Vrouwen die in de vier weken voor hun zwangerschap meer dan vier keer per week seks hadden, raakten sneller zwanger dan vrouwen die minder vaak vrijden. Dat blijkt uit onderzoek uit Noorwegen bij ruim 64.000 moeders. De Leuvense seksuoloog Paul Enzlin zet wel een vraagteken bij de manier waarop de onderzoekers hun groep samenstelden.
Wie een kind wil, krijgt meestal hetzelfde advies: gewoon vaker vrijen. Maar hoe vaak is vaker? Zelfs de officiële definitie van onvruchtbaarheid laat dat open. Die spreekt van een koppel dat na een jaar “regelmatige” onbeschermde seks nog niet zwanger is. Wat dat woord inhoudt, staat er niet bij.
Harde cijfers waren er amper. Enkele kleine studies, bij 80 Japanse koppels en 2.510 Spaanse vrouwen, wezen al voorzichtig in de richting van “hoe vaker, hoe beter”. Een groot onderzoek ontbrak.
Twee vragen op een vragenlijst
Tussen 1999 en 2008 vulden tienduizenden zwangere Noorse vrouwen rond hun vierde maand een uitgebreide vragenlijst in. Twee vragen waren voor deze studie cruciaal: hoe vaak had je seks in de vier weken voor je zwanger werd, en hoeveel maanden probeerde je het al?
Alleen geplande zwangerschappen telden mee. Wie met medische hulp zwanger werd, viel af, net als wie langer dan drie jaar had geprobeerd. Zo bleven 64.193 vrouwen over. De onderzoekers verdeelden hen over vier groepen: minder dan één keer per week, één à twee keer, drie à vier keer en meer dan vier keer.
Het verschil zit helemaal bovenaan
Gemiddeld duurde het 4,5 maanden voor het raak was. Wie minder dan één keer per week vrijde, deed er 4,8 maanden over. Bij wie het meer dan vier keer per week deed, was het gemiddeld na 3,7 maanden raak.
Die daling verliep niet gelijkmatig. Het verschil zat vooral bij de koplopers; tussen de drie andere groepen waren de verschillen klein.
Vergeleken met vrouwen die één à twee keer per week seks hadden, was de kans op een zwangerschap per menstruatiecyclus bij de koplopers 16 procent groter. Dat is een relatieve toename. Stel dat je normaal 20 procent kans per maand hebt; dan kom je zo op ongeveer 23 procent. Bij de drie andere groepen lag die kans per cyclus ongeveer even hoog.
Enzlin is in grote lijnen niet verbaasd. “Om een zwangerschap tot stand te brengen, moeten zaadcellen en eicellen bij elkaar geraken. Hoe vaker er wordt gevrijd, hoe groter die kans wordt.”
Waarom dan zo weinig verschil onder de vier keer per week? Een vrouw is maar enkele dagen per cyclus vruchtbaar. Dat is rond de eisprong: het moment waarop een eierstok een eicel vrijgeeft. Wie heel vaak vrijt, raakt die dagen bijna vanzelf. De onderzoekers vermoeden dat koppels met minder seks die bewuster rond de eisprong plannen.
Geen slecht nieuws voor het sperma
Er leeft ook een oude vrees: dat vaak klaarkomen de zaadkwaliteit ondermijnt. In deze studie was daar niets van te merken. Enzlin verwijst naar een recente overzichtsstudie die hetzelfde suggereert. Mannen die kort na elkaar klaarkomen, hebben per keer wel minder zaadcellen. Maar die zaadcellen zwemmen beter en hebben minder schade aan hun erfelijk materiaal. Die overzichtsstudie keek wel alleen naar het sperma zelf, niet naar het aantal zwangerschappen.
Een kritische noot
Enzlin heeft vooral een vraag bij de opbouw van het onderzoek. De onderzoekers lieten 15.756 ongeplande zwangerschappen buiten beschouwing. Dat is bijna een op de vijf vrouwen met volledige gegevens. “Die bewijzen toch ook dat er een zwangerschap is ontstaan in de context van een bepaalde frequentie”, zegt hij. Of een kind gepland was, verandert volgens hem weinig aan het verband tussen vrijen en zwanger worden.
De onderzoekers hebben er wel een reden voor: alleen wie bewust probeerde, kan zeggen hoe lang dat duurde. Ze erkennen zelf dat ze zo misschien net de vruchtbaarste vrouwen uit hun cijfers haalden.
Voor Enzlin toont de studie vooral iets groters. “Het toont nog maar eens te meer hoe weinig controle we hebben over onze vruchtbaarheid ondanks de ‘illusie’ van de maakbaarheid van onze kinderwens.”
Ook oorzaak en gevolg zijn niet eenduidig. Misschien vrijen koppels minder omdat het niet lukt. Enzlin kent dat mechanisme. Wie een kind wil, wil het volgens hem vaak snel. Blijft het uit, dan volgt stress. “Het is gekend uit de literatuur rond vruchtbaarheidsbehandelingen dat seksualiteit soms tot een technische act verwordt die niet meer prettig is en waarnaar niet wordt verlangd.” Toch relativeert hij: in deze studie wachtten de meeste koppels maar enkele maanden.
Er zijn nog meer beperkingen. Koppels die nooit zwanger werden, ontbreken volledig. De vrouwen moesten maanden later terugdenken aan hun seksleven en mensen overschatten dat doorgaans. De vraag ging alleen over de laatste vier weken. Wanneer in de cyclus ze vrijden en hoe het sperma van de partner eraan toe was, weten de onderzoekers niet. En wie gezond is, heeft mogelijk zowel meer zin in seks als een vruchtbaarder lichaam.
Gerichter vrijen
Moeten koppels met een kinderwens nu vaker vrijen? Enzlin waarschuwt dat zo’n advies sommigen onder druk zet, omdat ze hun vaste gewoonten in bed moeten omgooien. Hij raadt eerder aan om gericht te vrijen: in de dagen rond de eisprong elke dag, in plaats van zoals vroeger een paar dagen over te slaan. Wat de rest van de maand gebeurt, laat hij aan de koppels zelf. “Zoals je zelf kan zien in de data, is de groep die meer dan vier keer per week vrijt slechts 13 procent.”
Wil je niets van Scientias missen? Voeg Scientias toe als voorkeursbron op Google dan zie je al onze verhalen!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

