Daarentegen kan je huis maar beter niet langs een drukke autoweg staan.

Een beroerte is nog altijd één van de belangrijkste doodsoorzaken in Nederland. Jaarlijks krijgen ongeveer 30.000 mensen een beroerte, terwijl rond de 120.000 mensen met de gevolgen ervan leven. Bekend is dat blootstelling aan luchtverontreinigende stoffen, zoals fijnstof, het risico op een beroerte kunnen vergroten. Maar onderzoekers hebben nu ook ontdekt wat de kans flink kan terugdringen, namelijk: wonen naast een stukje groen.

Studie
In de studie bestudeerden de onderzoekers de blootstelling aan luchtverontreinigende stoffen van meer dan 3,5 miljoen mensen woonachtig in het Spaanse Catalonië. Heel concreet analyseerden ze de hoeveelheid stikstofdioxide (NO2), fijnstof onder de 2,5 micron (PM2,5) en roetdeeltjes in de woonplaats van de onderzochte personen. Dit zijn allemaal stoffen die in verband kunnen worden gebracht met autoverkeer. Ook werd gekeken of er in een straal van 300 meter van de woning een parkje of groenstrook te vinden was. Vervolgens brachten ze in kaart wat de gevolgen hiervan waren voor de gezondheid en, meer specifiek, voor de kans op een beroerte. “Aangezien voorspeld wordt dat het aantal mensen dat in de komende jaren een beroerte krijgt en eraan overlijdt zal toenemen, is het belangrijk om alle betrokken risicofactoren te begrijpen,” aldus onderzoeker Carla Avellaneda.

Verband
De bevindingen zijn tamelijk zorgelijk. “We vonden een sterk verband tussen NO2-uitstoot en de kans op een beroerte,” vertelt Avellaneda in gesprek met Scientias.nl. “Elke 10 µg/m3 toename van NO2 in de lucht leidt tot een toename van 4 procent van het risico op een beroerte.” Hetzelfde gebeurt wanneer het PM2,5-gehalte met 5 µg/m3 stijgt. Bij roetdeeltjes neemt het risico met 5 procent toe voor elke 1 µg/m3 toename in de atmosfeer. Waarom deze stoffen de kans op een beroerte vergroten? “Blootstelling aan bijvoorbeeld NO2 kan leiden tot systemische ontstekingen,” verklaart Avellaneda. “Ook kan het een versnelde progressie van atheromatose (een gecompliceerde en langzaam voortschrijdende ziekte waarbij vetachtige stoffen in de wand van slagaders worden afgezet, red.) en aanleg voor hartritmestoornissen veroorzaken; drie zaken die een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van een beroerte.”

Stadspark
Tegelijkertijd blijkt uit de bevindingen dat wonen naast een stadspark de kans op een beroerte flink verkleint. Mensen die naast groene gebieden wonen, lopen maar liefst 16 procent minder risico op een beroerte. Het lijkt er dus sterk op dat meer natuur in de buurt gunstig is voor de gezondheid. “Er komt steeds meer bewijs dat groene gebieden gezondheidsvoordelen met zich meebrengen,” vertelt Avellaneda. “Zowel voor je geestelijke gezondheid, je welzijn, het risico op cardiometabole aandoeningen en zelfs het sterfterisico – om er maar enkele te noemen. Tot op heden waren de beschikbare gegevens over de impact van groene ruimten op de beroerte-kans echter nog schaars. Maar onze bevindingen lijken het beschermende effect van groene gebieden te bevestigen.”

Volgens de onderzoekers kan dit meerdere redenen hebben. Zo werken groene gebieden en stadsparken bijvoorbeeld stressverminderend. Bovendien wordt je er ook fysiek actiever door – je onderneemt bijvoorbeeld eerder een wandelingetje. Daarnaast heb je in een park ook vaker sociaal contact. Allemaal zaken die gunstig zijn voor je gezondheid en mogelijk ook het risico op een beroerte kunnen terugdringen.

Volgens de onderzoekers onderstrepen de bevindingen dat het noodzakelijk is om na te denken over het niveau van luchtverontreiniging dat als veilig wordt beschouwd. De wereldgezondheidsorganisatie heeft onlangs wel de richtlijnen voor luchtvervuiling flink aangescherpt. Het betekent dat de waarden voor luchtverontreiniging drastisch omlaag moeten om schadelijke gezondheidseffecten en sterfte bij mensen te voorkomen. De WHO adviseert sinds 22 september 2021 de volgende normen: 15 μg/m³ PM10 en 5 μg/m³ PM2,5. Dat is de helft van de EU-norm. Voor veel landen – waaronder ook Nederland – zijn dergelijke grenswaarden nog ver weg. Zo worden op veel plaatsen in Nederland nog hoge fijnstofconcentraties gemeten. En ook de stikstofconcentratie laat – met name in stedelijke gebieden – nog veel te wensen over.

Veilige niveaus
Wat echter verontrustend is, is dat de gemeten niveaus tijdens de huidige studie gemiddeld lager waren dan de waarden vastgesteld door de Europese autoriteiten, maar blijkbaar alsnog het risico op een beroerte verhogen. “Deze studie toont aan dat het risico op een beroerte dus zelfs aanwezig is bij niveaus die voldoen aan de Europese luchtkwaliteitsnormen,” aldus Avellaneda. Dit betekent dat als veilig bestempelde niveaus misschien toch niet zo veilig zijn. De gevolgen voor de gezondheid kunnen mogelijk dus zelfs nog ernstiger zijn op plekken waar deze ‘veilige niveaus’ worden overschreden.

Maatregelen
Het onderzoeksteam stelt dat er dan ook ‘gedurfde maatregelen’ nodig zijn om met name het autogebruik terug te dringen. “Het is belangrijk om de luchtvervuiling uit alle bronnen te verminderen,” zegt Avellaneda. Er moet echter worden opgemerkt dat het wegverkeer in een stedelijke omgeving de belangrijkste bron van luchtverontreinigende emissies is. Het is daarom noodzakelijk om beleid te voeren om de luchtverontreiniging nog drastischer terug te dringen.” Op de vraag of ze denkt dat mensen er voor te porren zullen zijn om hun auto vaker te laten staan, is ze kort. “Ik denk als hun gezondheid op het spel staat, van wel.”

De studie toont aan hoe belangrijk de omgeving is voor het risico op een beroerte. En om die kans verder in te dammen, zou Avellaneda graag meer stadsparken en groenstroken in steden zien. “Meer dan 75 procent van de Europese bevolking woont in stedelijke gebieden,” zegt ze. “Stadsbewoners hebben echter vaak maar beperkte toegang tot natuurlijke omgevingen. Wij zijn van mening dat de resultaten van dit onderzoek de behoefte aan groenere steden ondersteunen, gezien de belangrijke gezondheidsvoordelen die ze kunnen opleveren.” Daarnaast stellen de onderzoekers dat we ernaar zouden moeten streven om duurzamere dorpen en steden te realiseren, waar wonen niet langer een verhoogd risico op ziekte betekent.