Het vertrouwen in democratische processen is enorm laag in veel landen op dit moment. Hoe zouden we een stap in de richting van herstel kunnen zetten?
In een tijd waarin claims van verkiezingsfraude steeds vaker opduiken, rijst de vraag hoe het vertrouwen in democratische processen kan worden hersteld. Nieuw onderzoek wijst uit dat een opvallende strategie daarbij effectief is: het vooraf weerleggen van desinformatie. Deze zogenoemde ‘prebunking’ vergroot het vertrouwen van kiezers in het verkiezingsproces aanzienlijk en vermindert de kans dat zij valse claims over stembusfraude geloven.
Studie
De studie, verschenen in Science Advances, laat zien dat het vooraf delen van informatie over de veiligheidsmaatregelen rond verkiezingen beter werkt dan het achteraf ontkrachten van nepnieuws. Wanneer kiezers vooraf weten hoe stemmen worden beveiligd, stijgt hun vertrouwen in de uitslag en daalt hun ontvankelijkheid voor complottheorieën.
Het onderzoek werd uitgevoerd in de Verenigde Staten en Brazilië. Beide landen kampen sinds recente verkiezingen met enorme misvattingen over beweerde fraude. In de VS ging het om de presidentsverkiezingen van 2020, waar Donald Trump herhaaldelijk sprak over verkiezingsfraude. In Brazilië gebeurde iets soortgelijks in 2022 toen de toenmalige president Jair Bolsonaro zijn nederlaag betwistte. In beide landen leidde dat zelfs tot bestormingen van parlementsgebouwen.
Meer dan 5.500 deelnemers namen deel aan online experimenten. Zij werden willekeurig verdeeld in drie groepen: een controlegroep, een groep die ‘prebunking’-informatie ontving en een groep die feiten kreeg aangereikt van betrouwbare bronnen zoals rechtbanken en verkiezingsfunctionarissen.
De kracht van feiten
De ‘prebunking’-groep kreeg specifieke uitleg over de manier waarop verkiezingen worden beveiligd. In de VS ging het bijvoorbeeld om controles van stemmachines en procedures rond het tellen van poststemmen. De groep met ‘credible sources’ kreeg daarentegen verklaringen van neutrale instanties die bevestigden dat de verkiezingen eerlijk waren verlopen.
Beide strategieën bleken effectief, maar wel met nuanceverschillen. Opvallend is dat in de VS zowel prebunking als betrouwbare bronnen zorgden voor meer vertrouwen in de verkiezingsuitslag. Zo nam onder Republikeinen het geloof dat Joe Biden rechtmatig had gewonnen toe van 33 procent (controlegroep) naar 44 procent (‘credible sources’) en 39 procent (prebunking). In Brazilië werkte de prebunking-methode zelfs beter dan het verwijzen naar geloofwaardige bronnen: deelnemers kregen daardoor meer vertrouwen in zowel recente als toekomstige verkiezingen.
Een opvallende bevinding is dat vooral feitelijke informatie doorslaggevend was. Het enkel waarschuwen dat men valse berichten kon tegenkomen, bleek minder belangrijk dan het geven van concrete en nieuwe feiten over verkiezingsbeveiliging. Je moet het eigenlijk uitleggen, en niet slechts beweren zonder concrete feiten.
Bemoedigend signaal
“Deze resultaten zijn bemoedigend”, zegt mede-auteur John Carey. “Vaak hoor je dat mensen niet reageren op feiten, maar onze experimenten tonen aan dat overtuigingen wel degelijk bijgesteld kunnen worden, zelfs bij mensen die aanvankelijk vasthielden aan ongefundeerde ideeën.”
De onderzoekers concluderen dat verkiezingsfunctionarissen en overheden er goed aan doen om proactief informatie te delen over de integriteit van het stemproces. Prebunking zou zo een krachtig wapen kunnen zijn tegen de groeiende invloed van desinformatie.


