Ze zijn zo zoet, perfect gekweekt en oh zo gezond. Maar wat komen ze van ver, die kiwi’s en blauwe bessen. En we kunnen ze nog altijd niet teleporteren dus ze komen lekker hierheen getuft met boot, vliegtuig en vrachtwagen. Dat veroorzaakt gigantisch veel CO2-uitstoot. En daar is eigenlijk maar één oplossing voor. 

Bijna een vijfde van alle CO2-uitstoot die ons voedselsysteem veroorzaakt, komt voor rekening van het transport. Dat is zeven keer meer dan eerder werd geschat, schrijven onderzoekers van de universiteit van Sydney in een nieuwe studie. Vooral inwoners van rijke landen zijn verantwoordelijk voor deze CO2-uitstoot. Zij kunnen en willen immers betalen voor bijvoorbeeld die besjes uit Nieuw-Zeeland.

Onderzoeksleider dr. Mengyu Li legt uit: “Wij schatten dat de wereldwijde voedselvoorziening, dus transport, productie en landverbruik, voor 30 procent bijdraagt aan de totale door mensen veroorzaakte uitstoot van broeikasgassen. Voedseltransport vormt met 6 procent van het totaal een aanzienlijk deel van die emissies.” En nog erger: “De uitstoot door voedseltransport is goed voor bijna de helft van alle CO2-uitstoot door verkeer op de weg.”

Voedingsecoloog en medeonderzoeker professor David Raubenheimer voegt toe dat eerder onderzoek zich vooral richtte op de hoge uitstoot van dierlijke producten vergeleken met planten. “Onze studie toont aan dat behalve een meer plantaardig dieet ook lokaal voedsel beter is, vooral in rijke landen.”

De onderzoekers berekenden dat voedseltransport leidt tot ongeveer 3 gigaton aan CO2-uitstoot per jaar, het equivalent van 19 procent van de totale voedselgerelateerde uitstoot. Hun analyse omvatte 74 landen en 37 economische sectoren, zoals groente en fruit, vee, internationaal transport en industrie.

Rijke landen
China, de Verenigde Staten, India en Rusland zijn in absolute zin de grootste veroorzakers van uitstoot door voedseltransport. Maar relatief gezien dragen alle rijke landen onevenredig veel bij. Landen als de VS, Duitsland, Frankrijk en Japan maken 12,5 procent uit van de wereldbevolking maar genereren bijna de helft (46 procent) van alle CO2-uitstoot door voedseltransport.

Transportemissies variëren per product. Het transport van groente en fruit veroorzaakt bijna twee keer zoveel uitstoot als de productie ervan. Groente en fruit samen zijn goed voor meer dan een derde van de emissies van voedseltransport. “Aangezien groente en fruit op een lage temperatuur vervoerd moeten worden is de uitstoot per kilometer hoger”, aldus Li.

De onderzoekers hebben uitgerekend dat het 0,38 gigaton CO2-uitstoot zou schelen als iedereen alleen nog maar lokaal geproduceerd voedsel zou eten. Dat is net zoveel uitstoot als wanneer je 6000 keer naar de zon en terug zou rijden met duizend kilo voedsel, aldus de wetenschappers.

Ze geven toe dat niet iedereen lokaal kan eten, omdat veel gebieden niet in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien, maar er zijn wel mogelijkheden. “Zo zou er meer landbouw rondom steden kunnen komen om de stedelijke bevolking te voeden”, zegt coauteur professor Manfred Lenzen.

Daarnaast kunnen rijke landen hun emissies door voedseltransport terugdringen door bijvoorbeeld meer in te zetten op duurzame energie voor vrachtwagens en schepen. Ook kan de uitstoot bij de voedselproductie en distributie omlaag door voedsel op meer natuurlijke manieren te koelen.

Een beter milieu begint…
Hoewel dat allemaal wel wat zal helpen, is de consument hier eigenlijk aan zet. Het aanbod is immers altijd gedreven door de vraag. “De grootste milieuwinst zit hem in de verandering van consumentengedrag richting een duurzamer eetpatroon”, aldus Raubenheimer. “Een voorbeeld is de gewoonte van consumenten in rijke landen om het jaar rond groente en fruit te willen eten dat niet in het seizoen is. Dat moet dan dus van ver komen.” Lokaal eten is de oplossing. “Door voor lokale alternatieven te kiezen die wel in het seizoen zijn, zoals we vroeger ook deden, helpen we de planeet gezonder te worden voor toekomstige generaties.”

Kijk dus in de supermarkt waar je groente en fruit vandaan komen. Het staat er altijd op. Komen die blauwe bessen echt uit Nieuw-Zeeland, denk dan aan de weg die ze hebben afgelegd en de kerosine die daarvoor nodig was. Hoe ze vervolgens in een vrachtwagen zijn gestopt, die weer in de file stond voordat de chauffeur dat bakje bessen in jouw supermarkt kon afleveren. En pak dan een doosje Hollandse aardbeien.

Nederlandse import groente en fruit
Nederland importeert steeds meer groente en fruit, in 2021 zelfs voor meer dan 9 miljard euro. 77 procent van de import bestaat uit fruit. De groente en fruit zijn afkomstig uit 120 landen. 13 procent kwam vorig jaar uit Spanje, 12 procent uit Peru, nog eens 12 procent uit Zuid-Afrika, 8 procent uit België en 5 procent uit Chili. De andere helft kwam uit de overige landen. Vooral de import uit Peru, Colombia en Brazilië is hard gestegen. Wat we het meest importeren: avocado’s, druiven, bananen, blauwe bessen en sinaasappels.