Shadrack Byfield geldt al jaren als ‘de perfecte soldaat’ in verhalen over de oorlog tussen Amerika en Canada van 1812. Maar hoe ‘perfect’ was hij echt?
In tv-documentaires, boeken en musea in de VS en Canada verschijnt Shadrack Byfield vaak als de perfecte soldaat: stoer, trouw en vooral niet klagend. Nieuw archiefonderzoek laat nu een veel menselijker en ook rauwer beeld zien. Zo worstelde ook Byfield met pijn en armoede. Het onderzoek is te vinden in het blad Journal of British Studies.
Nieuwe inzichten
De nieuwe inzichten komen door de vondst van een heel zeldzaam boek: History and Conversion of a British Soldier uit 1851. Het is een tweede memoir die is geschreven door Byfield. Historicus Eamonn O’Keeffe (van de University of Cambridge) vond de enige overgebleven kopie van het boek niet in Engeland waar het is uitgegeven, maar in een bibliotheek in Cleveland, Ohio.
Byfield was een Engelse soldaat die tijdens de Oorlog van 1812 in Noord-Amerika vocht. Die oorlog woedde tussen de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk en vond vooral plaats rondom ‘The Great Lakes’ nabij de grens van Canada.
Byfields eerste memoir wordt door historici belangrijk gevonden, omdat wat het laat zien vrij zeldzaam is: een verslag van een ‘gewone’ Britse soldaat aan het front. Zijn verhaal is daardoor op verschillend plekken opgedoken, zoals The War of 1812 (2011). Ook heeft hij een vaste plek in veel verschillende tentoonstellingen, onder meer die bij Fort Erie in Ontario.
Leestip: Napoleons leger werd op de terugtocht van Moskou nóg meer geteisterd dan eerder gedacht
Volgens O’Keeffe laat het nieuwe boek vooral zien wat er na de oorlog gebeurde. Alhoewel Byfield terugkeerde naar Engeland, heeft hij altijd last gehad van de gevolgen van de oorlog. In zijn latere boek beschrijft hij bijvoorbeeld hoe hij decennia later nog steeds last had van zijn verwondingen. “Het behaagde de Heer mij te treffen met hevige reumatische pijn in mijn rechterschouder,” schrijft hij. “Bijna drie jaar was ik zo. Vaak kon ik mijn hand niet eens naar mijn hoofd brengen, of een theekopje naar mijn mond.”
Byfield raakte in 1814 namelijk zwaargewond toen een kogel zijn linkeronderarm verbrijzelde. Zijn arm werd onder de elleboog geamputeerd, zonder verdoving. Daarna werd het afgesneden deel volgens hem zomaar op een mesthoop gegooid. Byfield werd daardoor woedend, haalde zijn arm terug en gaf het alsnog een begrafenis. Hij timmerde daarvoor een paar planken aan elkaar om zo als een simpele kist te dienen. Het is een detail dat zijn verhaal al lang tot de verbeelding laat spreken.
Naar huis
Terug in Engeland werd het leven niet ineens makkelijker. Byfield wilde eigenlijk weer zijn oude baan als wever oppakken, maar dat ging niet meer met maar één arm. In zijn memoires vertelt hij dat hij op een nacht droomde van een ‘instrument’ waarmee hij toch een weefgetouw kon bedienen. Hij liet een lokale smid zijn ontwerp verder uitwerken. Zo probeerde hij weer geld te verdienen, met wisselend succes. Hij werkte daarnaast in Bath als een soort ‘drager’: hij vervoerde zieke mensen in rol- of draagstoelen.
Byfield heeft in het leven altijd moeten knokken om rond te komen. In 1815 meldde hij zich bijvoorbeeld bij het Royal Hospital Chelsea in Londen om een legerpensioen aan te vragen. Hij kreeg negen pence per dag, maar was erg ontevreden met dat bedrag. Het is een belangrijk verschil met het beeld dat we eerder van hem hadden: Byfield klaagde dus wel. Ondanks dat gaf hij echter niet zomaar op: hij startte een lange campagne om meer steun te krijgen voor een hoger pensioen. Uiteindelijk lukte het in 1836 met hulp van Sir William Napier, een oud-officier.
Eerlijke bekentenis
De nieuwe memoir die Byfield maakte lijkt ook een ander doel te hebben. In het boek uit 1840 presenteert hij zichzelf volgens O’Keeffe vooral als een brave, plichtsgetrouwe soldaat die steun verdient. In 1851 schrijft hij een ander soort verhaal: meer als een bekentenis waarbij hij eerlijker is over zijn minder fraaie kanten. Hij geeft toe dat hij ooit zonder toestemming het kamp verliet en meedeed aan plunderen. Zulke stukken ontbreken in zijn eerdere versie.
Lange tijd werd gedacht dat Byfield rond 1850 stierf. O’Keeffe vond echter bewijs dat hij nog lang daarna leefde. Byfield trouwde in 1856 opnieuw, ging in 1860 naar Londen voor Napiers begrafenis en probeerde later nog eens zijn pensioen te verhogen (zonder succes). In 1867 verkocht hij zelfs nog een laatste memoir, The Forlorn Hope, al lijkt daar geen exemplaar van bewaard. Byfield stierf uiteindelijk in januari 1874, 84 jaar oud.
Volgens O’Keeffe laat dit alles zien hoe moeilijk het was om na een oorlog weer mee te draaien, zeker met een handicap. En het toont iets anders: veteranen konden ook heel vastberaden zijn in hun strijd om steun. Byfield was misschien dus niet de perfecte soldaat, maar hij was wel een gewone man die leed en ondanks dat bleef doorzetten.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Dit is hoe Joodse vluchtelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog terechtkwamen in de Caraïben en Waarom sommige landen veel beter voorbereid zijn op een kernoorlog dan andere . Of lees dit artikel: Onderzoekers brengen 54 veteranen naar een virtuele oorlog en verminderen zo PTSS-symptomen .
Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week?
Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


