In liefde en oorlog is alles geoorloofd, zo luidt een bekend spreekwoord. En wespen blijken nu in beide – zeer uiteenlopende – situaties op hetzelfde wapen te vertrouwen.

Tot die conclusie komen Japanse onderzoekers in het blad Current Biology. In het blad beschrijven ze hoe mannelijke wespen, behorende tot de soort Anterhynchium gibbifrons hun vijanden te lijf gaan met scherpe genitale stekels. En dat suggereert dat de geslachtsdelen van deze mannetjes een tot voor kort over het hoofd geziene functie hebben, zo stellen de onderzoekers.

Gestoken
Van wespen is algemeen bekend dat ze kunnen steken. Maar doorgaans wordt aangenomen dat hun slachtoffers – waaronder ook wij mensen – daarbij enkel iets te vrezen hebben van de vrouwelijke exemplaren. “Bijen en wespen gebruiken hun (gemodificeerde, red.) legbuizen als stekels om aanvallers – waaronder ook mensen – te verjagen,” zo leggen de onderzoekers in hun studie uit. Legbuizen zijn organen die insecten van oorsprong gebruiken om eitjes diep in planten of andere organismen te deponeren en zijn nog het beste te beschrijven als een holle buis. Vrouwelijke bijen en wespen gebruiken een aangepaste versie van die legbuis echter om hun vijanden te steken. “De eigenschappen die de legboor geschikt maakten voor het boren in planten, maken deze ook nuttig als wapen,” aldus onderzoeker Gavin Broad. Nabijgelegen klieren die eerder een rol hadden in het leggen van de eitjes zijn daarbij verworden tot gifzakjes. Het resultaat is een gemodificeerde legbuis waarmee de insecten hun aanvaller kunnen steken en een gif kunnen toedienen dat intense pijn en soms ook heftige allergische reacties kan veroorzaken. Maar alleen vrouwtjes zijn daartoe dus in staat. Simpelweg omdat de mannetjes in beginsel al niet over zo’n legbuis beschikten. Vandaar dat mannelijke wespen doorgaans ook als ongevaarlijk worden beschouwd.

Per ongeluk
Om roofdieren toch nog enigszins op afstand te houden, doen de mannetjes graag alsof ze (veel gevaarlijkere) vrouwtjes zijn; veelal hebben ze dezelfde kleuren als hun vrouwelijke soortgenoten. Ook apen ze het gedrag van de vrouwtjes graag na. Maar het na-apen van de gevaarlijkere vrouwtjes is niet het enige wapen van de mannetjes, zo tonen Japanse onderzoekers nu dus aan. Het is een opvallende ontdekking die ze min of meer per ongeluk op het spoor kwamen toen één van hen door een mannelijke wesp gestoken werd. “Wij geloofden dat mannelijke wespen ongevaarlijk waren, dus we waren heel verrast toen we door zo’n mannelijke wesp gestoken werden,” aldus onderzoeker Shinji Sugiura. Vervolgonderzoek wees uit dat de wesp – behorende tot de soort A. gibbifrons – twee genitale stekels had gebruikt om de onderzoeker te grazen te nemen. Deze stekels bevinden zich aan weerszijden van de aedeagus, een orgaan dat grofweg vergelijkbaar is met de penis van zoogdieren. “In tegenstelling tot de steken van vrouwelijke wespen gaf het mannetje geen gif af. Maar de steek veroorzaakte wel een stekende pijn.”

Het zette de onderzoekers aan het denken. Kon het zijn dat de mannetjes hun geslachtsdelen – of specifieker gezegd, de stekels die daarop te vinden waren – gebruikten om hun vijanden het leven zuur te maken? De observatie dat de mannetjes de stekels tijdens het paren of wanneer ze door een vrouwelijke wesp werden afgewezen niet gebruikten, leek daar wel op te hinten. “De mannelijke wespen verwondden de vrouwtjes niet. Het suggereert dat de genitale stekels van de mannetjes dienst doen als een verdediging tegen roofdieren.”

Hier zie je een stekende mannelijke wesp (grote foto) en een stekende vrouwelijke wesp (inzet rechts). Afbeeldingen: Current Biology Sugiura.

Experimenten
De onderzoekers besloten die hypothese nader te verkennen door een aantal wespen (behorende tot de soort A. gibbifrons) in één ruimte te zetten met een natuurlijke vijand: de boomkikker (Dryophytes japonica). Deze boomkikkers lusten wel een wespje en alle boomkikkers vielen de wespen aan en probeerden deze te consumeren. Uiteindelijk bleek echter iets meer dan 35 procent van de kikkers de wespen weer uit te spugen. En daar hadden de boomkikkers reden toe; de onderzoekers zagen dat de wespen de kikkers met hun genitaliën te lijf gingen en met de stekels die daarop te vinden zijn, prikten.

Wespen zonder geslachtsdelen
Het idee dat de stekels op de geslachtsdelen echt gericht zijn tegen roofdieren wordt verder onderschreven door een tweede experiment. Hierbij werden de kikkers en boomkikkers in één ruimte gezet met mannelijke wespen die van hun geslachtsdelen waren ontdaan. “Alle kikkers aten de wespen zonder geslachtsdelen op,” zo concluderen de onderzoekers. “Hoewel we zagen dat de wespen de boomkikkers wel beten, weerhield dat de boomkikkers er niet van de wespen door te slikken. Genitale stekels lijken dan ook te kunnen voorkomen dat boomkikkers mannelijke wespen opeten.”

Vrouwtjes winnen het
En daarmee zijn de mannelijke wespen dus een stuk minder ongevaarlijk dan gedacht. Toch hebben roofdieren nog altijd meer respect voor de vrouwtjes, zo moeten de onderzoekers concluderen. Ze baseren die conclusie op een experiment waarbij ze de boomkikkers in één ruimte met vrouwelijke A. gibbifrons plaatsten. De kikkers bleken de vrouwtjes niet alleen veel minder vaak aan te vallen dan de mannetjes; ze spuugden ze ook veel vaker dan de mannetjes weer uit (in zo’n 87 procent van de gevallen). “Vrouwelijke A. gibbifrons hebben dus een effectievere verdediging tegen boomkikkers dan de mannetjes,” aldus de onderzoekers.

Een door een mannelijke wesp gestoken boomkikker spuugt zijn slachtoffer uit. Afbeelding: Current Biology Sugiura.

Vrouwtjes mogen zich dan beter kunnen verdedigen dan de mannetjes, aan het eind van de rit moeten we toch concluderen dat de mannetjes een stuk minder weerloos zijn dan gedacht. Terwijl eerdere studies naar de geslachtsdelen van dieren zich focusten op de rol die deze spelen in de interactie tussen mannetjes en vrouwtjes, toont dit onderzoek aan dat ze – in ieder geval als we het over A. gibbifrons hebben – ook op een heel ander gebied van groot belang zijn. “Er zijn maar een paar studies die aangetoond hebben dat mannelijke geslachtsdelen een defensieve functie hebben,” zo schrijven de onderzoekers. Als voorbeeld halen ze pijlstaartmotten aan waarvan eerder is vastgesteld dat ze hun geslachtsdelen gebruiken om vleermuizen – die middels echolocatie hun omgeving in kaart brengen en navigeren – in de war te brengen. Aan het betrekkelijk korte rijtje dieren met ‘defensieve geslachtsdelen’ lijken we nu A. gibbifrons toe te kunnen voegen. Aangezien er veel wespensoorten met genitale stekels zijn, lijkt het echter een kwestie van tijd voor die lijst opnieuw wordt uitgebreid. “Er zijn veel wespensoorten waarbij de mannetjes deze (genitale, red.) stekels hebben,” stelt Broad. “Dus het zou mij helemaal niet verbazen als dit gedrag (het steken met de geslachtsdelen, red.) niet alleen onder deze ene soort, maar juist wijdverspreid voorkomt.”