De hommels gaan ermee spelen. En ja, daar zijn beelden van. En ja, die toveren gegarandeerd een glimlach op je gezicht.

De talloze speelgoedboeken die in deze tijd van het jaar op de mat vallen, verraden het al: jonge kinderen zijn gek op speelgoed. Uren kunnen ze zich vermaken met een bal, blokken, een pop of ander speelgerei. En ze zijn niet de enigen; eerder onderzoek heeft aangetoond dat ook andere zoogdiersoorten en verschillende soorten vogels speels gedrag kunnen vertonen. Maar nieuw onderzoek – verschenen in het blad Animal Behaviour – onthult nu dat we aan die door zoogdieren en vogels gedomineerde lijst een opmerkelijk nieuwe binnenkomer mogen toevoegen. Ook hommels lijken namelijk te kunnen ‘spelen’.

Experimenten
Britse onderzoekers trekken die conclusie op basis van experimenten. In een eerste experiment zetten ze 45 hommels in een ruimte. De hommels konden vervolgens – ongehinderd – die ruimte doorkruisen om een tweede ruimte te bereiken waarin voedsel op hen lag te wachten. Maar ze konden ook van de route afwijken en een tussenstop maken in delen van de ruimte waar enkele houten kralen lagen. Opvallend genoeg bleken de hommels die tussenstop regelmatig te maken en vervolgens tegen de ballen te gaan duwen. Er was zelfs één hommel bij die de kralen wel 117 keer verrolde.

Wat daarbij opviel, was dat het vooral jonge hommels waren die met de kralen in de weer gingen. Daarbij rolden mannetjes de kralen langer in het rond dan vrouwtjes.

Voorkeur voor kralen
Het feit dat de hommels herhaaldelijk tegen de kralen duwden, suggereert dat het gedrag loonde oftewel de hommels op de één of andere manier goeddeed. Dat wordt verder onderschreven door een tweede experiment waarbij 42 hommels toegang kregen tot twee kamers die elk een andere kleur hadden. In de ene kamer waren altijd kralen te vinden. De andere kamer was leeg. Zodra de hommels dat wisten, werd ook de kamer met kralen leeggehaald en kregen de hommels opnieuw de keuze tussen de twee kamers. De hommels bleken daarop een sterke voorkeur te houden voor de kamer waarin eerder de kralen lagen.

Spelen loont
De experimenten – die zo opgezet waren dat de hommels de kralen niet hoefden te verplaatsen om voedsel te verkrijgen of hun overlevings- of paringskansen te vergroten – wijzen er volgens de onderzoekers op dat de hommels echt aan het spelen waren. En het feit dat de hommels dat herhaaldelijk doen, wijst erop dat het ze toch op de één of andere manier goeddoet. In andere woorden: het spelen loont. En omdat het de hommels zoals gezegd geen voedsel of betere overlevingskansen oplevert, moeten we die beloning in een andere hoek zoeken, zo stellen de onderzoekers voorzichtig. Zo zouden de experimenten erop wijzen dat hommels iets ervaren wat lijkt op positieve ‘gevoelens’.

Geen robotische wezens
“Het is zeker indrukwekkend – en bij vlagen amusant – om te zien dat hommels gedrag vertonen dat lijkt op spelen,” vindt onderzoeker Samadi Galpayage. “Ze benaderen en manipuleren het ‘speelgoed’ herhaaldelijk. En het laat – opnieuw – zien dat ze – ondanks hun gering omvang en kleine brein – meer zijn dan robotische wezens. Ze ervaren mogelijk echt iets van een – wellicht rudimentaire – positieve emotionele toestand, net als andere grote, pluizige of niet zo pluizige dieren dat doen.” Collega Lars Chittka sluit zich daarbij aan. “Dit onderzoek wijst er sterk op dat de hersenen van insecten veel geavanceerder zijn dan we ons kunnen voorstellen. Er zijn heel veel dieren die spelen, simpelweg omdat ze daarvan genieten, maar de meeste voorbeelden daarvan betreft jonge zoogdieren en vogels.”

Eerder onderzoek
Het idee om na te gaan of hommels kunnen spelen, werd een aantal jaren geleden al geboren. Toen toonde hetzelfde onderzoeksteam aan dat je hommels kunt leren om ‘een doelpunt te scoren’. In die experimenten kregen hommels een beloning wanneer ze een bal naar een gemarkeerde plaats rolden. Tijdens dat onderzoek zagen de onderzoekers echter dat de hommels ook met de ballen in de weer gingen wanneer het experiment reeds was afgelopen en er dus geen beloning meer tegenover stond. De nieuwe experimenten bewijzen dat hommels inderdaad herhaaldelijk, spontaan en zonder dat ze daarvoor met voedsel beloond worden, kralen aan het rollen brengen. Het is het schoolvoorbeeld van speels gedrag, zo betogen de onderzoekers, zoals we dat eerder ook al onder heel andere soorten hebben gezien.

Dat ook hommels – met hun kleine brein – een positief ‘gevoel’ over kunnen houden aan speels gedrag, is zoals gezegd opmerkelijk. En het zou onze kijk op insecten radicaal kunnen veranderen en daarmee ook van grote invloed kunnen zijn op hoe we met insecten omgaan, zo stelt Chittka. “Er komt steeds meer bewijs dat onderschrijft dat we echt alles wat we kunnen doen, moeten doen om insecten – die echt mijlenver af staan van de ongevoelige wezens waar we ze traditioneel voor aanzien – te beschermen.”