Onze verre voorouders namen hun druiven al net zo serieus als wij tegenwoordig. Zo hadden boeren in het Midden-Oosten tijdens de brons- en ijzertijd ingewikkelde irrigatiesystemen om hun wijngaarden overeind te houden, zelfs in erg droge gebieden.
Al duizenden jaren spelen druiven en olijven een belangrijke rol in de samenleving. Niet alleen als voeding, maar ook als symbool en handelswaar. Olijfolie en wijn waren goud waard in de oude wereld. Toch was het niet vanzelfsprekend dat er elk seizoen een mooie oogst van het veld kwam. Noodweer, klimaatverandering en culturele voorkeuren zorgden ervoor dat de opbrengst flink kon fluctueren. Om hier meer inzicht in te krijgen, analyseerden archeobotanicus Simone Riehl van de universiteit van Tübingen en haar collega’s meer dan 1500 zaad- en houtmonsters uit de Levant en Noord-Mesopotamië.
Waterstress en isotopen
Aan de stabiele koolstofisotopen in het organische materiaal konden de onderzoekers afmeten hoeveel water de planten tijdens hun groei hadden gekregen. Zo vonden ze sporen van ‘waterstress’ in de vroege bronstijd, iets wat te herleiden is tot weersverschillen tussen de seizoenen. Maar de onderzoekers stuitten daarnaast op een opvallend ander patroon: druiven en olijven groeiden ook in veel drogere gebieden en dat kan alleen maar door doelbewust irrigatiesystemen op te zetten.
“Onze resultaten laten zien dat boeren in Zuidwest-Azië 4000 jaar geleden al doordachte keuzes maakten over welke gewassen ze plantten en hoe ze die beheerd wilden hebben”, zegt Riehl. “Ze maakten een weloverwogen afweging door het risico op misoogsten, de moeite die irrigatie kostte en de vraag naar hun producten in de besluitvorming mee te nemen.”
Druif belangrijker dan olijf
Vanaf de midden-bronstijd is er opvallend veel bewijs voor intensieve irrigatie van druiven, veel meer dan van olijven. Druiven werden zelfs verbouwd in regio’s die eigenlijk ongeschikt waren voor wijngaarden. Dit maakt duidelijk dat wijn ongelooflijk belangrijk was in die tijd. Het gegiste druivensap had ongetwijfeld grote economische en culturele waarde.
En volgens de wetenschappers sluit dat naadloos aan bij eerdere archeologische vondsten. Wijn was niet alleen een luxeproduct, maar ook een middel om status en macht uit te drukken. Dat verklaart waarom boeren bereid waren enorme inspanningen te leveren om de druivenoogst te redden. Kosten noch moeite zijn gespaard om wijnstokken te laten floreren. De inzet op de olijfgaarden stak daar schraal bij af, ze kregen in zware tijden een stuk minder aandacht.
Wat kunnen we hiervan leren?
Het onderzoek laat zien dat klimaatverandering en landbouwkeuzes altijd hand in hand zijn gegaan. De fluctuaties in gewasstress komen namelijk prachtig overeen met de klimaatschommelingen uit dezelfde periodes. “Het herinnert ons eraan dat mensen in het verleden net zo slim waren als wij nu”, zegt Riehl. “Thema’s die we als heel modern beschouwen – veerkrachtig optreden tegen klimaatverandering, het zorgvuldig inzetten van middelen – speelden millennia geleden ook al.”
Het is opmerkelijk dat de inzet voor wijnbouw al zo groot was in tijden waarin overleven vaak voorop stond. Het houdt ons een spiegel voor: de keuzes van toen – het investeren in gewassen met hoge culturele en economische waarde – lijken niet eens zo veel te verschillen van hoe we nu omgaan met het produceren van koffie, cacao of wijn in een periode waarin het klimaat razendsnel verandert.
Wijncultuur
Het onderzoek van Riehl en collega’s laat zien hoe diep wijn verankerd was in de samenlevingen van de bronstijd en ijzertijd. Zelfs met beperkte middelen en een grillig klimaat kozen boeren ervoor hun wijngaarden in leven te houden. De geschiedenis van wijnbouw gaat niet alleen over drank, maar ook over de menselijke wil om risico’s te nemen, middelen te verdelen en te investeren in dat wat ons verbindt, concludeert Riehl. En dat blijkt in dit geval al 4000 jaar lang een goed glas wijn te zijn.


