Recordbrekende hitte, zware buien en verwoestende branden passeerden afgelopen jaar de revue. Een terugblik.

Vandaag is het de laatste dag van het jaar; een mooi moment om terug te kijken. En 2021 was – naast heel veel andere dingen – een jaar van weersextremen. Opgezweept door klimaatverandering kregen we heel wat bizarre weer- en klimaatgebeurtenissen te verduren. En die hadden ook nog eens grote gevolgen voor de mens, economie en het milieu.

Zeven warmste jaren
De gecombineerde effecten van natuurlijke klimaatvariabiliteit en klimaatverandering ontvouwden zich opnieuw voor onze ogen in 2021. En ondanks de coronamaatregelen in de laatste twee jaar, liggen volgens de Wereld Meteorologische Organisatie de afgelopen zeven jaar op schema om de zeven warmste ooit te worden. Een afkoelende La Niña had enkel een kortstondig en klein effect op de mondiale temperatuur. Maar helaas kon het de door ons veroorzaakte opwarming niet overstemmen.

Recordbrekende hitte
En dat het afgelopen jaar warm was, hebben we geweten. In Canada, een land waar het kwik zelden boven de 25 graden Celsius uittorent, werden temperaturen van maar liefst 50 graden genoteerd. Het leidde tot honderden hittedoden en verwoestende branden. Dezelfde regio werd vervolgens in november getroffen door uitzonderlijke regenval en overstromingen. Ook in Death Valley, een woestijndal in de Amerikaanse staat Californië, werden extreme temperaturen aangetikt. In juli, tijdens één van de meerdere hittegolven in het zuidwesten van de Verenigde Staten, werd het zelfs 54,4 graden Celsius. Een maand later was het de beurt aan het Middellands Zeegebied. Het kwik steeg op het Italiaanse eiland Sicilië tot een recordbrekende 48,8 graden Celsius: de hoogste temperatuur ooit gemeten op Europees grondgebied. Grote bosbranden deden zich voor in veel delen van het Middellands Zeegebied, waarbij vooral Algerije, Zuid-Turkije en Griekenland zwaar werden getroffen.

Normaal
In Nederland viel het qua temperaturen relatief mee. Na vijf zeer warme jaren was 2021 qua temperatuur namelijk een vrij normaal jaar. De gemiddelde temperatuur was in 2021 10,4 graden Celsius tegenover ‘een normaal’ gemiddelde van 10,5 graden Celsius in het verleden. Alleen afgelopen juni piekte als warmste junimaand sinds 1901. De hoogste temperatuur van het jaar werd op 17 juni in Hupsel gemeten, 34,0 graden Celsius. De rest van de zomer verliep nat en steeds koeler. De verder natte juni werd gekenmerkt door zware onweersbuien. Op 18 juni werd het Utrechtse Leersum getroffen door een valwind tijdens een onweersbui met grote schade tot gevolg. De herfst was ook warmer en droger dan normaal, vooral in de maand september. December was vrij zacht. Vandaag werd er in De Bilt een temperatuur van maar liefst 14,4 graden aangetikt.

Regenval en overstromingen
Afgelopen jaar passeerden ook verscheidende zware buien de revue. Zo kreeg West-Europa medio juli te maken met enkele van de zwaarste overstromingen ooit. Op 14 en 15 juli viel in sommige delen van Duitsland en België tot wel 150 mm regen, met overstromingen, aardverschuivingen en meer dan 200 doden tot gevolg. Maar niet alleen in Europa was het nat. Aanhoudende en bovengemiddelde regenval in de eerste helft van het jaar in delen van Zuid-Amerika – met name het noordelijke Amazonebekken – leidde tot aanzienlijke en langdurige overstromingen in de regio. De Rio Negro, de belangrijkste zijrivier aan de noordzijde van de Amazone, bereikte zelfs het hoogste niveau ooit. Bovendien trof extreme regenval de Chinese provincie Henan, waar in de stad Zhengzhou op 20 juli 201,9 mm regen in één uur viel: een Chinees nationaal record.

Ondertussen in Nederland
Ook in Nederland was het raak. Van 13 tot en met 15 juli viel er in het zuiden van Limburg extreem veel regen, wat tot grote wateroverlast leidde. Het KNMI gaf een code oranje en op 14 juli zelfs code rood. Het was de eerste keer dat het KNMI een code rood uitgaf voor zware neerslag.

Droogte
Hoewel het aan de ene kant van de wereld plensde, gingen andere gebieden gebukt onder barre droogtes. Een groot deel van subtropisch Zuid-Amerika kreeg voor het tweede achtereenvolgende jaar te maken met extreem droge omstandigheden. Paraguay, Uruguay en Noord-Argentinië werden het hardst getroffen. Bovendien droeg het onder andere in de Hoorn van Afrika bij aan humanitaire crisissen.

Technologie
Afgelopen jaar hebben we echter ook geleerd dat we kunnen vertrouwen op technologie. Dankzij verbeterde vroegtijdige waarschuwingssystemen zijn er aanzienlijk minder mensen door extreem weer om het leven gekomen. Bovendien hielpen supercomputers en satelliettechnologieën ons om veel van de extreme weergebeurtenissen beter te voorspellen en op de voet te volgen.

Er is echter nog werk aan de winkel. Want met name in de minst ontwikkelde landen en kleine eilandstaten werken de meteorologische waarnemingsnetwerken niet optimaal. De Systematic Observing Financing Facility (SOFF) heeft dan ook als doel gesteld om deze netwerken te verbeteren en de grote hiaten in fundamentele weer- en klimaatgegevens te vullen. Want die zijn van groot belang voor goede weersvoorspellingen en doeltreffende mitigatie in het komende jaar.