In het zuidoosten van de VS dragen wilde slangen vaak meerdere ziekteverwekkers tegelijkertijd met zich mee.
Dat blijkt uit nieuw onderzoek naar de gezondheid van ruim vijfhonderd slangen. Vooral twee ziekteverwekkers springen eruit: een schimmel die snake fungal disease (SFD) veroorzaakt en een invasieve longworm. Samen kunnen ze slangen extra hard raken. Het onderzoek is te vinden in Frontiers in Veterinary Science.
Snake Fungal Disease
Slangen hebben het op veel plekken moeilijk: ze verliezen leefgebied, worden vaak door mensen gedood en krijgen ook te maken met ziektes. Een van de bekendste is SFD. Deze ziekte wordt veroorzaakt door de schimmel Ophidiomyces ophidiicola. Sinds de schimmel zo’n twintig jaar geleden werd ontdekt is hij bij veel slangensoorten gevonden.
“Ongeveer tien jaar lang richtte het onderzoek naar wilde slangen zich bijna alleen op Ophidiomyces ophidiicola,” zegt hoofdonderzoeker Corinna Mishin van de University of Georgia. “Voor dit onderzoek wilden we echter de algemene gezondheid van wilde slangen bekijken.”
Leestip: Ratelslangen produceren niet altijd hetzelfde gif: dat zegt iets interessants over evolutie
Daarom onderzochten de wetenschappers de aanwezigheid van zeven ziekteverwekkers bij wilde, inheemse slangen in het zuidoosten van de Verenigde Staten. Ze vingen meer dan vijfhonderd slangen in natuurgebieden in South Carolina en Florida. In totaal ging het om 29 slangensoorten.
De dieren werden onderzocht, gewogen en bemonsterd. De onderzoekers namen onder meer huidmonsters, bloed en soms ook ontlasting af. Dode slangen, bijvoorbeeld dieren die langs de weg werden gevonden, werden onderzocht via een necropsie. Zo konden de wetenschappers niet alleen zien welke ziekteverwekkers aanwezig waren, maar ook of de slangen last hadden van ziekteverschijnselen.
Verzwakt afweersysteem
De uitslag spreekt voor zichzelf: bij meer dan 80 procent van de slangen werd een ziekteverwekker gevonden. De vaakst aangetroffen ziekteverwekker was de bacterie Salmonella enterica. Die kwam voor bij 63 procent van de onderzochte slangen. Ook vonden de onderzoekers vaak Hepatozoon, een parasiet die via teken kan worden overgedragen. Die zat bij 53 procent van de dieren.
Opvallend was dat 44 procent van de slangen meer dan één ziekteverwekker tegelijkertijd bij zich droeg. Bij ongeveer 29 procent ging het om twee ziekteverwekkers. Bij 11 procent om drie ziekteverwekkers, en bij 3 procent vonden de onderzoekers zelfs vier ziekteverwekkers.
“Wanneer een dier ziek wordt door een infectie raakt het afweersysteem verzwakt,” legt Mishin uit. “Daardoor kan een andere ziekteverwekker, die eerst weinig problemen veroorzaakte, alsnog veel schade aanrichten.”
Dwergratelslang
Niet alle soorten lijken even kwetsbaar te zijn. Vooral dwergratelslangen kwamen slecht uit de bus: van de 34 onderzochte dieren testten er 12 positief op SFD. De longworm werd bij 14 van de 34 dwergratelslangen gevonden. Bij andere soorten kwam deze parasiet veel minder vaak voor, of soms zelfs helemaal niet.
Volgens Mishin kan dat te maken hebben met de algemene toestand van sommige populaties. “Wij denken dat soorten met een slechtere populatiegezondheid, zoals ratelslangen, gevoeliger kunnen zijn voor infecties en ziekte,” zegt ze.
Ook het dieet kan een rol spelen. Dwergratelslangen eten vaak hagedissen en kikkers. Die dieren kunnen de longworm overdragen. Daardoor lopen deze slangen mogelijk meer risico.
Meereizende ziekteverwekkers
Er zitten ook duidelijke grenzen aan het onderzoek. De monsters kwamen uit een beperkt aantal gebieden. Daardoor kunnen de resultaten mogelijk alleen iets zeggen over de populatiegezondheid in die leefgebieden. Zo werd SFD veel vaker gevonden bij slangen uit Georgia en werd de longworm alleen gevonden bij slangen uit Florida.
Ondanks dat zijn de uitkomsten belangrijk voor (Amerikaanse) natuurbeschermers. Als slangen worden verplaatst reizen eventuele (lokale) ziekteverwekkers mee. Dat kan problematisch zijn, zeker als deze wilde dieren terecht komen in een opvangcentrum en daar in contact komen met slangen die elders uitgezet zullen worden.
“Onze gegevens laten niet alleen zien welke ziekteverwekkers inheemse slangen waarschijnlijk bij zich dragen, maar ook voor welke ziekteverwekkers ze gevoelig zijn,” zegt Mishin. “Bij het verplaatsen van wilde dieren is het belangrijk om rekening te houden met de ziekteverwekkers die je mogelijk ook verplaatst.”
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Is je kleuter bang voor slangen? Een klein verhaaltje kan al helpen en Schotse fossiele hagedis onthult onverwachte slangachtige trekken . Of lees dit artikel: Opwinding op Barbados: kleinste slang ter wereld duikt na bijna 20 jaar weer op .
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


