Eigenlijk is het heel gek dat we zoenen. Evolutionair gezien hebben we er namelijk weinig aan. Toch heeft de kus op de mond 21 miljoen jaar aan evolutie doorstaan, blijkt uit een nieuwe studie.
Het blijft deels een evolutionair raadsel waarom we zoenen. Er is namelijk geen duidelijk voordeel voor voortplanting of overleving en er zitten wel risico’s aan, zoals de overdracht van ziektes. We zijn overigens niet de enige soort die zoent, ook bijvoorbeeld wolven of sommige vogels drukken hun monden tegen elkaar aan. Maar een tongzoen is voorbehouden aan mensen en bonobo’s. Bij die laatste heeft het echter geen romantische functie.
Waarom we zoenen
Er zijn wel mogelijke verklaringen waarom we zoenen. Het zou bijvoorbeeld kunnen dat het is voortgevloeid uit vroeger vlooigedrag. Als mensapen elkaar vlooien eindigt dit meestal met een zuigend gebaar met getuite lippen om ook de laatste hardnekkige parasieten te verwijderen. Dit gedrag is mogelijk blijven voortbestaan, ook toen het niet meer nodig was voor de hygiëne. Langzaam zou het zijn verworden tot een romantisch gebaar. “Sommige mensen stellen ook dat seksueel zoenen een nuttige manier is om de kwaliteit of geschiktheid van een partner te beoordelen”, aldus Oxford-onderzoeker Matilda Brindle. “Zoenen kan ook een soort voorspel zijn, waardoor de seksuele opwinding toeneemt en de kans op bevruchting stijgt.” Maar vergis je niet: het is minder universeel dan je zou denken. Kussen komt maar in 46 procent van de culturen voor. Bij de meeste jager-verzamelaars werd helemaal niet gezoend.
Maar lang daarvoor dus wel, ontdekten onderzoekers van Oxford. Het is ontstaan bij de gemeenschappelijke voorouder van mensapen en mensen, zo’n 21 miljoen jaar geleden.
10 miljoen simulaties
Met zoenen bedoelen de onderzoekers dan niet-agressief mond-op-mondcontact waarbij geen voedsel wordt overgedragen. Want dat laatste is bijvoorbeeld nogal eens het geval bij andere dieren, zoals olifanten, die via een zoenend gebaar met hun slurf eten aan de ander geven. Dat is niet zo bij chimpansees, bonobo’s en orang-oetans, die daarom ook de kern vormen van het onderzoek. De onderzoekers hebben een stamboom van zoenende primaten opgesteld en daar verschillende evolutiescenario’s op losgelaten. Zo konden ze inschatten wat de kans is dat onze voorouders elkaar zoenden. Het model werd 10 miljoen keer gedraaid om een robuuste statistische schatting te krijgen.
Professor Stuart West, hoogleraar Evolutionaire Biologie aan Oxford, legt uit: “Door evolutionaire biologie te integreren met gedragsgegevens kunnen we goed onderbouwde aannames doen over kenmerken die niet fossiliseren, zoals kussen. Dit stelt ons in staat sociaal gedrag te bestuderen bij zowel moderne als uitgestorven soorten.”
Evolutie of cultuur?
Het is nog maar het begin van het onderzoek naar kussen bij dieren, maar de studie biedt een handig kader voor toekomstige studies. “Zoenen lijkt misschien gewoon of universeel gedrag, maar het is slechts bij de helft van de menselijke culturen gedocumenteerd”, besluit onderzoeker Catherine Talbot van het Florida Institute of Technology. “De sociale normen en context verschillen sterk tussen samenlevingen, wat de vraag oproept of kussen geëvolueerd gedrag of een culturele uitvinding is. Dit is de eerste stap om die vraag te beantwoorden.”
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Waarom kussen mensen? Nieuwe theorie wijst naar vlooiende voorouders en Mag je zoenen na een broodje gluten? Dit zegt de wetenschap.
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


