De eerste door wetenschappers ontdekte repeterende snelle radioflits is nog altijd een beetje het zwarte schaap in de snelle radioflitsen-familie. Maar daar lijkt nu verandering in te komen.

Wetenschappers hebben namelijk een snelle radioflits ontdekt die in veel opzichten lijkt op die allereerste repeterende snelle radioflits die bekend staat als FRB 121102. Dat is te lezen in het blad Nature.

Wat zijn snelle radioflitsen?
Snelle radioflitsen zijn enorme uitbarstingen in de ruimte, waarbij in korte tijd een gigantische hoeveelheid energie vrijkomt. Heel concreet gaat het vaak om uitbarstingen waarbij in 1 milliseconde tijd meer energie vrijkomt dan onze zon in 80 jaar genereert. De eerste snelle radioflits werd in 2007 ontdekt. Sindsdien werden er, verspreid over het universum, nog veel meer snelle radioflitsen gevonden.

FRB 190520
De nieuwe snelle radioflits – aangeduid als FRB 190520 – werd in 2019 voor het eerst gespot door de Five-hundred-meter Aperture Spherical radio Telescope (FAST) in China. Vervolgwaarnemingen met dezelfde telescoop wezen vervolgens uit dat de snelle radioflits – in tegenstelling tot de meeste andere snelle radioflitsen – herhaaldelijk acte de présence geeft.

Locatie
Daarnaast is het dankzij observaties met de Karl G. Jansky Very Large Array (VLA) in de VS gelukt om de bron van de snelle radioflits te lokaliseren. En waarnemingen in zichtbaar licht met de Subaru-telescoop in Hawaii wezen vervolgens uit dat de radioflits zijn oorsprong vindt in de buitenste regionen van een dwergsterrenstelsel op zo’n 3 miljard lichtjaar afstand van de aarde. En ten slotte blijkt uit observaties van de VLA dat FRB 190520 tussen de radiopulsen door ook constant veel zwakkere radiogolven afgeeft.

Overeenkomsten
“Deze kenmerken (het repeterende karakter, de constante afgifte van radiogolven en de locatie, red.) zorgen ervoor dat deze snelle radioflits in veel opzichten doet denken aan de eerste snelle radioflits waarvan we de locatie – eveneens met behulp van VLA – in 2016 konden vaststellen,” aldus onderzoeker Casey Law.

Vreemde eend in de bijt
Die snelle radioflits waarvan de locatie in 2016 werd vastgesteld, is altijd een beetje een vreemde eend in de bijt geweest. Allereerst vanwege het repeterende karakter; slechts vijf procent van de tot op heden ontdekte snelle radioflitsen heeft meermaals van zich laten horen. Daarnaast geeft FRB 121102 – in tegenstelling tot alle andere snelle radioflitsen die we tot voor kort kenden – tussen de radiopulsen door ook constant radiogolven af. Maar nu is daar dus FRB 190520: een snelle radioflits die ook herhaaldelijk acte de présence geeft, tussentijds ook radiogolven afgeeft én net als FRB 121102 in een sterrenstelsel op z’n drie miljard lichtjaar afstand van de aarde resideert.

Zwarte schapen?
En daarmee telt de snelle radioflitsenfamilie nu dus twee zwarte schapen (waarbij FRB 190520 onder meer vanwege zijn extreem actieve karakter weliswaar nog net wat vreemder is dan FRB 121102). “En dat roept enkele belangrijke vragen op,” zo stelt Law. Want zijn FRB 121102 en FRB 190520 werkelijk zwarte schapen? Of vormen ze in werkelijkheid gewoon een eigen familie? De verschillen die er zijn tussen FRB 190520 en FRB121102 en alle andere snelle radioflitsen hinten er voorzichtig op dat dat zeker het geval kan zijn. In dat scenario zouden er dus twee ‘soorten’ snelle radioflitsen zijn die elk op een andere manier ontstaan. Bewezen is dat zeker nog niet. Zo is het ook nog altijd mogelijk dat alle snelle radioflitsen op dezelfde manier ontstaan, maar zich bijvoorbeeld afhankelijk van hun leeftijd, anders gedragen.

Hoe snelle radioflitsen precies ontstaan, is nog altijd onduidelijk. Maar onderzoekers hebben er wel ideeën over. Zo zouden de radioflitsen gegenereerd kunnen worden door neutronensterren die ontstaan als zware sterren exploderen of door magnetars (neutronensterren met zeer krachtige magnetische velden). “Het onderzoek naar snelle radioflitsen gaat heel hard nu en nieuwe ontdekkingen worden maandelijks aangekondigd,” stelt onderzoeker Sarah Burke-Spolaor. “Maar er blijven grote vragen. En dit object (FRB 190520, red.) geeft ons wat dat betreft een aantal uitdagende aanwijzingen.”