Wetenschappers hebben bijna 4000 genetische variaties ontdekt die van invloed lijken te zijn op onze drink- en rookgewoonten.

Wetenschappers hebben het genoom van bijna 3,4 miljoen mensen onder de loep genomen en daarin bijna 4000 genetische varianten aangetroffen die geassocieerd kunnen worden met het drink- en rookgedrag. Dat is te lezen in het blad Nature. De bevindingen moeten uiteindelijk meer inzicht geven in de invloed die onze genen uitoefenen op de (soms problematische) voorliefde die sommige mensen hebben voor drank en/of sigaretten.

Diverse studie
Het is niet voor het eerst dat wetenschappers in het menselijk genoom duiken op jacht naar genetische varianten die ons drink- en rookgedrag beïnvloeden. Maar waar tijdens eerdere zoektochten vaak gebruik werd gemaakt van genomen van mensen van Europese komaf, bogen wetenschappers zich dit keer ook over de genetische data van mensen van Afrikaanse, Amerikaanse en Oost-Aziatische oorsprong.

Genoombrede associatiestudie
De wetenschappers voerden daarbij een zogenoemde genoombrede associatiestudie uit. “Hierbij proberen we het aantal kopieën van een variant te correleren met de hoeveelheid alcohol of sigaretten die iemand gebruikt,” legt onderzoeker Dajiang Liu aan Scientias.nl uit. “Een voorbeeld. Stel dat we opmerken dat een genetische variant vaker voorkomt onder rokers dan onder niet-rokers (nadat we al rekening gehouden hebben met andere verschillen die er tussen de groep rokers en niet-rokers zijn, zoals leeftijd, geslacht, etc.) dan kunnen we veronderstellen dat die variant het waarschijnlijker maakt dat iemand een roker is. Maar dit type analyse onderzoekt alleen correlaties. Of de variant er ook echt voor zorgt dat iemand gaat roken of van invloed is op het rookgedrag, moet uit vervolgonderzoek – met cellijnen en diermodellen – blijken.”

Veel variaties
En zo analyseerden de onderzoekers in hun genoombrede associatiestudie dus de genomen van bijna 3,4 miljoen individuen en stuitten daarbij op bijna 4000 genetische variaties die geassocieerd kunnen worden met het drink- en rookgedrag. “Dat hoge aantal variaties verbaast me niet,” stelt Liu. “Rook- en drinkgedrag zijn heel complex en we weten dat er niet één gen, maar vele factoren aan ten grondslag liggen, waaronder heel veel genen, maar ook omgevingsfactoren, sociale normen, regelgevend beleid, etc.” Uiteindelijk verwachten de onderzoekers nog veel meer genetische variaties te vinden die geassocieerd kunnen worden met het drink- en rookgedrag van mensen. “Studies hebben uitgewezen dat genen ongeveer 50 tot 60 procent van de verschillen tussen individuen kunnen verklaren. De genen die wij tot op heden geïdentificeerd hebben, kunnen tot 10 procent van de verschillen tussen individuen verklaren. Toekomstige studies – met meer mensen en een grotere diversiteit aan mensen – kunnen helpen om de missende genetische determinanten te vinden.”

Qua diversiteit was deze genoombrede associatiestudie al een hele verbetering ten opzichte van eerdere studies; meer dan 20 procent van de deelnemers had een niet-Europese achtergrond. Wat wel verrassend te noemen is, is dat het leeuwendeel van de bijna 4000 genetische variaties die de onderzoekers identificeerden consistente effecten had, ondanks dat de deelnemers verschillende afkomsten kenden.

Vervolgonderzoek
Onder de bijna 4000 genetische variaties die in verband kunnen worden gebracht met het rook- en drinkgedrag van mensen, waren ook varianten die geassocieerd lijken te kunnen worden met de leeftijd waarop mensen beginnen met roken. Maar ook stuitten de onderzoekers op varianten die samenhangen met het aantal alcoholische versnaperingen dat mensen per week soldaat maken. Het gaat zoals gezegd om correlaties; er lijkt een verband te zijn tussen die varianten en de leeftijd waarop mensen gaan roken of het aantal alcoholische drankjes dat ze per week consumeren, maar hoe dat verband er precies uitziet – oftewel hoe de varianten mogelijk van invloed zijn op ons drink- en rookgedrag – blijft onduidelijk. “Vervolgstudies moeten de correlatie bevestigen en nader uitzoeken,” aldus Liu. Hij wijst er gelijktijdig op dat voor veel eerder geïdentificeerde genetische variaties die van invloed zijn op het drink- en rookgedrag van mensen, is aangetoond dat ze dat gedrag beïnvloeden middels het beloningssysteem in de hersenen of de omzetting (stofwisseling) van nicotine.

En zo lijken er dus duizenden genetische variaties te zijn die linksom of rechtsom invloed uitoefenen op ons drink- en rookgedrag. Maar dat maakt ons zeker geen speelbal van ons genoom. En het is dan ook te kort door de bocht om te stellen dat je heftige kater of verslaving aan sigaretten volledig te wijten is aan je genetische materiaal, zo benadrukt Liu. “Genen spelen een belangrijke rol in veel (zo niet alle) aspecten van ons leven. Toch zijn er veel dingen die we kunnen doen om onze levensstijl te verbeteren, zoals meer bewegen, gezonder eten, etc. Hetzelfde geldt voor ons rook- en drinkgedrag. Sommige mensen hebben misschien een grotere kans dan anderen om een roker of drinker te worden of een beetje meer te drinken dan anderen, maar je kunt altijd je gedrag aanpassen om die neigingen tegen te gaan. Het is niet correct om je genen overal de schuld van te geven.”