Het is een slim overlevingsmechanisme, waarmee ze energie besparen en zo extreme kou kunnen doorstaan.

Als de winter eraan komt, vertrekken sommige dieren naar zonnige oorden, terwijl andere gedurende deze barre periode in een diepe slaap gaan. Maar de Europese mol – die ook veelvuldig in Nederland leeft en misschien zelfs in jouw achtertuin vertoeft – houdt er een ander trucje op na. Onderzoekers hebben namelijk ontdekt dat naarmate de winter nadert, de schedel van de mol… krimpt.

Krimp
In een nieuwe studie namen onderzoekers de schedels van Europese mollen, die bewaard worden in museumcollecties, nader onder de loep. Ze maten de grootte van de koppies en noteerden de tijd van het jaar waarin het beestje was verzameld. Het leidt tot een verrassende ontdekking. Want de grootte van de schedel is niet het hele jaar door hetzelfde. Wanneer de winter eraan komt, krimpt de schedel van een eenjarige mol met maar liefst 11 procent. In het voorjaar groeit de schedel met ongeveer vier procent terug. Een soortgelijk patroon werd het jaar erop waargenomen, zij het in kleinere mate.

Winter
De onderzoekers vermoeden dat dit opmerkelijke fenomeen een reactie is op de koude, winterse temperaturen en niet het gevolg is van een gebrek aan voedsel. Door te krimpen wordt aangenomen dat de dieren aanzienlijk veel energie besparen, waardoor ze strenge winters het hoofd bieden.

Het Dehnel-fenomeen
De Europese mol is overigens niet het enige zoogdier dat in staat is zijn schedel periodiek te laten krimpen en groeien. Dit verschijnsel wordt ook wel het Dehnel-fenomeen genoemd, naar professor August Dehnel, die in 1949 het fenomeen voor het eerst bij spitsmuizen observeerde. Hij zag dat de schedelgrootte van deze dieren per seizoen varieerde. Het fenomeen is sindsdien wereldwijd waargenomen bij een aantal kleine zoogdieren, waaronder hermelijnen en wezels. Het lijkt echter beperkt te zijn tot dieren die erg energiek zijn en geen winterslaap houden.

De schedels van spitsmuizen kunnen in de winter tot wel 20 procent krimpen. De schedel krijgt bij spitsmuizen nooit zijn volledige grootte terug. Afbeelding: MikeLane45. van Getty Images (via canva.com).

Hoewel de verkleining energie bespaart, brengt dit wel een compromis met zich mee. Eerder onderzoek heeft bijvoorbeeld aangetoond dat dit namelijk het cognitieve gedrag van spitsmuizen beïnvloedt. Hoe dat precies zit, moet overigens nog verder bestudeerd worden.

Spitsmuizen
Hoewel het Dehnel-fenomeen voornamelijk bij spitsmuizen onderzocht is, zijn deze schattige diertjes niet helemaal geschikt als modelorganisme. Ze leven gemiddeld maar dertien maanden, wat betekent dat ze het Dehnel-fenomeen slechts één keer doorlopen. De Europese mol leeft in tegenstelling tot de spitsmuis drie jaar. En nu gebleken is dat ook de mol in staat is zijn schedel te laten krimpen en groeien, zouden deze dieren mogelijk nieuw inzicht kunnen bieden in dit vrij ongebruikelijke verschijnsel. “Het fenomeen van Dehnel biedt een unieke kans om veranderingen in de hersengrootte te bestuderen,” zegt onderzoeker Dina Dechmann. “En hoewel de spitsmuis het klassieke model is, heeft het aantonen ervan bij andere dieren, zoals de Europese mol, enorme implicaties. Het zou bovendien interessant kunnen zijn om het Dehnel-fenomeen bij spitsmuizen en mollen te vergelijken.”

Levende mollen
De wetenschappers zijn van plan in vervolgonderzoek het Dehnel-fenomeen bij levende dieren te bestuderen. Ze hopen op deze manier te achterhalen hoe het precies is geëvolueerd. “Ik zou graag levende mollen willen onderzoeken om zo beter te begrijpen hoe het kan dat de grootte van de hersenen in de loop van de tijd verandert,” zegt Dechmann. “Dit zal hopelijk ook meer licht werpen op hoe het gedrag en het energieverbruik van de mol door dit fenomeen wordt beïnvloed.”

Medische behandelingen
Maar onderzoek naar het Dehnel-fenomeen zal niet alleen onze kennis over slimme overlevingsmechanismen van tunnelende zoogdieren uitbreiden. De extreme veranderingen in schedelgrootte hebben de afgelopen jaren namelijk ook de interesse van wetenschappers gewekt, omdat dit mogelijk inzicht kan bieden in hoe de ontwikkeling van het skelet en andere weefsels radicaal kan veranderen – zelfs nadat een dier volgroeid is. Er is hoop dat dit kan helpen in de zoektocht naar nieuwe medische behandelingen voor aandoeningen die de groei en gezondheid van menselijke botten en andere organen aantasten.

“Sommige wetenschappers zijn geïnteresseerd in het Dehnel-fenomeen omdat meer kennis mogelijk tot nieuwe behandelingen voor neurodegeneratieve ziekten en osteoporose (een aandoening waarbij de de botten minder stevig en sterk zijn doordat de botdichtheid afneemt, red.) kan leiden,” zegt Dechmann. “Door het fenomeen een bredere taxonomische basis te geven, is de kans groter dat vervolgonderzoek resultaten oplevert. En dat kan dus zelfs voordelig zijn voor onszelf.”