venus benutten, nader te onderzoeken. Jordan ontwikkelde daartoe modellen die onder meer beschrijven welke stofwisselingsprocessen er in die buitenaardse wezens plaats moeten vinden wanneer ze zwaveldioxide ‘nuttigen’ en welke afvalproducten daarbij ontstaan. Vervolgens gebruikten ze die modellen om na te gaan of aliens en de stofwisselingsprocessen die daarin plaats zouden vinden, verantwoordelijk zouden kunnen zijn voor de afname in zwaveldioxide die we hoog in de atmosfeer van Venus zien.

Toch niet..
En in eerste instantie zag het er veelbelovend uit. Zo wijzen de modellen uit dat de stofwisselingsreacties tot een afname in atmosferische zwaveldioxide konden leiden. Maar – zo moesten de onderzoekers al snel concluderen – bij die stofwisselingsreacties ontstaan grote hoeveelheden andere moleculen die we in diezelfde atmosfeer niet terugzien. “Als leven verantwoordelijk zou zijn voor de zwaveldioxideconcentraties die we op Venus zien, zou dat in strijd zijn met alles wat we over de samenstelling van Venus’ atmosfeer weten,” stelt Jordan.

Probleem
Geen zwaveletende aliens dus in de atmosfeer van Venus. Het is misschien een beetje teleurstellend, maar voor de onderzoekers betekent het vooral dat er nog veel werk aan de winkel is. “Want als leven niet verantwoordelijk is voor wat we op Venus zien, dan zitten we nog steeds met een probleem dat moet worden opgelost,” merkt Jordan op.

En zo blijft de atmosfeer van Venus dus enigszins mysterieus. Dat er op termijn nog wel meer atmosferische mysteries op wetenschappers afkomen, staat bijna vast. Over enkele weken zal de James Webb Space Telescope de ogen openen en de atmosfeer van planeten buiten ons zonnestelsel gaan uitpluizen. En ook daar gaan we ongetwijfeld op verrassingen stuiten. Bevindingen omtrent de atmosfeer van planeten dichter bij huis – zoals Venus – kunnen zeer van pas komen als we hetgeen we in die exoplanetaire atmosferen zien, willen duiden. “Zelfs als ‘onze’ Venus geen leven herbergt, is het mogelijk dat er Venus-achtige planeten in andere systemen te vinden zijn die wel leven herbergen,” merkt onderzoeker Paul Rimmer op. “We kunnen wat we nu geleerd hebben, ook gaan toepassen op exoplanetaire systemen – dit is nog maar het begin.”