Nieuw onderzoek wijst uit dat de gasboog vijf keer dichter bij onze Melkweg staat dan tot op heden werd aangenomen.

Ons zonnestelsel bevindt zich in een enorm sterrenstelsel dat aangeduid wordt als de Melkweg. Rond onze Melkweg cirkelen weer kleinere dwergsterrenstelsels, waarvan de Magelhaense Wolken (één grote en één kleintje) de bekendste zijn. Daarnaast cirkelt rond onze Melkweg ook een verzameling gas die de vorm van een enorme boog aanneemt. Eerder onderzoek heeft uitgewezen dat het gas afkomstig is uit de Grote en Kleine Magelhaense Wolken en vandaar dat deze gasboog de Magelhaense Stroom wordt genoemd.

Modellen
Hoe de Magelhaense Stroom exact is ontstaan, is al decennialang een mysterie. Maar een nieuw onderzoek lijkt daar nu verandering in te brengen. Met behulp van modellen hebben onderzoekers de geboorte van de Magelhaense Stroom gereconstrueerd. En dat resulteerde direct in een grote verrassing. “De modellen brengen de stroom veel dichter bij de Melkweg,” aldus onderzoeker Scott Lucchini.

Vijf keer dichterbij
Al met al zou de Magelhaense Wolk zich maar liefst vijf keer dichter bij onze Melkweg bevinden dan tot voor kort werd gedacht. En dat suggereert dan weer dat de enorme gasboog – waarvan verwacht wordt dat deze met de Melkweg in botsing gaat komen – ook veel eerder op ons sterrenstelsel zal stuiten.

De onderzoekers baseren die conclusie zoals gezegd op nieuwe modellen, die op hun beurt weer gebaseerd zijn op nieuwe inzichten omtrent de geschiedenis van de Magelhaense Stroom. Zo voorspelde dezelfde onderzoeksgroep vorig jaar dat een groot deel van de tot op dat moment lastig verklaarbare massa van de Magelhaense Stroom afkomstig was van warm gas dat de Magelhaense Wolken als een soort krans of corona omringde. Dat warme gas werd in de nieuwe modellen meegenomen. Net als de eveneens vrij recente suggestie dat de Grote en Kleine Magelhaense Wolken lang geleden kortstondig om elkaar heen hebben gedraaid. “Met de toevoeging van de corona veranderde ook de orbitale geschiedenis van de wolken,” aldus Lucchini.

Andere orbitale geschiedenis
Eerder hebben onderzoekers al wel modellen ontwikkeld die de geboorte van de Magelhaense Wolk beschreven. En in recente modellen werd ook wel meegenomen dat de Kleine Magelhaense Wolk kortstondig om de Grote Magelhaense Wolk cirkelde. Terwijl de ene wolk om de andere draaide, onttrokken beide wolken gas aan elkaar en zo brachten ze samen de Magelhaense Stroom voort. Met de toevoeging van warm gas dat als een krans om de Grote en Kleine Magelhaense Wolk ligt, zien we in het model van Lucchini en collega’s toch een kleine, maar belangrijke verandering optreden: de Kleine Magelhaense Wolk draait op het moment dat deze door de Melkweg wordt ingevangen precies in tegenovergestelde richting om de Grote Magelhaense Wolk heen. In dat scenario brengen de wolken nog steeds een Magelhaense Stroom voort, alleen wijst de boog ervan niet naar de interstellaire ruimte, maar naar onze Melkweg. Het resultaat is dat de minimale afstand tussen de Magelhaense Stroom en de Melkweg veel kleiner is; zo’n 65.000 lichtjaar.

Stervorming
Het betekent dat de stroom ook veel eerder op de Melkweg zal botsen dan gedacht. Het gas uit de Magelhaense Stroom kan al over 50 miljoen jaar in de Melkweg worden opgenomen en tot flink wat nieuwe stervorming leiden.

Op zoek naar sterren
Maar de nieuwe reconstructie heeft meer implicaties. Zo suggereert deze ook dat we in staat zouden moeten zijn om sterren die tezamen met het gas uit de Grote en Kleine Magelhaense Wolk zijn gerukt en nu deel uitmaken van de Magelhaense Stroom, te vinden. Tot op heden zijn slechts enkele van deze sterren waargenomen. “Sommige onderzoekers denken dat de sterren niet zo gemakkelijk te zien zijn, omdat ze te ver weg staan,” aldus Lucchini. Maar het nieuwe model suggereert dat we al die tijd gewoon op de verkeerde plaats naar de sterren hebben gezocht. “Nu zien we dat de Magelhaense Stroom zich in feite aan de buitenrand van onze Melkweg bevindt.” Het betekent niet alleen dat we nu weten waar we de sterren kunnen vinden, maar ook dat de sterren veel dichterbij staan dan gedacht. “Met de huidige instrumenten zouden we in staat moeten zijn om deze sterren te vinden,” stelt onderzoeker Elena D’Onghia. “Dat is opwindend.”

Vervolgwaarnemingen moeten uitwijzen of de sterren zich inderdaad dichtbij onze Melkweg bevinden en of het model van de wetenschappers klopt. Als dat zo is, zal ook de Magelhaense Stroom in zijn geheel nog eens nader onder de loep moeten worden genomen. “De herziene afstand verandert ons begrip van de stroom,” stelt onderzoeker Andrew Fox. “Het betekent dat veel schattingen omtrent eigenschappen van de stroom – zoals de massa en dichtheid – herzien moeten worden.”