De beelden, die tien keer beter zijn dan wat een 4K-tv kan weergeven, zijn gemaakt op een afstand van 75 miljoen kilometer afstand; precies halverwege de aarde en de zon.

ESA’s Solar Orbiter is al enkele jaren op weg naar de zon. Een spannende missie. Want hoewel we dankzij verschillende rovers en ruimtevaartuigen een beeld hebben gekregen van hoe sommige planeten en manen in ons zonestelsel eruit zien, blijft onze moederster nog altijd raadselachtig. Nieuwe beelden brengen daar enigszins verandering in. Want de Solar Probe toont onze ster in werkelijk ongekend detail.

De beelden
Dankzij het Europese ruimtevaartuig beschikken we nu over de dichtstbijzijnde foto’s van de zon die ooit zijn gemaakt. Het onthult dan ook de fijnste details van de buitenste atmosfeer van de ster; de zogenaamde corona. De indrukwekkende beelden zijn begin maart vervaardigd, toen de Solar Orbiter zich precies halverwege tussen de aarde en de zon bevond, op een afstand van 75 miljoen kilometer van beide lichamen.

Onze zon, gezien door de ogen van Solar Orbiter in extreem ultraviolet licht vanaf een afstand van ongeveer 75 miljoen kilometer. De afbeelding is een mozaïek van 25 afzonderlijke opnamen die op 7 maart zijn gemaakt door het Extreme Ultraviolet Imager-instrument. Afbeelding:
ESA & NASA/Solar Orbiter/EUI team; Data processing: E. Kraaikamp (ROB)

Hierboven is de prachtige foto van onze moederster te bewonderen. De foto is gemaakt door de Extreme Ultraviolet Imager (EUI); één van de krachtige instrumenten waar de Solar Orbiter mee uitgerust is. In totaal bevat deze afbeelding meer dan 83 miljoen pixels. Ter vergelijking; dit beeld heeft een resolutie die tien keer beter is dan wat een 4K-tv kan weergeven.

Dit is er te zien
Wat opvalt, zijn onder andere de donkere filamenten die zowel aan de rand rechtsboven als linksonder omhoog schieten. Dit zijn zogeheten protuberansen; in elkaar vervlochten magnetische veldlijnen die materie afkomstig van de zon in een sliert of boog vasthouden. Tijdens uitbarstingen worden er enorme hoeveelheden coronaal gas de ruimte in geslingerd, wat kan leiden tot stormachtig ruimteweer.

SPICE-instrument
Naast de EUI werd ook het SPICE-instrument (Spectral Imaging of the Coronal Environment) even ingeschakeld. SPICE is ontworpen om de lagen in de atmosfeer van de zon te bestuderen – helemaal vanaf de buitenste corona tot aan een laag die bekend staat als de chromosfeer. Het instrument doet dit door te kijken naar verschillende golflengten van extreem ultraviolet licht dat afkomstig is van verschillende atomen.

Temperatuurverschil
Dankzij deze waarnemingen, kunnen onderzoekers de buitengewoon krachtige uitbarstingen die plaatsvinden in de corona bestuderen. En dat is heel belangrijk. Gehoopt wordt dat dit namelijk één van de grootste mysteries over onze zon zou kunnen oplossen. Wat heel vreemd is, is dat de buitenste lagen van de zon veel heter zijn dan de binnenste. Zo is het oppervlak van de zon ‘slechts’ 5000 graden Celsius, terwijl de temperatuur in de corona wel kan oplopen tot een miljoen graden Celsius. Het onderzoeken van dit raadselachtige fenomeen is één van de belangrijkste wetenschappelijke doelstellingen van de missie van Solar Orbiter.

Andere doelen
Overigens staat er nog veel meer op het takenlijstje van Solar Orbiter. Zo zal tijdens deze missie voor de allereerste keer een blik worden geworpen op de polen van onze moederster. Waar andere missies de zon zo’n beetje ter hoogte van de evenaar van onze moederster bestudeerden, zal de Solar Orbiter zich in een iets andere baan om de zon nestelen, waardoor deze onze moederster ook van bovenaf kan gaan bekijken. De Solar Orbiter zal daarnaast meer onderzoek gaan doen naar het magnetisch veld van de zon. Gehoopt wordt dat de waarnemingen van de Solar Orbiter onderzoekers eindelijk in staat stellen om een vrij accuraat model van het hele magnetische veld van de zon op te stellen. En dat moet er vervolgens weer toe leiden dat ze het ruimteweer – kortgezegd de impact die zonnestraling en de deeltjes die onze ster uitzendt op de aarde en omgeving heeft – beter kunnen voorspellen. Ook zal de Solar Orbiter onderzoek gaan doen naar de zonnecyclus. Die duurt zo’n elf jaar en wordt gekenmerkt door een zonnemaximum – een periode waarin de zon heel actief is – en een zonneminimum – een periode waarin de zon vrij kalm is. Wat nog altijd raadselachtig is, is waarom de cyclus elf jaar duurt en waarom sommige zonnemaxima krachtiger zijn dan andere. Gehoopt wordt dat het observeren van veranderende magnetische velden op de polen ook daar meer inzicht in kan geven.

Deze nieuwe beelden zijn nog maar het begin. Zo is het de bedoeling dat het ruimtevaartuig de komende jaren herhaaldelijk de zon dicht zal naderen om prachtige foto’s te schieten en meer gegevens te verzamelen. En dan zullen we mogelijk onze ongrijpbare zon steeds een beetje beter gaan begrijpen.