In een open brief spreken tientallen wetenschappers zich uit tegen een regelmatig geopperde oplossing voor ons klimaatprobleem: zonne-klimaatengineering.

De aarde warmt rap op. En pogingen om internationaal tot doeltreffende afspraken te komen om de uitstoot van broeikasgassen en daarmee ook de opwarming van de aarde af te remmen, verlopen moeizaam. En zo af en toe gaan er dan ook stemmen op om het over een andere boeg te gooien en ons niet (enkel) op de oorzaak van het klimaatprobleem (onze uitstoot) te focussen, maar in plaats daarvan de symptomen ervan (een hogere temperatuur) te bestrijden. En een methode die daarbij veel aangehaald wordt is zonne-klimaatengineering. Hierbij zou – in een poging de wereldwijde temperatuur te laten dalen – zonlicht op grote schaal tegengehouden of gefilterd worden. Dat kun je (in theorie) op verschillende manieren doen (zie kader hieronder). Maar de methode die toch wel het vaakst wordt aangehaald, is stratosferische aerosolinjectie (kortweg SAI). Deze aanpak is losjes gebaseerd op de catastrofale vulkaanuitbarsting die in 1991 op de Filipijnen plaatsvond. De vulkaan Mount Pinatubo bracht in dat jaar grote hoeveelheden zwavel in de onderste lagen van de atmosfeer (de troposfeer en stratosfeer) en die zwaveldeeltjes hielden enige tijd het zonlicht tegen en zorgden er zo eigenhandig voor dat de wereldwijde temperatuur iets daalde. Het idee achter SAI is dat we een soortgelijk effect kunnen bereiken door op grote schaal deeltjes (aerosolen) in de atmosfeer te brengen. Die deeltjes zouden dan een deel van het zonlicht reflecteren en zo de (wereldwijde) temperatuur drukken.

No-go
Op papier lijkt stratosferische aerosolinjectie misschien een goed idee. Maar in een open brief zijn tientallen wetenschappers deze week heel duidelijk: zonne-klimaatengineering in het algemeen en stratosferische aerosolinjectie in het bijzonder is een no-go.

Naast de injectie van aerosolen zijn er nog andere methoden om zonlicht te filteren of tegen te houden. Zo moet het bijvoorbeeld ook mogelijk zijn om wolken helderder en dus reflecterender te maken en zo meer zonlicht van het aardoppervlak te weren. Deze methode zou de temperatuur vooral regionaal kunnen drukken. Een andere aanpak richt zich op het uitdunnen van cirruswolken. Ook cirruswolken reflecteren zonlicht en hebben dus een koelend effect. Maar in tegenstelling tot andere wolken absorberen ze tegelijkertijd juist infraroodlicht, wat juist een opwarmend effect geeft. De afkoelende en opwarmende effecten van cirruswolken heffen elkaar van nature op. Maar als we erin slagen om deze cirruswolken dunner te maken, zouden ze minder warmte absorberen en zou het koelende effect dus groter zijn. En zo zouden de cirruswolken dan bij kunnen dragen aan lagere temperaturen. Een andere regelmatig aangehaalde, maar door wetenschappers eigenlijk niet serieus genomen, aanpak is het plaatsen van grote spiegels in de ruimte die zonlicht reflecteren.
Dat stratosferische aerosolinjectie temidden van al deze mogelijke methodes op de meeste aandacht kan rekenen, heeft vooral te maken met dat deze aanpak tot een wereldwijde afkoeling zou kunnen leiden, technologisch haalbaar en betaalbaar lijkt.

Risico’s
Dat tientallen wetenschappers zich tegen zonne-klimaatengineering in het algemeen en stratosferische aerosolinjectie in het bijzonder keren, heeft meerdere redenen, zo is in de open brief te lezen. Zo wijzen de onderzoekers – waaronder ook enkele Nederlanders – er allereerst op dat we nog niet goed weten welke risico’s zonne-klimaatengineering met zich meebrengt. “De gevolgen ervan zullen van gebied tot gebied verschillen en er is onzekerheid over de effecten die het heeft op weerpatronen, landbouw en de voedsel- en watervoorziening,” aldus de onderzoekers. Meer onderzoek kan wellicht een deel van die onzekerheid wegnemen, maar het lijkt aannemelijk dat er altijd vraagtekens zullen blijven.

Symptoombestrijding
Daarnaast benadrukken de onderzoekers dat zonne-klimaatengineering symptoombestrijding is. En ze vrezen dat alleen het idee dat we het klimaat op deze manier kunnen redden overheden en bedrijven er al van kan weerhouden om de oorzaak van het klimaatprobleem aan te pakken.

Reguleren
Maar wat de onderzoekers nog het meeste zorgen baart, is het feit dat er op dit moment geen internationale instelling is die in staat is om de wereldwijde inzet van zonne-klimaatengineeringstechnieken effectief te reguleren. De wetenschappers wijzen er hierbij op dat er voor de inzet van bijvoorbeeld stratosferische aerosolinjectie op internationaal niveau afspraken moeten worden gemaakt over waar en hoe dat gaat gebeuren en hoelang, in welke mate er aerosolen geïnjecteerd zullen worden en wie er verantwoordelijk is voor eventuele (onvoorziene) effecten van deze aanpak. En omdat alle landen door de inzet van zonne-klimaatengineering worden geraakt, moeten ook alle landen zeggenschap over de kwestie hebben. Vetorecht voor rijke, machtige landen – zoals je dat nu nog vaak bij internationale instellingen ziet – is daarbij onbespreekbaar. Niet in de laatste plaats, omdat het juist voor de arme, onmachtige landen belangrijk is om in dezen gehoord te hebben. Simpelweg, omdat hun bevolkingen – die vaak al honger lijden en ver onder de armoedegrens wonen – ook het meeste te verliezen hebben als de inzet van zonne-klimaatengineering een (onvoorzien) negatief effect op hun omgeving zou hebben. “Kortom: de inzet van zonne-klimaatengineering op wereldwijde schaal vereist een heel nieuwe, democratische internationale organisatie met ongeëvenaarde handhavingsbevoegdheden,” aldus de onderzoekers. “Zulke organisaties bestaan niet.”

Verbod
En de vorming ervan lijkt ver weg. En in afwezigheid van zo’n organisatie bestaat het gevaar dat er straks een paar rijke landen zijn die op eigen houtje of in samenwerking met elkaar en tegen de wens van de meeste landen in, toch deze technieken gaan inzetten. En dat moet koste wat kost voorkomen worden. “Daarom roepen we overheden, de Verenigde Naties en andere partijen op om direct actie te ondernemen om de normalisatie van zonne-klimaatengineering als een oplossing voor het klimaatprobleem, te voorkomen.” Als het aan de wetenschappers ligt, wordt internationaal afgesproken dat deze methoden niet gebruikt gaan worden. Ook zou de financiering ten behoeve van de ontwikkeling van technologieën om zonne-klimaatengineering mogelijk te maken, verboden moeten worden. Net als het patenteren van die technologie en experimenten ermee in de open lucht.

En enige haast is geboden, want in verschillende geïndustrialiseerde landen neemt de interesse voor zonne-klimaatengineering hand over hand toe. Zo hebben verschillende wetenschappers het IPCC (International Panel on Climate Change, onderdeel van de VN) recent opgeroepen om zich er eens in te verdiepen. En een comité van de Amerikaanse National Academy of Sciences stelde vorig jaar dat ook de VS – bij voorkeur in samenwerking met andere landen – eens onderzoek moet doen naar de haalbaarheid van zonne-klimaatengineering. En aan de Harvard University wordt in een poging meer grip te krijgen op zonne-klimaatengineering zelfs al gericht onderzoek gedaan naar het gedrag van stratosferische aerosolen (hoewel een geplande veldtest in Zweden onlangs nog werd uitgesteld, vanwege fel verzet van inheemse groepen en milieuactivisten). Het laat volgens de onderzoekers zien dat zonne-klimaatengineering in ieder geval in bepaalde kringen in toenemende mate gezien wordt als een legitiem onderzoeksonderwerp en een eventueel te nemen stap in toekomstig klimaatbeleid. En dat is zorgwekkend. En onwenselijk. “Een koolstofvrije economie is haalbaar als we de juiste stappen zetten. Zonne-klimaatengineering is niet nodig. Noch is het wenselijk, ethisch of politiek bestuurbaar in de huidige context.”