Het gaat om minstens duizenden – en misschien zelfs wel veel meer – exemplaren die hier van nature helemaal niet voorkomen en soms zelfs heel ver verwijderd zijn van hun natuurlijke verspreidingsgebied.

Nederlandse onderzoekers hebben in de Nederlandse duinen een opmerkelijke ontdekking gedaan. Ze stuitten er op boomkikkers! Dat is op zichzelf al best bijzonder. Want hoewel bijvoorbeeld de Europese boomkikker (Hyla arborea) wel in Nederland voorkomt, vinden we deze van nature alleen in het oosten en zuiden van ons land. “In de duinen hoort hij dus niet,” aldus onderzoeker Manon de Visser, verbonden aan Naturalis Biodiversity Center.

Griekse en Italiaanse kikkers
Maar het wordt nog opzienbarender. Want naast de Europese boomkikker stuitten studenten van de Universiteit Leiden, die in samenwerking met RAVON (Reptielen Amfibieën Vissen Onderzoek Nederland) en Naturalis de herkomst van een aantal amfibiepopulaties in de Nederlandse duinen onderzochten, ook op écht exotische soorten. Zo troffen ze in het in Zuid-Holland gelegen Nationaal Park Hollandse Duinen de Oostelijke boomkikker (H. orientalis) aan, die afkomstig is uit Griekenland. En in het Westduinpark bij Den Haag stuitten ze daarnaast ook op de Italiaanse boomkikker (H. intermedia). “Dat was toch wel een verrassing!” stelt De Visser.

DNA
Aan die verrassing ging een grondig onderzoek vooraf. Een groep Leidse studenten (zie kader) struinde – gewapend met schepnetten en gehuld in waadpakken – uren door de Nederlands duinen om boomkikkers, maar ook kamsalamanders, vroedmeesterpadden en knoflookpadden op te sporen. Zodra ze zo’n amfibie te pakken hadden, werd er wat speeksel of huidslijm afgenomen met een wattenstaafje (waarna de amfibieën weer werden vrijgelaten). Uit dat slijm werd vervolgens DNA geïsoleerd. En aan de hand van dat DNA konden de amfibieën vervolgens geïdentificeerd worden. Het was tijdens het analyseren van dat DNA dat de studenten erachter kwamen dat ze een exotische boomkikkersoort in handen hadden gehad. Deze boomkikkers behoren namelijk tot de zogenoemde ‘cryptische soorten’. Dit zijn soorten die zo op het oog heel sterk op elkaar lijken, maar genetisch heel anders zijn. “Het is op het oog gewoon moeilijk te zien om welke soort het gaat,” legt De Visser uit. “In dit geval heeft hun DNA ze ontmaskerd.”

Acht Leidse studenten gingen de Nederlandse duinen in en zochten daar in tweetallen naar verschillende amfibieën. Marit Kuijt en Liam Oskam richtten zich daarbij op de boomkikkers, terwijl Stephanie Koster en Nienke Prins naar de knoflookpad zochten. Chris Vliegenthart en Maurits van de Vrede focusten zich op de vroedmeesterpad en Jurian de Brouwer en Bas Helder zochten naar de kamsalamander. De studenten werden onder andere begeleid door hoofdonderzoeker Ben Wielstra, promovenda Manon de Visser en amfibieënexpert Richard Struijk.

Voormalige huisdieren
Maar hoe komen die exotische soorten – die dus behoorlijk ver van huis zijn – in ‘onze’ duinen terecht? Dat is lastig met zekerheid te zeggen, maar waarschijnlijk gaat het voornamelijk om (de nakomelingen van) uitgezette huisdieren. “Diverse uitzettingen van reptielen en amfibieën vinden hun oorsprong in de terrariumhobby,” aldus De Visser, die er direct aan toevoegt in principe niets tegen het hobbymatig houden van amfibieën of reptielen te hebben. “Als mensen de hobby serieus bedrijven, dan kunnen we daar namelijk ook veel van leren. Het gaat om de excessen: mensen moeten goed beseffen dat het actief uitzetten van huisdieren die hier mogelijk voet aan de grond kunnen krijgen, veel risico’s met zich meebrengt. Soms hebben mensen zelfs de beste bedoelingen: zij willen een bedreigde inheemse soort een handje helpen. Of ze willen of kunnen wellicht niet op een andere manier hun huisdieren ‘wegdoen’ voor hun gevoel – en laten de dieren dan ‘vrij’. Dat is dus waar het misgaat.”

Risico’s
Want het is allesbehalve wenselijk dat exotische boomkikkers zich in Nederland vestigen. Zo op het eerste gezicht verrijken ze de Nederlandse natuur misschien, maar in werkelijkheid kan dat weleens heel anders uitpakken. Zo zouden de exotische soorten ziektes over kunnen brengen op inheemse soorten. “Zeker in het geval van amfibieën,” waarschuwt De Visser. Daarnaast bestaat de kans dat de inheemse soorten door de exotische soorten verdrongen worden door concurrentie om leefgebied of voedsel. “Ook kan zogenaamde ‘genetische vervuiling’ ontstaan in het geval van hybridisatie (kruising van inheemse en exotische soorten, red.), wat de fitness van inheemse populaties kan doen afnemen. Dieren uitzetten doet dus vaak meer kwaad dan goed.”

Of de exotische boomkikkers op dergelijke wijze ook al hun vernietigende sporen hebben nagelaten in het Nederlandse landschap is onduidelijk. Wél is duidelijk dat ze in ieder geval goed in het Hollandse landschap en klimaat gedijen. “Blijkbaar vinden de boomkikkers het er prima te doen, daar in het duin, want ze zijn sterk in aantal toegenomen de afgelopen jaren.” Hoeveel exotische boomkikkers er precies in de duinen te vinden zijn, weet De Visser niet. “Maar ze zitten echt op veel plekken in het Nationaal Park Hollandse Duinen, namelijk: Solleveld, Berkheide, Lentevreugd, Westduinpark… Het moet dus wel over minstens duizenden individuen gaan – misschien zelfs nog wel veel meer!”

Nog meer vreemde eenden in de bijt
En de Oostelijke en Italiaanse boomkikkers zijn niet de enigen die eigenlijk niet in onze duinen thuishoren. Tijdens het onderzoek stuitten de studenten bijvoorbeeld ook op knoflookpadden die – eveneens afgaand op hun DNA – hun oorsprong vinden in Oost-Europa. En men stuitte er op de vroedmeesterpad; een soort die in Nederland uitsluitend in Zuid-Limburg voorkomt en dus ook in de duinen lijkt te zijn uitgezet.

Goudvissen in de duinen
“Mensen zetten dus kennelijk echt vaak dieren uit,” concludeert De Visser. “Sommige poelen en wateren in het duingebied waar we dus op zoek wilden gaan naar exotische amfibieën konden we zelfs van ons lijstje strepen, omdat de poel al overgenomen was door bijvoorbeeld goudvissen, die daar natuurlijk ook niet zomaar uit de lucht zijn komen vallen. Vissen eten de eieren van kikkers en salamanders op, dus die hoef je daar dan ook niet meer te gaan zoeken. Exoten die exoten opeten, die inheemse soorten opeten: dát is dus hoe slecht het eigenlijk al gesteld is wat betreft exoten. Het lijkt wel een soort ‘exoot-ception’.”

Dat klinkt nogal dreigend. Maar zoals gezegd blijft de impact die deze ‘vreemdelingen’ op ons duinlandschap hebben, in nevelen gehuld. Een goede reden om de boomkikkers – en andere geïntroduceerde soorten – goed in de smiezen te houden. “Op het moment dat we ontdekken dat soorten het heel goed doen, schadelijk zijn, en zich ver verspreiden, is het meestal al te laat om in te kunnen grijpen,” stelt De Visser. Daarom is het ook zo belangrijk om reeds in een vroeg stadium alert te zijn op exoten. Veel meer lijkt er nu niet mogelijk. “Het is moeilijk te voorspellen of dit verder uit de hand zal lopen. Maar omdat de kikkers in korte tijd snel zijn toegenomen in aantal en zich verspreid hebben, is monitoren sowieso van belang hier. Indien de kikkers inderdaad schadelijk blijken, dan is exotenbestrijding wellicht de volgende stap. De overheid en de Nederlanse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) houdt zich daar onder andere mee bezig – wij gaan daar niet over. Maar we hopen dus wél dat we met onze onderzoeken hierover zowel nieuwe inzichten als meer bewustzijn hebben gecreëerd over het voorkomen en het gevaar van exoten.”