Wie als kind iets ergs meemaakte, beleeft later soms minder plezier aan leuke dingen

Mensen die op jonge leeftijd iets traumatisch meemaken, geven later vaker aan dat ze weinig plezier beleven aan dingen die normaal gezien fijn zijn. Maar dat is niet bij iedereen het geval.

Dat verlies van plezier heeft in de psychiatrie een naam: anhedonie. Wie eronder lijdt, doet wel nog dingen die ooit leuk waren, maar ervaart niet evenveel plezier. Ervaringen die leuk zouden moeten zijn, zoals een huwelijk of gewoon een wandeling, gaan zo aan je voorbij. Anhedonie is een van de kernsymptomen van een depressie. Het is ook een van de moeilijkste symptomen om te behandelen.

Dat mensen met een moeilijke jeugd er gevoeliger voor zijn, wisten we eigenlijk al. Maar niet iedereen heeft er (even veel) last van. Onderzoekers aan de Amerikaanse Temple University en University of Oregon wilden weten waarom anhedonie de ene persoon wel hard treft en de andere niet. 

Daarom lieten ze bijna 100 deelnemers een vragenlijst invullen. Daarin werd gevraagd naar wat ze in hun kindertijd hadden meegemaakt en hoeveel plezier ze vandaag de dag ervaren. De deelnemers die aangaven iets ergs te hebben meegemaakt, gaven vaker aan dat ze weinig plezier ervaren en dat ze weinig zin hadden om dingen te doen.

Wil je niets van Scientias missen? Voeg Scientias toe als voorkeursbron op Google dan zie je al onze verhalen!

Onder de scanner

Vervolgens werden de hersenen van deelnemers gescand. De onderzoekers keken naar de hippocampus. Dat is een structuur die diep in de hersenen zit en vooral bekend staat als het geheugencentrum. Ook keken ze naar hoe de hippocampus samenwerkt met gebieden die met motivatie en beloning te maken hebben.

Deelnemers die op de vragenlijst hadden gezegd dat ze een moeilijke jeugd hadden én die afwijkende verbindingen hadden vanuit de hippocampus, rapporteerden meer plezierverlies dan deelnemers met een moeilijke jeugd zonder die afwijkingen.

De onderzoekers denken dat de hippocampus en zijn verbindingen mogelijk een rol spelen bij de manier waarop eerdere ervaringen het motivatie- en beloningssysteem beïnvloeden. Bij proefdieren waren daar al aanwijzingen voor, maar bij mensen is die link veel minder goed onderzocht. Volgens de onderzoekers is dit een van de eerste keren dat het geheugencentrum bij mensen aan een gebrek aan motivatie wordt gekoppeld.

Waslijst aan beperkingen

Toch moet je deze resultaten voorzichtig interpreteren. De onderzoekers hebben enkel een verband gevonden, maar hebben geen bewijs dat een traumatische ervaring de hippocampus heeft veranderd.

De hersenen van deelnemers werden bovendien maar één keer onderzocht. Het is daarom niet mogelijk om te zien hoe de verbindingen zich doorheen de tijd hebben ontwikkeld. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat de afwijkende verbindingen al voor de moeilijke ervaringen bestonden. Ook kan de huidige psychische toestand van deelnemers invloed hebben gehad op zowel hun antwoorden als hun hersenactiviteit.

Daar komt nog een ander probleem bij. De deelnemers moesten zich hun jeugd herinneren en zelf beoordelen wat ze hadden meegemaakt. Hun zelfrapportage kan tientallen jaren later gekleurd zijn. Daardoor kunnen de twee vragenlijsten elkaar deels versterken.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!

Ook de omvang van de studie beperkt de conclusies. Dit is geen uitzonderlijk kleine groep voor hersenonderzoek, maar nog geen 100 deelnemers is te weinig om met zekerheid uitspraken te doen over verschillende subgroepen. Resultaten uit dit soort studies blijken niet altijd stand te houden wanneer ze bij een nieuwe groep worden onderzocht.

De studie laat belangrijke vragen ten slotte onbeantwoord. Er werd bijvoorbeeld niet gekeken naar wat voor traumatische ervaringen de deelnemers precies hadden meegemaakt, hoe oud ze toen waren of welke steun ze daarna kregen. Zulke verschillen kunnen mogelijk een belangrijke rol spelen in de vraag wie later wel of geen problemen met plezier en motivatie ontwikkelt.

De onderzoekers hopen uiteindelijk een aangrijpingspunt in de hippocampus te vinden waarmee ze anhedonie bij mensen met een moeilijke jeugd kunnen behandelen. Daarvoor is nog veel meer onderzoek nodig.

Herken je jezelf hierin en heb je het gevoel dat je nergens meer plezier aan beleeft? Dan is het de moeite waard om erover te praten met je huisarts. In Nederland kun je terecht bij Slachtofferhulp Nederland (0900-0101) of, als je gedachten aan zelfdoding hebt, bij 113 Zelfmoordpreventie (0800-0113 of 113.nl). In België kun je bellen naar Tele-Onthaal (106), het CAW (0800 13 500) of de Zelfmoordlijn (1813).

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Bronmateriaal

"How childhood trauma increases vulnerability to apathy" -
Afbeelding bovenaan dit artikel: Ben Blennerhassett / Unsplash

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd