Zwarte voetballers zijn snel, witte slim: zo racistisch is voetbalcommentaar

Je zit er klaar voor met je biertje en je bitterbal, lekker voetbal kijken. De commentator lijkt precies te weten waar hij het over heeft: die snelle spits, die slimme spelverdeler. Maar hij is veel meer bevooroordeeld dan je misschien denkt. Mediaonderzoeker Arne van Lienden laat zien hoeveel racisme er sluipt in ogenschijnlijk onschuldig commentaar.

Een zwarte spits sprint langs zijn tegenstander. De commentator prijst zijn explosiviteit en fysieke kracht. Even later geeft een witte middenvelder een slimme steekpass. Dan gaat het ineens over spelinzicht, intelligentie en tactisch vermogen. Op het eerste gezicht lijken zulke beschrijvingen accuraat. Maar volgens Van Lienden, universitair docent Media & Journalistiek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, is er een opvallend patroon. Uit onderzoek blijkt namelijk dat zwarte en witte voetballers vaak op een fundamenteel andere manier worden beschreven. “Bij zwarte voetballers zien we dat er heel vaak melding wordt gemaakt van hun fysieke kwaliteiten, ze zijn sterk of snel”, legt hij uit. Dat lijkt misschien een compliment, maar dat is het niet helemaal. Het zegt veel meer iets over de manier waarop we naar spelers kijken.

Voetbal als spiegel van de samenleving

De mediawetenschapper onderzoekt hoe sportmedia betekenis geven aan verschillen tussen sporters. Voetbal is daarvoor de ideale omgeving. Op het veld komen spelers met uiteenlopende achtergronden samen, terwijl miljoenen mensen luisteren naar commentatoren en analyses. “We vinden sport en voetbal een hele interessante plek om te kijken naar hoe die betekenisgeving dan gaat”, zegt hij. “We zien dat commentatoren en voetbaljournalisten eigenlijk een best wel belangrijke rol hebben daarin.”

Die rol wordt vaak onderschat. Veel mensen beschouwen sportcommentaar als achtergrondgeluid, maar commentatoren bereiken wekelijks miljoenen kijkers. Daarmee hebben ze invloed op hoe mensen spelers, teams en soms zelfs hele bevolkingsgroepen zien.

Sterk versus slim

Onderzoekers zien al jarenlang vergelijkbare patronen terug in sportverslaggeving. Zwarte spelers worden vaker omschreven als fysiek sterk, atletisch of snel. Witte spelers worden juist vaker geprezen om hun intelligentie, leiderschap, tactisch inzicht of werkethiek.

Dat verschil komt niet alleen voor in Nederland. “Als we kijken naar voetbalcommentaar en journalistiek zien we dat eigenlijk in alle onderzochte landen dat verschil een vrij vaak terugkerend patroon is.” De overeenkomsten tussen landen zijn zelfs groter dan de verschillen. “Het is zoals gezegd niet een specifiek Nederlands fenomeen. Het is iets wat door heel Europa verspreid is en ook in de Verenigde Staten voorkomt.”

Een koloniale erfenis

Waar komen die verschillen vandaan? Volgens Van Lienden zijn de stereotypen niet los te zien van eeuwenoude ideeën over ras. Tijdens de koloniale periode werden zwarte mensen vaak voorgesteld als lichamelijk sterk. Intelligentie en beschaving werden juist gekoppeld aan witte Europeanen. “Die stereotypen, dat er een soort van bijna genetische superioriteit bestaat van zwarte spelers, dat komt heel duidelijk voort uit koloniale verhalen.”

Dat maakt het onderzoek ook zo interessant. Veel mensen denken dat koloniale denkbeelden inmiddels achter ons liggen. Maar in iets simpels als voetbalcommentaar blijken ze nog steeds door te werken. “In iets dat zo alledaags is als voetbal kijken, zien we alsnog dat die koloniale denkbeelden nooit heel ver weg zijn”, aldus Van Lienden. Het gebeurt meestal niet bewust. Integendeel: het gaat allemaal zo subtiel dat het nauwelijks opvalt.

Niet alleen racistische spreekkoren

Als mensen het over racisme bij voetbal hebben, denken ze vaak aan racistische spreekkoren vanaf de tribune of openlijke beledigingen op sociale media. Maar dat is slechts een deel van het verhaal. “Mensen associëren racisme vaak met expliciete incidenten”, zegt de mediawetenschapper. “Waar we wat minder snel aan denken, is die meer impliciete manier waarop het gebeurt, die wat onschuldiger lijkt.”

Juist die subtiele vormen zijn interessant. Ze zijn moeilijker te herkennen, maar kunnen wel degelijk invloed hebben op hoe spelers worden beoordeeld.

Een witte mannenwereld

Waarom veranderen zulke patronen niet vanzelf? Volgens Van Lienden speelt de samenstelling van sportredacties een belangrijke rol. “Het is een ontzettend wit beroep.” Daar komt bij dat de sportjournalistiek nog altijd sterk wordt gedomineerd door mannen. “Dat leidt niet automatisch tot racisme, maar wel tot blinde vlekken.”

Uit onderzoek blijkt bovendien dat homogene groepen minder snel bestaande aannames ter discussie stellen. “Hoe homogener een groep is, hoe moeilijker het is om kritische geluiden te laten horen”, legt Van Lienden uit.
Ook de dagelijkse praktijk helpt niet mee. Journalisten werken voortdurend onder tijdsdruk en zijn bezig met de volgende deadline. Daardoor is er weinig tijd voor reflectie op het eigen taalgebruik.

Het geloof in objectiviteit

Een andere factor is het sterke geloof in journalistieke objectiviteit. “Journalisten hebben vaak een heilig geloof in hun eigen neutraliteit”, aldus de mediawetenschapper. “Dat maakt het lastig om stereotypen bespreekbaar te maken. Veel journalisten ervaren kritiek op hun woordkeuze als een aanval op hun professionaliteit. Ze hebben immers het gevoel dat ze simpelweg beschrijven wat er op het veld gebeurt. Als een speler snel is, waarom zou je dat dan niet zeggen?” Toch laten grote hoeveelheden onderzoek zien dat zulke kwalificaties niet gelijk verdeeld zijn.

Leestip: Hup Holland hup: in Nederland zingen we heel anders bij voetbalwedstrijden dan in Engeland of Duitsland

Meer diversiteit

De oplossing ligt waarschijnlijk niet in één simpele maatregel. Wel denkt de wetenschapper dat meer diversiteit op redacties een belangrijke stap kan zijn. Mensen met verschillende achtergronden herkennen stereotypen vaak sneller en brengen andere perspectieven mee. “Wat we zien uit onderzoek is dat mensen die zelf een minderheidsafkomst hebben of veel ervaring daarmee, sneller zijn in het herkennen van stereotype beelden.”

Tegelijkertijd waarschuwt hij dat diversiteit meer is dan het aannemen van een paar extra medewerkers met een andere achtergrond. Als de cultuur op een redactie hetzelfde blijft, vertrekken die mensen vaak ook weer snel. Echte verandering vraagt daarom om een omgeving waarin verschillende perspectieven daadwerkelijk worden gehoord.

Nieuwe stemmen

Toch ziet Van Lienden ook redenen voor optimisme. Naast traditionele sportmedia ontstaan steeds meer onlinevoetbalplatforms, podcasts en YouTube-kanalen die worden gemaakt door makers met uiteenlopende achtergronden. Daardoor komen nieuwe perspectieven op voetbal, identiteit en cultuur naar voren die vroeger veel minder zichtbaar waren. Ook traditionele media lijken daar steeds meer aandacht voor te krijgen.

Of die nieuwe platforms bestaande stereotypen daadwerkelijk doorbreken, moet nog verder worden onderzocht. Maar het laat wel zien dat de sportjournalistiek in beweging is.

Meer dan een spelletje

Hoewel zijn onderzoek aantoont hoe diep sommige denkbeelden verankerd zijn, benadrukt Van Lienden dat media niet alleen stereotypen kunnen verspreiden. Ze kunnen ze ook doorbreken. “Media zijn ook de plek in de maatschappij waar ideeën kunnen worden ontkracht of waar nieuwe geluiden kunnen ontstaan.”

Dat maakt voetbalcommentaar belangrijker dan veel mensen denken. De woorden waarmee spelers worden beschreven, beïnvloeden hoe miljoenen kijkers naar voetbal kijken. Maar diezelfde media kunnen ook helpen om oude aannames ter discussie te stellen.

Wie eenmaal op die patronen let, hoort ze overal terug. En dat bewustzijn is volgens Van Lienden een eerste stap richting verandering.

Wil je niets van Scientias missen? Volg Scientias op Google Discover dan zie je al onze verhalen!

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Categorieën:

Bronmateriaal

Afbeelding bovenaan dit artikel: Omar Ramadan / Pexels

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd