En dat vertaalt zich in een gemiddelde zeespiegelstijging van 27 centimeter.

Wat gaat de Groenlandse ijskap doen? Het is in een wereld die rap opwarmt nog niet zo eenvoudig om dat te voorspellen. Er zijn wel computermodellen die de interactie tussen het klimaat en de ijskap beschrijven, maar die zijn niet perfect, zo stelt onderzoeker Bert Wouters, verbonden aan de Universiteit Utrecht en TU Delft. “Ze doen hun werk goed, maar er zitten nog onzekerheden in. Bijvoorbeeld als het gaat om de interactie tussen de ijskap en de oceaan en de impact van bewolking of roet dat vrijkomt bij bosbranden in Noord-Amerika en niet veel later op de Groenlandse ijskap valt.” Het betekent dat ook de resultaten die uit deze modellen rollen een behoorlijke marge hebben; de vermoedelijke werkelijkheid zweeft ergens tussen de door wetenschappers genoemde onder- en bovengrens. Maar hoeveel ijs er in een gegeven tijdvak precies verloren gaat en hoe sterk de zeespiegel exact zal stijgen, blijft in nevelen gehuld.

Ondergrens
Een nieuw onderzoek – verschenen in het blad Nature Climate Change – brengt daar enigszins verandering in door heel nauwkeurig te bepalen hoeveel ijs de Groenlandse ijskap minimaal nog kwijt zal gaan raken. En het blijkt om flinke cijfers te gaan. Zo stellen de onderzoekers vast dat de Groenlandse ijskap – zelfs als we op dit moment zouden stoppen met het uitstoten van broeikasgassen – nog gedoemd is om zo’n 110 biljoen ton ijs kwijt te raken en er zo eigenhandig voor te zorgen dat de wereldwijde zeespiegel gemiddeld 27 centimeter stijgt. Voor wie die cijfers nog niet direct hout snijden, voegen ze er in een persbericht nog een pakkend beeld aan toe; de hoeveelheid smeltwater die de Groenlandse ijskap hoe dan ook kwijt zal raken, is groot genoeg om Nederland volledig met 3 kilometer water te bedekken.

Methode
De onderzoekers baseren hun conclusies niet op modellen of simulaties, maar op observaties. Ze richtten zich daarbij op de sneeuwlijn: een denkbeeldige lijn die het deel van de Groenlandse ijskap dat ijs verliest scheidt van het (hoger gelegen) deel waar de hoeveelheid ijs nog altijd toeneemt.

“‘s Winters valt er zowel landinwaarts – in de hoger gelegen gebieden – als langs de kust – in de lager gelegen gebieden – sneeuw,” legt Wouters uit. “In de zomer vindt er vervolgens met name in de kustgebieden, waar het relatief warm is, smelt plaats. Hierdoor komt onderliggend ijs bloot te liggen dat vervolgens ook kan gaan smelten. Hierdoor raken die kustgebieden ijs kwijt.” In de hogergelegen, koude gebieden blijft de sneeuw in de zomer liggen. ‘s Winters komt er een nieuwe laag sneeuw bovenop, waardoor die onderste lagen worden samengeperst en gaandeweg transformeren tot ijs. “In de hoger gelegen gebieden komt er dus ijs bij, terwijl er in de lager gelegen gebieden ijs verloren gaat,” vat Wouters samen. En de grens tussen die twee gebieden wordt de sneeuwlijn genoemd. Die lijn kan jaarlijks – afhankelijk van hoe warm of hoe koud het in een gegeven jaar is – behoorlijk opschuiven.

Te hoog
Voor het onderzoek hebben wetenschappers gekeken waar die sneeuwlijn tussen 2000 en 2019 lag. “En wat we eigenlijk zien, is dat de sneeuwlijn te hoog ligt; het gebied waarin ijs verloren gaat, is te groot.” En dat heeft verstrekkende gevolgen voor de Groenlandse ijskap. “De ijskap kan dit niet volhouden en zal proberen om het gebied dat ijs verliest, kleiner te maken. De ijskap doet dat door van vorm te veranderen en zich terug te trekken. Dat gaat niet snel; dat is een proces van tientallen jaren,” aldus Wouters. “En wij zijn nu – met behulp van satellietdata – nagegaan hoever de ijskap zich moet terugtrekken om weer in evenwicht te komen.”

En daaruit blijkt dat deze nog zo’n 3,3 procent van zijn massa, oftewel 110 biljoen ton ijs moet kwijtraken. Het is een ondergrens; gebaseerd op het huidige klimaat, oftewel de opwarming die de ijskap tot op heden te verduren heeft gekregen. “Wat we eigenlijk zien,” stelt Wouters. “Is dat de huidige Groenlandse ijskap te groot is voor het huidige klimaat.”

Uniek
De aanpak van de onderzoekers is tamelijk uniek; vaak zijn projecties gebaseerd op modellen. “Wij hebben daar geen gebruik van gemaakt,” benadrukt Wouters nogmaals. “Het onderzoek is volledig gebaseerd op observaties. Het enige nadeel van deze aanpak is wel dat we er geen tijd op kunnen plakken.” De onderzoekers kunnen op basis van de observaties dus niet voorspellen wanneer de ijskap die 110 biljoen ton ijs kwijt zal zijn. Maar ze hebben daar wel ideeën over. “De Groenlandse ijskap heeft tijd nodig om zich aan te passen. En op basis van wat we in andere gebieden zien gebeuren, verwachten we dat het zo’n 100 jaar duurt voor het grootste deel van die smelt heeft plaatsgevonden.”

En daarbij gaat het dus – nogmaals – om een ondergrens; om smelt die – ongeacht wat wij al dan niet gaan doen om het huidige klimaat te behouden – sowieso plaats gaat vinden. Doen we (voorlopig) even niets of heel weinig en verandert het klimaat nog verder – en dat ligt wel in de lijn der verwachtingen – dan zal de Groenlandse ijskap vanzelfsprekend nog meer ijs kwijtraken en een nog grotere bijdrage leveren aan de zeespiegelstijging, zo stelt hoofdauteur Jason Box. “Het is een heel conservatieve ondergrens. Realistisch gezien zullen we de cijfers nog deze eeuw zien verdubbelen.”