Ben je klaar met die saaie aardbol en toe aan eens echt wat anders? Dan zul je blij zijn met een nieuw geavanceerd computerprogramma dat de best bewoonbare planeten buiten ons zonnestelsel eruit kan pikken, met hulp van de James Webb-telescoop.

De klimaatcrisis vormt een enorme uitdaging voor de mensheid en alle andere levensvormen op aarde. Als we niet harder ons best doen dan zullen delen van de aarde onbewoonbaar worden. Reden genoeg om op zoek te gaan naar exoplaneten – oftewel planeten buiten ons zonnestelsel – waar mensen zich in de toekomst kunnen gaan vestigen. We hebben natuurlijk de maan en Mars naast de deur liggen, maar daar huppel je nou niet bepaald rond in de frisse lucht tussen de appelbomen. Voor prettig bewoonbare planeten zoals de aarde, met een aantrekkelijke atmosferische samenstelling zul je toch iets verder moeten kijken.

Geschikte planeten lokaliseren
De James Webb-telescoop is nu een aantal maanden bezig om prachtige gedetailleerde ruimtefoto’s te maken. Webb is onder andere ontwikkeld om een belangrijke rol te vervullen in de zoektocht naar bewoonbare ‘aardachtige’ exoplaneten. De komende jaren gaat de nieuwe telescoop inzoomen op vele planeten en gedetailleerde waarnemingsgegevens leveren over dit soort verre buitenaardse werelden.

Een internationaal onderzoeksteam heeft nu met succes een innovatief en geavanceerd computerprogramma ontwikkeld, waarmee ze de atmosferen van verre planeten kunnen bestuderen. Op deze manier is het mogelijk om de planeten te lokaliseren die het meest geschikt zijn voor menselijke bewoning, zonder er eerst een missie naartoe te hoeven sturen.

TRAPPIST-1E
De meest dichtbij zijnde kandidaten draaien namelijk niet bepaald hier vlak om de hoek hun rondjes om hun ster(ren) en eigen as. Het onderzoeksteam testte zijn automatische classificatiesysteem voor bewoonbare exoplaneten dan ook uit op TRAPPIST-1e. Dit is een interessante exoplaneet die zich op zo’n veertig lichtjaar afstand van de aarde bevindt, en die komend jaar op de planning staat om onder de loep te worden genomen door James Webb.

Het team schatte de klimatologische omstandigheden in op de verre planeet – ze keken onder andere naar de gevoeligheid van de atmosfeer voor veranderingen in broeikasgasconcentraties – en vergeleken die met de omstandigheden op aarde. Met hun nieuwe, geavanceerde computerprogramma konden ze klimaatveranderingen in de atmosfeer berekenen. Met de toekomstige Webb-data kan het team nauwkeuriger inschatten of en hoe geschikt dit soort exoplaneten zijn voor menselijke bewoning.

CO2 en snelle weersomslag
De studie richtte zich vooral op de snelheid waarmee het weer verandert en op wat er gebeurt bij een toename van koolstofdioxide in de atmosfeer rondom TRAPPIST-1E. Wat heeft dit voor effect op het weer en komen extreme weersomstandigheden dan meer voor? “Deze twee variabelen zijn cruciaal voor een succesvolle kolonie op een exoplaneet. Deze fascinerende hemellichamen worden nu voor het eerst in de geschiedenis grondig bestudeerd”, legt onderzoeker Assap Hochman van de universiteit van Jeruzalem uit.

Het team ontdekte dat planeet TRAPPIST-1e een aanzienlijk gevoeligere atmosfeer heeft dan onze aarde. Ze schatten in dat een toename van broeikasgassen op de exoplaneet tot extremere klimaatveranderingen leidt dan op onze planeet, omdat een en dezelfde kant van de planeet constant naar zijn zon is gericht, net zoals onze maan altijd met dezelfde zijde naar de aarde gericht staat.

Buitenaards leven vinden
“Het onderzoekskader dat we hebben ontwikkeld, stelt wetenschappers in de nabije toekomst in staat om samen met de waarnemingsgegevens van de Webb-telescoop de atmosferen van veel andere planeten nauwkeurig van afstand te beoordelen, zonder een dure en tijdrovende verkenningsmissie te hoeven sturen. Fysiek bezoeken is pas nodig als we ons ook daadwerkelijk willen gaan vestigen op een geschikte planeet. Dit systeem gaat ons in de toekomst helpen om de goede kandidaten voor kolonisatie uit te kiezen. Misschien vinden we zelfs wel buitenaards leven op sommige van die planeten”, concludeert Hochman.