Inmiddels is het virus al bij zeven mensen in Groot-Brittannië vastgesteld. Maar dat is geen reden voor paniek.

Op 7 mei maakte de Britse Health Security Agency (UKHSA) bekend dat bij een patiënt in Engeland de apenpokken waren vastgesteld. Een week later kwamen er twee nieuwe patiënten bij. En gisteren werden er nog eens vier nieuwe gevallen gemeld. “Dit is vreemd en ongebruikelijk,” zo stelt Susan Hopkins, Chief Medical Advisor bij UKHSA.

Wat is het?
Het apenpokvirus is een virusinfectie die normaliter eigenlijk alleen voorkomt in Afrika, maar soms door reizigers ook naar andere landen wordt gebracht. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, komt het virus voornamelijk voor onder kleine Afrikaanse dieren – zoals bijvoorbeeld knaagdieren. Soms kunnen apen het echter – net als mensen – oplopen, bijvoorbeeld door fysiek contact met geïnfecteerde dieren. Het virus is verwant aan het bekende pokkenvirus (Variola) dat dankzij een wereldwijde vaccinatiecampagne sinds de tweede helft van de jaren zeventig niet meer voorkomt. Net als dat pokkenvirus gaat het apenpokvirus gepaard met huiduitslag, waarna op de huid ronde en met etter gevulde blaasjes ontstaan. Voorafgaand daaraan kunnen patiënten griepachtige verschijnselen ontwikkelen, zoals koorts, hoofdpijn en vermoeidheid. Het apenpokvirus kent – voor zover we nu weten – twee stammen: de Congo-stam is vrij besmettelijk en ziekmakend en leidt in ongeveer in 10 procent van de gevallen tot sterfte. Daarnaast is er de West-Afrikaanse stam die wat minder besmettelijk en ziekmakend is en in ongeveer 1 procent van de gevallen dodelijk is. Op dit moment wordt aangenomen dat deze laatstgenoemde stam verantwoordelijk is voor de Britse infecties.

De verspreiding
Wetenschappers breken zich op dit moment met name het hoofd over de wijze waarop het virus zich in Groot-Brittannië weet te verspreiden. Het apenpokvirus springt niet heel gemakkelijk van mens op mens over en voor de meeste patiënten bij wie het apenpokvirus tot op heden is vastgesteld geldt dat ze niet in contact zijn geweest met de andere Britse patiënten die het apenpokvirus momenteel onder de leden hebben.

Connecties
In eerste instantie leek het een vrij rechttoe rechtaan verhaal; de eerste Britse patiënt bij wie het virus werd vastgesteld, was recent nog in Nigeria geweest. En aangenomen wordt dan ook dat de patiënt het virus daar had opgedaan en vervolgens mee terug had gebracht naar Engeland. Maar een week later werd het al een wat gecompliceerder verhaal; het apenpokvirus werd toen vastgesteld bij twee mensen (uit hetzelfde huishouden) die geen van beiden met de eerste patiënt in contact waren geweest. En de autoriteiten tasten dan ook in het duister over hoe zij het virus hebben opgelopen. En een paar dagen later kwamen er dus in één klap vier gevallen bij (waarvan twee mensen gedeelde contacten bleken te hebben). En ook zij zijn niet in contact geweest met de Britten waarbij het virus eerder is vastgesteld. Ook zijn ze recentelijk niet in Afrika geweest.

Alert
Wat de laatste vier patiënten wel met elkaar gemeen hebben, is dat ze zichzelf identificeren als homoseksueel, biseksueel of als MSM (mannen die seks hebben met andere mannen). “Het virus verspreidt zich niet gemakkelijk onder mensen en het risico voor de Britse bevolking is klein,” zo benadrukt de UKHSA. “Maar de meeste recente gevallen zien we binnen homoseksuele en biseksuele gemeenschappen en onder mannen die seks hebben met andere mannen en aangezien het virus zich door nauw contact verspreidt, adviseren we deze groepen om alert te zijn op ongebruikelijke uitslag of wondjes op het lichaam en dan met name de genitaliën.”

Meer onderzoek
Het feit dat het leeuwendeel van de geïdentificeerde patiënten niet met elkaar in contact is geweest en geen gedeelde contacten heeft, wijst erop dat de Britten nog niet alle patiënten op de radar hebben. Er wordt dan ook koortsachtig onderzoek gedaan naar de contacten van de patiënten om vast te stellen of er misschien toch een gemeenschappelijke connectie is. “De UKHSA onderzoekt de bron van deze infectie haastig, omdat het bewijs suggereert dat het apenpokvirus zich binnen de gemeenschap verspreidt,” aldus Hopkins.

Geen paniek
Toch is er nog altijd geen reden voor paniek, zo stelt epidemioloog Michael Head. Feit blijft namelijk dat het apenpokvirus zich vrij lastig van mens tot mens verspreidt. “Het vereist zeer nauw contact, bijvoorbeeld huid-op-huidcontact met een individu dat reeds besmettelijk is en last heeft van uitslag,” legt epidemioloog Michael Head uit. Hij verwacht dan ook niet dat het aantal gevallen de komende periode explosief zal stijgen. “Het zou heel ongebruikelijk zijn als we tijdens een uitbraak meer dan een handvol gevallen zien en we zullen zeker geen COVID-achtige besmettingscijfers gaan zien.” Tegelijkertijd is het echter wel belangrijk dat patiënten worden opgespoord en geïsoleerd. “Gevallen moeten geïdentificeerd, geïsoleerd en behandeld worden, hetzij in het ziekenhuis of thuis,” zo stelt professor Jimmy Whitworth, hoogleraar internationale volksgezondheid aan de London School of Hygiene & Tropical Medicine. “Nauwe contacten moeten ook geïdentificeerd en gemonitord worden. Het apenpokvirus verspreidt zich niet zo gemakkelijk en met deze maatregelen kan de uitbraak snel onder controle zijn.”

Zoals gezegd komt het apenpokvirus met name in Afrika voor. Maar het is niet heel ongebruikelijk dat het ook daarbuiten opduikt. Dat gebeurde in 2003 voor het eerst; geïmporteerde Afrikaanse (knaag)dieren gaven het virus toen door aan prairiehonden die daarna als huisdier werden verkocht en hun baasjes weer besmetten. Het leidde tot een flinke uitbraak; zo’n 47 mensen liepen het virus toen op. Ook brachten reizigers het virus in de tussenliggende periode al eens naar Singapore, Israel en Groot-Brittannië. Dat het virus de laatste jaren regelmatig opduikt, heeft mogelijk deels te maken met het feit dat er sinds de uitroeiing van het pokkenvirus niet meer tegen de pokken gevaccineerd wordt. En daardoor is ook de immuniteit voor het aan het pokkenvirus gerelateerde apenpokvirus waarschijnlijk afgenomen of zelfs verdwenen. Daarnaast is het ook mogelijk dat de distributie van het virus onder West-Afrikaanse dieren enigszins veranderd is; mogelijk komt het tegenwoordig in een groter aantal dieren of onder meer soorten voor, waardoor de kans dat mensen ermee in aanraking komen, is toegenomen.