Doorgaans rondden de mieren de reparatiewerkzaamheden binnen 24 uur af.

Dat schrijven onderzoekers in het Journal of Hymenoptera Research. De ontdekking werd min of meer toevallig gedaan, nadat scholier en mede-auteur van het onderzoeksartikel Alex Wcislo met een katapult een 9 millimeter groot balletje dwars door een tak van een grote Cecropia-boom schoot. Toen hij 24 uur later terugkeerde bij de boom was het gat volledig gesloten. Het bleek het werk te zijn van mieren uit het Azteca-geslacht en zette de scholier ertoe aan om – geholpen door klasgenoten en een bioloog van het Smithsonian Tropical Research Institute in Panama – een onderzoek te starten naar dit opmerkelijke verschijnsel.

Symbiose
Dat Azteca-mieren en Cecropia-bomen een bijzondere band hebben, is al veel langer bekend. De twee totaal verschillende organismen leven in symbiose: de boom biedt de mieren voedsel en een woonplaats en in ruil daarvoor beschermen de mieren de bomen – of nauwkeuriger gezegd: de bladeren daarvan – tegen planteneters.

Gaatjes vullen
Maar daar blijft het niet bij, zo moeten de jonge onderzoekers in het Journal of Hymenoptera Research concluderen. Want ook wanneer de boom flink gewond raakt, schieten de mieren te hulp. De onderzoekers trekken die conclusie nadat ze met behulp van een boor 22 gaten in verschillende Cecropia-bomen boorden. En 14 daarvan werden binnen 24 uur door mieren behorende tot de soort Azteca alfari gerepareerd.

Die reparatiewerkzaamheden werden eigenlijk vrijwel direct aangewend, zo schrijven de onderzoekers in hun artikel. Alleen wanneer het gat zich nabij een broedsel bevond, namen de mieren eerst de tijd om dat broedsel te verplaatsen. Maar anders haastten ze zich meteen naar het gat. Ze gebruikten vervolgens een mengsel van plantvezels en een ongeïdentificeerde vloeistof – mogelijk plantensap dat uit de wond liep – om het gat dicht te maken. “Doorgaans werkten enkele tot ongeveer 10 mieren aan het repareren van het gat,” zo schrijven de onderzoekers. Een deel deed dat van buitenaf en een deel van binnenuit. “Zodra het gat dicht was, bleven ze plantmateriaal toevoegen om het volledig op te vullen.” Doorgaans waren de gaten na 2,5 uur al behoorlijk kleiner en meestal rondden de mieren de werkzaamheden binnen 24 uur af.

Eigenbelang?
En daarmee lijken de onderzoekers een aanvullende taak te hebben gevonden die mieren in dienst van hun gastheer vervullen. Maar schijn bedriegt, want waarschijnlijk voeren de mieren de reparatiewerkzaamheden voornamelijk voor zichzelf uit, zo stellen de onderzoekers. Ze wijzen er daarbij op dat de mieren van nature zelf kleine gaatjes in de holle takjes of stengels maken om daar vervolgens hun eitjes in te kunnen leggen. Ook die gaatjes worden daarna echter keurig gesloten (zie het filmpje hieronder). Mogelijk wordt zo voorkomen dat het nageslacht te maken krijgt met bijvoorbeeld roofdieren en ziekteverwekkers. Dezelfde redenen zetten de mieren er mogelijk toe aan om de gaten die door anderen in de stengels worden gemaakt te dichten; ze willen voorkomen dat ziekteverwekkers via die gaten het broedsel bereiken.


De mierenkoningin maakt een gaatje in een holle stengel van de Cecropia-boom en kruipt er vervolgens zelf in om eitjes te leggen. Ze sluit het gat achter zich met behulp van het sponsachtige materiaal dat ze van de binnenwand van de stengel trekt. Ze zorgt voor de larven tot de eerste werksters het levenslicht zien en het zorgvuldig gesloten gat weer open.

Als die hypothese klopt, kan dat wellicht deels ook helpen verklaren waarom 8 van de geboorde gaten niet werden gesloten. “We vermoeden dat koloniën die niet snel gingen repareren hun broedsel hoger in de boom hadden zitten, waardoor een kleine beschadiging aan stengels die ze al lang geleden verlaten hadden een minimaal risico voor hen vormden.” Naarmate een boom groter wordt, verplaatsen de mieren hun broedsels namelijk steeds verder naar boven en worden de lagergelegen stengels niet meer door koninginnen en hun broedsels bewoond. Daarnaast zijn er mogelijk ook andere factoren die helpen bepalen of een mierenkolonie reparatiewerkzaamheden uitvoert of niet, zo zou daarbij ook de omvang van de kolonie een rol kunnen spelen.

Ook voordelig voor de boom?
Dat de mieren met het dichten van de gaten vooral hun eigen hachje willen redden, wil natuurlijk niet zeggen dat de boom er geenszins bij gebaat is. Op zich kan de boom zichzelf prima redden, zo schrijven de onderzoekers; deze kan het gat zelf dichten. Toch kan een reparatie uitgevoerd door mieren wel voordelig zijn. “We kunnen niet uitsluiten dat de mieren klieruitscheidingen toevoegen en van sommige mierensoorten weten we dat deze antimicrobieel kunnen zijn. Als dat het geval is, kunnen de bomen voordeel halen uit het gedrag van de mieren.”

Dan rest nog de vraag hoe de mieren zulke goede reparateurs zijn geworden. Want de gaten die de onderzoekers in de bomen schoten en boorden zijn anders en worden ook anders gerepareerd dan de gaatjes die de mieren zelf in de stengels aanbrengen. “Katapulten bediend door tieners zijn een nieuwe bedreiging voor de schuilplaats van de mieren,” zo erkennen de onderzoekers. “Maar in de natuur worden de Cecropia-bomen regelmatig bezocht door drievingerige luiaards en hun scherpe teennagels dringen soms door het hout heen.” De gaten die zo ontstaan zijn waarschijnlijk wel kleiner dan de gaten die de onderzoekers maakten, maar wellicht hebben de mieren zich de reparatiemwerkzaamheden dankzij de luiaards eigen gemaakt en nu simpelweg op een ander soort gat toegepast.

Het is hoe dan ook fascinerend. “De mieren zorgen er niet alleen voor dat hun gastheer (door toedoen van planteneters, red.) zo min mogelijk schade oploopt,” zo stellen de onderzoekers. “Maar wanneer er schade ontstaat, wordt die ook nog eens – weliswaar voor hun eigen gewin – gerepareerd.”