Vrouwen zijn beter in taal dan mannen, luidt het cliché. Maar is dat niet gewoon een fabeltje? Een nieuwe studie komt voor eens en altijd met het antwoord.

En dat antwoord is: ja, vrouwen zijn inderdaad beter in bepaalde aspecten van taalvaardigheid dan mannen. Maar het verschil is kleiner dan verwacht. “Vrouwen zijn beter. Het vrouwelijk voordeel is al decennia consistent en blijft bestaan gedurende het leven, maar het verschil is relatief klein”, aldus professor Marco Hirnstein van de Noorse universiteit van Bergen.

De f van fruit
Hij deed met collega’s een meta-analyse waarbij meer dan 500 studies betrokken waren met in totaal ruim 350.000 deelnemers. De onderzoekers ontdekten dat vrouwen inderdaad beter zijn in bepaalde taalvaardigheden. Zo kunnen ze bijvoorbeeld meer woorden opnoemen, die beginnen met een bepaalde letter of woorden die tot een bepaalde categorie behoren, zoals fruit of diersoorten. Ook zijn ze iets beter in het onthouden van woorden.

Maar zoals gezegd: de verschillen met mannen zijn niet zo groot. Bovendien ontdekten de wetenschappers nog iets opmerkelijks: hoe groot dit voordeel voor vrouwen was, hing af van het geslacht van de hoofdonderzoeker. Vrouwelijke wetenschappers rapporteerden een groter vrouwelijk voordeel. Bij mannelijke wetenschappers was het verschil kleiner (maar het bleef bestaan).

Niet zo vanzelfsprekend
Deze studie naar taalvaardigheid gaat natuurlijk verder dan het wel of niet kunnen opsommen van woordjes. Het gaat ook om het ontstaan van genderverschillen in het algemeen: in hoeverre zijn die verschillen aangeboren (nature) of bepaald door de omgeving (nurture)? En welke potentiële gevolgen hebben deze verschillen voor bijvoorbeeld de beroepskeuze van mannen en vrouwen?

Het wordt zowel door het publiek als door de wetenschap als een feit beschouwd dat vrouwen beter zijn in taal. Maar de echte onderzoeksresultaten zijn een stuk minder consistent. Sommige studies vinden een vrouwelijk voordeel, andere een mannelijk voordeel en weer andere onderzoeken vinden helemaal geen verschil. “Voor de meeste intellectuele vaardigheden zijn de verschillen in prestaties tussen mannen en vrouwen verwaarloosbaar. Maar vrouwen excelleren in sommige taken gemiddeld iets beter en mannen zijn weer beter in andere dingen.”

Dementie
Dit klinkt vanzelfsprekend, maar Hirnstein en zijn collega’s benadrukken hoe belangrijk hun bevindingen zijn voor de diagnose van bepaalde aandoeningen. Ten eerste is het van belang dat duidelijk is geworden dát het vrouwelijk voordeel bestaat. Ten tweede is dit van invloed op de interpretatie van diagnostische onderzoeken waarin deze vaardigheden worden getest.

Denk bijvoorbeeld aan het vaststellen van de diagnose dementie. Als je weet dat vrouwen beter zijn in woordentests kun je voorkomen dat bij hen de diagnose gemist wordt doordat hun basisniveau simpelweg hoger ligt. En andersom kun je voorkomen dat mannen te snel de diagnose krijgen, omdat ze gemiddeld altijd al iets slechter presteren op taalvlak.

Zijn er verschillen tussen mannen- en vrouwenhersenen?
Onder invloed van het feminisme werden alle genderverschillen lange tijd toegeschreven aan omgevingsfactoren (nurture), maar recent hersenonderzoek toont aan dat er toch echt verschillen zijn tussen het mannen- en vrouwenbrein. Zo hebben mannen gemiddeld grotere hersenen dan vrouwen, maar vrouwen hebben meer verbindingen tussen hersencellen en de hersenen zijn iets actiever. Wat dat voor gevolgen heeft? Het intelligentieniveau van mannen en vrouwen is in ieder geval hetzelfde.

Maar volgens professor Iris Sommer, psychiater en hoogleraar biomedische wetenschappen in Groningen, hebben mannen wel een iets beter ruimtelijk voorstellingsvermogen en een iets hogere reactiesnelheid. Veel van de verschillen tussen mannen en vrouwen zijn hormonaal, met name testosteron speelt een rol. Meer oestrogeen en minder testosteron zorgen ervoor dat vrouwen bijvoorbeeld minder impulsief zijn dan mannen. Ook zijn vrouwen iets vriendelijker en extraverter blijkt uit persoonlijkheidstests. Verder kunnen ze iets beter tegen stress. Daar staat tegenover dat ze wat minder zelfvertrouwen hebben en wat meer risicomijdend zijn.

Maar er is meer: wetenschappers van het LUMC schrijven dat hersenfuncties waarbij serotonine een rol speelt bij vrouwen gevoeliger zijn voor ontregeling, denk aan stemming en angst. De dopaminefuncties, zoals beloning, zijn dan weer bij mannen eerder ontregeld.